We hebben voor het eerst een minderheidskabinet. Het is nog even zoeken. Zowel voor het kabinet als voor de oppositie. Schijnbaar zijn er twee problemen: het kabinet lijkt onvoldoende te beseffen dat zijn voorstellen niet zonder meer gedragen worden door een meerderheid in de Kamer en de oppositiepartijen denken het kabinet hun wil te kunnen opleggen en vergeten dat de oppositie zeer verdeeld is. Ze overschatten dus beiden hun macht. Voor een oplossing is realiteitszin nodig. Aan beide zijden. En misschien ook wel een paar spelregels. Mag ik een voorstel doen?
- Het kabinet zoekt een meerderheid voor elk voorstel dat aan de Kamer wordt voorgelegd.
- De oppositiepartijen zijn serieus bereid om met het kabinet over deelakkoorden te onderhandelen. Niet over het regeerakkoord, de formatie ligt achter ons. Maar over de wetsvoorstellen die voorliggen in de Kamer.
- Voor de meeste oppositiepartijen zal het bij de volgende verkiezingen niet lonen om niet mee te doen met dit onderhandelingsspel.
- De oppositiepartijen gaan het kabinet alleen steunen als ze aan de kiezers kunnen laten zien dat ze het oorspronkelijke kabinetsplan in hun voordeel hebben gewijzigd.
- Dat betekent dus dat het kabinet begint met een voorstel. Dit voorstel wordt in beide Kamers door de regeringsfracties gesteund.
- Vervolgens nodigt het kabinet oppositiepartijen uit om hierop te reageren en eventueel tegenvoorstellen te doen.
- Kabinet en oppositiepartijen doen water bij de wijn tot een meerderheid in beide Kamers een voorstel steunt.
- Oppositiepartijen accepteren dat het kabinet ook met andere oppositiepartijen akkoorden sluit. Dat soort akkoorden zijn geen reden om voortaan niet meer met het kabinet over mogelijke andere akkoorden te onderhandelen.
- Zo kan het kabinet elk wetsvoorstel en elke begroting door beide Kamers krijgen, op voorwaarde dat het de gevoelens van de Kamer goed aanvoelt.
- Akkoorden op het ene terrein kunnen consequenties hebben voor de onderhandelingsruimte voor een akkoord op een ander beleidsterrein. Wie die consequenties niet wil, moet niet akkoord gaan. Daarmee is de integraliteit van het beleid geborgd. Let wel: in de Kamer liggen ook geen integrale besluiten voor. De Kamer stemt niet over het regeerakkoord. De Kamer stemt niet over de financiële kaders van een kabinet. De Kamer stemt over wetten en over begrotingen (in de figuur van een wet). De Kamer stemt wel over het belastingplan voor het komende jaar. Maar ook daarvoor kan een meerderheid worden gezocht.
[Abonneer je via de homepage op mijn blogs, als je op de hoogte wilt worden gehouden.]