sluit
sluit
17 oktober 2025

Wat is een vriend

Jesper en ik zijn vrienden. Daarover bestaat geen twijfel. Bij hem niet, bij mij niet. We zien elkaar vaak. Als we dichter bij elkaar zouden wonen, zouden we elkaar nog vaker zien. Onze gesprekken zijn veelal overdadig beladen met eten en drinken. Jesper gunt mij mijn Riesling. Zelf start hij altijd met een biertje, en eindigt daar ook vaak mee. Een gesprek met Jesper is een aaneenschakeling van gedachtenspinsels, anekdotes, opinies en - vooral - scherpe observaties. Soms, op een later tijdstip, gelardeerd met dronkemanspraat. Hoe flitsender het gesprek hoe beter. We laten elkaar niet uitspreken. Dat zou zonde zijn van de tijd, die toch al te snel vliedt. 

Jesper en ik zijn vrienden. Het is een feit, onweerlegbaar. Maar wat betekent het? Wat is eigenlijk een ‘vriend’? En verstaan Jesper en ik daar allebei hetzelfde onder? Twee lastige vragen, vooral omdat ‘vriendschap’ een ‘zondagswoord’ is. 

In de politiek wemelt het van die woorden, woorden waar mensen blij van worden. ‘Eerlijk delen’, ‘goed bestuur’, ’bestaanszekerheid’. Ook in de reclame kom je veel zondagswoorden tegen: hoog opgeven over ‘kwaliteit’, zonder te zeggen welke kwaliteit je bedoelt. Juist daarom worden zoveel mensen blij van een zondagswoord. Omdat iedereen het woord met zijn eigen warme gedachten mag ‘laden’.

Het is dus zinloos om op zoek te gaan naar een algemeen geldende omschrijving van een ‘vriend’. Gewoon omdat iedereen zijn eigen redenen heeft om iemand ‘zijn vriend’ te noemen. 

Laat ik me daarom beperken tot een vraag die al lastig genoeg is: waarom zijn mijn vrienden eigenlijk mijn vrienden?

*

Op vrienden kan je altijd rekenen, zo wordt gezegd. Nou ik heb het geweten.

Ik was vlak voor het weekend geopereerd aan mijn voet. En bewoog me voort in een rolstoel. Mijn vrouw had precies dat weekend met haar kinderen afgesproken, voor hun jaarlijkse uitje. Ze verheugde zich er erg op. Ik wilde niet dat ze voor mij haar reisje zou cancellen. Maar ik had wel een oude hond en oude honden moeten vaak plassen. Ik belde mijn beste vrienden. Torben was niet beschikbaar, en toonde weinig betrokkenheid (“Ik geloof, dat ik niet kan”). Jesper kwam zaterdag in de loop van de middag en was aan het einde van de middag, voordat de hond was uitgelaten, al weer verdwenen. Overhaast regelde ik nog een familielid. En kwam het weekend met enige moeite door. Zouden Jesper en Torben hierom geen vrienden van me zijn? Ik hou nog steeds evenveel van ze.

*

Bij vrienden kan je altijd terecht met je problemen, zo wordt gezegd. Dat klopt vaak, maar zeker niet altijd.

Toen ik hopeloos verliefd werd op een andere vrouw, liep mijn tergende huwelijk onverwijld op de klippen. Niet vanwege die verliefdheid, maar omdat ik de liefde van mijn leven was tegengekomen. Drie vrienden wisten ervan. Jesper, Else, Janna. De avond voordat ik mijn vrouw verliet, zat ik nog langdurig met Janna in de kroeg verschillende scenario’s door te nemen. Ze oordeelde niet. Ze zei niet wat ik moest doen. Maar ik wist één ding heel zeker: wat ik ook doe, wat ik ook besluit, ze zal me altijd steunen. Vriendschap is onvoorwaardelijk. 

Janna had na dat gesprek in die kroeg het gevoel dat ik de knoop snel zou doorhakken. Dat gevoel had ik toen zelf nog niet. Toch verliet ik de volgende ochtend om half 8 de vrouw die vanaf dat moment mijn ex zou zijn.

Bij Torben lag dat heel anders. Ik ben heel erg op hem gesteld. We hebben dezelfde soort humor. We praten over muziek, over literatuur. We praten over zijn kinderen. We praten meer over feiten dan over gevoelens. We vieren al jaren samen Oud en Nieuw, met beide partners. Ja, ik ben gewoon erg graag met hem samen. 

Torben was totaal verrast toen mijn huwelijk abrupt tot stilstand kwam. Met Jesper had ik al jaren elk detail van dat huwelijk gewisseld, zoals ik ook van zijn huwelijk te veel details wist. Met Torben had ik dat niet, en dat kwam niet doordat hij niet alleen met mij, maar ook met mijn vorige vrouw bevriend was. Zo was, en is onze vriendschap gewoon niet. Niet elkaar in vertrouwen nemen is daarvan de kern, maar het graag bij elkaar zijn. Dat is een ander soort vertrouwelijkheid.

*

Vrienden zijn altijd eerlijk tegen je, zo wordt gezegd. Nou niet dus. 

Jesper en ik delen onze geheimen. Relatieproblemen worden bij perioden tot op het bot geanalyseerd. Over minnaressen wordt gegniffeld. We weten allebei wat we mogen doorvertellen en wat geheim moet blijven. Maar ik weet heel goed wanneer Jesper niet het achterste van zijn tong laat zien. Dat hij niet altijd eerlijk is; dat zit ook niet in zijn aard. Als een vriend altijd eerlijk is, zou Jesper geen vriend kunnen zijn. Toch is hij mijn vriend.

Frederik is tien jaar ouder, maar leeftijd doet er onder vrienden niet toe. Frederik is een verhalenverteller. En hij verstaat de kunst om mij elke keer weer te verrassen met nieuwe wendingen in verhalen waarvan ik dacht dat ze al helemaal waren uitgekauwd. Soms gaat het om feiten die nooit eerder zijn verteld, soms werden ze eerder een slag anders verteld. Frederik spreekt gewoon niet altijd de waarheid. Zo is Frederik inmiddels toe aan zijn derde vrouw, terwijl hij vele jaren de indruk wekte dat hij nooit verder was gekomen dan zijn tweede. Pas onlangs dook in zijn verhalen onverwachts die derde op, een ‘femme fatale’, over wie hij niet graag sprak. Hij was duidelijk door haar ingepakt. Was hij oneerlijk geweest? Kan hij nog mijn vriend zijn als hij jaren zo’n belangrijk feit heeft achtergehouden? Wel als je van die man houdt, en hem gewoon vergeeft dat hij in zijn onnavolgbare breedsprakigheid soms een verkeerde weg inslaat. 

*

Vrienden kan je altijd vertrouwen, zo wordt gezegd. Nou nee dus. 

Het zal iets van mijn generatie zijn. Is iemand pas een goede vriend als je bij hem zou durven onderduiken? Bij dat onderwerp denk ik meteen aan Ole. Ole is mijn integerste vriend. Toen ik na 43 jaar ging scheiden, zei Ole: “Ik heb elk jaar gedacht dat jullie het volgende jaar niet zouden halen.” Hij heeft me dat al die 43 jaar niet verteld. Dat is in bepaalde opzichten heel integer. En het stelde me erg gerust dat Ole het me toch vertelde, toen ik eindelijk was opgestapt. 

Ole en ik roddelen wel eens, maar niet over zoiets groots als het huwelijk. Bij deze Ole zou ik altijd durven onderduiken. En ik weet dat ik hem dat ook altijd zou mogen vragen. Als ik eerlijk ben, is hij mijn enige vriend over wie ik dat kan zeggen. Sommige vrienden zou ik het niet durven vragen, van anderen weet ik niet of ze een veilige plek zouden kunnen garanderen. Het ‘onderduik-criterium’ zegt dus weinig over mijn vrienden.

*

De zoektocht naar mijn vrienden levert in ieder geval één bevestiging op. De bevestiging dat ‘vriendschap’ een zondagswoord is. En dat ik, zoals iedereen, mijn eigen invulling geef aan ‘vriendschap’. Iets informeler verwoord, bepaal ik zelf aan welke eisen mijn vrienden moeten voldoen. De genoemde criteria, zeg maar die ‘standaard-criteria’ voor vriendschap, helpen me niet verder. Niet één criterium gold voor al mijn vrienden. Maar aan welke eisen voldoen al die vrienden dan wel?

Met Akse praat ik eindeloos over muziek, literatuur en politiek. Hij appt me vaak als hij zijn woede kwijt moet over Trump, Wilders, Van der Plas en ander hedendaags ongemak. Onze analyses verschillen wel eens, maar politiek zitten we geheel op één lijn. Natuurlijk ben je het niet altijd met je vrienden eens. Maar onder mijn vrienden zitten geen populisten of complotdenkers. Blijkbaar ruik je het op grote afstand of iemand dezelfde (saaie) beschaafde, democratische, ‘links-angehaugte’ achtergrond heeft. Ach, ik wil me gewoon kunnen verheugen op mijn vrienden. En ik verheug me niet als ze diametraal anders denken over politiek, democratie en samenleving. 

Maar er is een nuance, zo leerde ik van Mads. Ook met Mads eet ik op gezette tijden, meestal in een oneetbaar-eetcafé. Je zou abusievelijk kunnen denken dat al mijn vriendschappen op eten zijn gebaseerd. Maar vriendschap gaat niet om het eten, vriendschap gaat om het gesprek. (Onthoud dat even.) Eerlijk gezegd moest ik even slikken toen Mads onverwachts Trump begon te prijzen. Maar hij had een punt. Welk punt is nu even niet van belang. Mads redeneerde zuiver op basis van feiten. Zijn verhaal getuigde van kennis. En ik weet dat Mads dezelfde waarden onderschrijft als ik. Mijn vrienden zijn geen napraters én ze moeten zuiver redeneren. 

Jorn en ik zien elkaar niet vaak. Maar er is na een poosje altijd weer die behoefte om elkaar te spreken. Hij wilde me laatst spreken over een mooi thema voor een verhaal. ‘Verlangen’. Het bleek vooral een aanleiding te zijn om zijn hart te luchten. Het bevestigde dat we vrienden zijn. 

Niettemin had ik het moeilijk met zijn verhaal, hoe verliefd hij ook was en hoe blij ik daarover ook zou moeten zijn. Maar het was me niet duidelijk of Jorn een grens had overschreden, of zijn gedrag grensoverschrijdend was geweest. En ik zijn gedrag zou moeten afkeuren. Ik wil Jorn niet kwijt als vriend. Maar over zijn ‘verlangen’ wil ik liever niks meer horen. Zou ik me ook in de toekomst nog altijd op ons gesprek verheugen?

*

Maar als ik concludeer dat ik met veel vrienden mijn waarden deel, zegt dat nog niet zoveel. Ik deel met heel veel mensen mijn waarden, zonder dat ze meteen mijn vrienden zijn. Het criterium van de gedeelde waarden sluit dus te veel mensen in. Zoals mijn vorige criteria (vertrouwen, eerlijkheid, enzovoort) te veel vrienden uitsloten. Daarmee weet ik nog steeds niet waarom mijn vrienden mijn vrienden zijn. 

Ik besloot om hulp te vragen. “Mads, wat versta jij onder ‘vriendschap.” Mads zijn vader was ooit dominee. Het was nog te horen in zijn antwoord: “Voor mij is vriendschap een vorm van diepe verbondenheid.” Ik herkende daarin veel, maar toch twijfelde ik of deze omschrijving me veel verder bracht.

Ooit had ik een burn-out. Het schijnt dat andere landen die ‘ziekte’ niet erkennen, maar de klachten waren reëel. Ole belde me ongeveer elke week om even bij te kletsen. Zonder verdere plichtplegingen. Heel lief en aardig. Kjeld ging zo af en toe met me fietsen. Eenmaal nodigde hij me uit voor een concert. Maar mijn brein was niet in staat om de vier stemmen van het strijkkwartet tot één akkoord samen te laten smelten. 

Toen Jesper onlangs in het ziekenhuis lag maakte ik me zorgen. Je voelt je betrokken bij vrienden. Maar eerlijk gezegd maak ik me over veel meer mensen zorgen. Dat zijn niet allemaal vrienden. En ik heb ook vrienden die zich over heel andere dingen zorgen maken dan de kransslagaders van hun vrienden. Dat is niet storend, dat geeft ruimte.

Else is een vriendin van me. We hadden jaren veelvuldig contact, om de simpele reden dat we als collega’s intensief samenwerkten. Toen het werk stopte, spraken we af dat we maandelijks met elkaar zouden gaan lunchen. Er kwam niets van terecht. Haar man had intussen een zwaar ongeluk gehad. Al haar aandacht moest naar hem uitgaan. Ze liet zich ook niet helpen. Alle pogingen om een afspraak te maken mislukten, vaak reageerde ze niet eens. Ze had op dat moment helemaal geen ruimte voor vrienden, en vrienden hoeven er soms helemaal niet te zijn. Bescheidenheid en terughoudendheid sieren vrienden soms meer dan die eeuwige zorg voor elkaar. 

*

Nee, Mads, ik kan niet veel met dat begrip van jou, met die ‘diepe verbondenheid’ Maar misschien bedoelde je wel ‘onvoorwaardelijkheid’. Daar kan ik meer mee. 

Zo is Knut mijn oudste vriend, ik ken hem al meer dan 50 jaar. Met Knut erbij heb ik vijf vrienden overgehouden aan de jaren 70. Ik heb twee vrienden uit de jaren 80. Ik heb één vriend uit de jaren 90. Ik heb vier vrienden uit de jaren 0 en twee vrienden uit de jaren 10. En andere vrienden heb ik niet gehad. 

Ik ben dus ook nooit vrienden kwijtgeraakt. Mijn vriendschappen zijn voor altijd. Misschien is dat een ingang tot een bevredigend antwoord op de vraag wat een ‘vriend’ is. Vrienden kan je krijgen, maar je kan ze niet kwijtraken.

Waarom is dat zo? Waarom heb je vrienden voor altijd? Waarom maakt het niet uit of je een vriend elke maand ziet of een paar keer per jaar? Mijn vriendschap met Bente kan hier misschien veel verduidelijken. 

Omdat ik altijd veel muziek heb gemaakt, heb ik veel vrienden via de muziek leren kennen, zoals ook Bente. Met een paar vrienden musiceer ik nog steeds, met Bente niet meer. Maar een vriendin blijft ze. Ik verheug me altijd op onze gezamenlijke lunches. 

Ik vermeld Bente speciaal omdat veel van die mensen met wie ik jarenlang muziek heb gemaakt, nooit mijn vrienden zijn geworden. Misschien klinkt het hard, maar de wereld van de amateurmuziek is gewoon een rondtrekkend circus. Je speelt een aantal jaren hier en dan weer een aantal jaren daar. En steeds weer kom je oude en nieuwe bekenden tegen. Ja, ‘bekenden’, geen vrienden. Je groet elkaar, je stemt met elkaar af, je klaagt samen over de dirigent, of over een valse trompet, je pakt je instrument in en je zegt: “tot de volgende week”. Maar eigenlijk weet je niets van elkaar. En als je het orkest verlaat, zie je ze pas bij toeval weer terug in een ander orkest of in een ander ensemble. Op één of andere manier is die nieuwsgierigheid naar elkaar er niet echt. 

*

Ja, dat is hem! Dat nieuwsgierig zijn naar elkaar, dat heb ik  alleen met vrienden. Aan mijn blijvende nieuwsgierigheid herken ik mijn vrienden. 

Maar waarom ben ik nieuwsgierig naar mijn vrienden? 

Omdat ze interessant zijn, interessant zijn voor mij. Omdat ze dingen doen die mij boeien. Omdat ze opinies hebben waarvan ik iets kan leren. Omdat ze me weten te raken. Niet voor niets heb ik vaak verhaald over de gesprekken die ik met vrienden voer. Want alleen als ik met ze in gesprek ga, kan ik mijn nieuwsgierigheid naar hen bevredigen. 

Maar het gesprek is bij vriendschap meer dan een middel om je nieuwsgierigheid te bevredigen. Er is niet alleen het verlangen om dingen te horen, maar ook het verlangen om dingen te vertellen, dingen die je zelf hebt meegemaakt. Meestal om je eigen gedachten te toetsen aan de mening van de ander. 

En uiteindelijk wordt het gesprek ook een doel op zich. Met mijn vrienden kan ik eindeloze gesprekken voeren. Niet alleen omdat zij mij boeien, ook omdat we eenzelfde redeneertrant hebben. Of omdat we aan weinig woorden of een klein gebaar voldoende hebben om elkaar te begrijpen. Van zo’n gesprek kan ik erg genieten. 

Daarmee is vriendschap voor mij in de kern het verlangen elkaar te spreken. Het verlangen naar een volgend gesprek.   

Reageer

Uw reactie