Ik spreek bij het uitlaten van de honden met één van onze buurmannen. Ook een hondenbezitter. Het gesprek volgt de route: reu - ballen - castreren. Buurman’s hond is gecastreerd. Daar heeft hij zelfs voor getekend! Het hondje is zodanig van adel dat hij zichzelf nooit mag voortplanten. Dat zou de markt verpesten.
Bas was ook gecastreerd. Bas was zo dominant dat hij over elke hond de baas wilde spelen. Echt spelen kon je het niet noemen. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren toen een verjaardagsgast zich over het gedrag van de hond beklaagde.
Het afnemen van de ballen (‘Ach jongen, we hebben er samen altijd nog twee’, zei ik altijd tegen hem ter geruststelling) bleek een positief effect te hebben. Bas werd rustiger en was niet meer voortdurend zijn dominantie aan het etaleren.
Later hoorde ik van een dierenarts dat Appenzellers wel eens onzeker kunnen worden als hun ballen worden afgenomen. Weer een andere dierenarts zei dat ze dat verhaal niet kende. In ieder geval was Bas later een onzekere hond, die zich snel onveilig voelde. Kwam dat dan toch door die brute castratie?
Bij Sam was er duidelijk minder reden voor een castratie. Hij speelde soms wat te wild met andere honden, maar tegenover mensen gedroeg hij zich nooit te bruusk. En dat hij onder rokken dook van oudere dames heeft meer met het meuren van oude dames te maken dan met zijn gezwollen ballen.
Eén keer menen we dat toch niet aan een castratie valt te ontkomen. We zijn in de sneeuw bij Morteratsch, in het Engadin. Het zal de zon zijn, het licht, de sneeuw, de vakantievreugde, maar in ieder geval is de ongehoorzaamheid van Sam hemeltergend. ‘Als je nu niet komt, halen we die ballen eraf’, roep ik op een gegeven moment woedend.
Het is niet nodig. Thuis is hij weer dezelfde vrolijke, voorbeeldige hond die hij altijd is. In mijn ogen. En zijn ballen zijn nog steeds zijn ballen.
*
Toch komt het onderwerp op gezette tijden weer terug. Sam bestijgt soms wel eens een teefje. Het leidt altijd tot boze blikken van baasjes en vrouwtjes. ‘Ongepast!’ En het was vooral ongepast omdat ik Sam niet heb laten castreren.
Nu wil het geval dat ook gecastreerde reutjes teefjes blijven bestijgen. Zelfs geholpen teefjes schijnen andere geholpen teefjes te bestijgen. Dus om dat bestijgen tegen te gaan hoef je je hond niet te ‘helpen’. Wel zijn de meeste niet-gecastreerde reutjes dominanter, ja zelfs agressiever, dan hun gecastreerde vriendjes. Dat ‘helpen’ geeft dus wat meer rust bij de wandeling. Bij de meeste honden. Maar de ‘chemische’ castratie die Sam onderging (zo’n spuit is een alternatief voor het bruut wegsnijden van de ballen, maar helpt slechts een half jaar), hielp niet zo heel erg veel. Sam liet zijn gedrag niet meteen door één spuit bepalen.
En toch. En toch geven zijn ballen steeds meer problemen. Sam scheidt te vaak ‘piemelpus’ af, hij likt zijn pik tot de voorhuid geïrriteerd is en krijgt natte dromen, waarbij veel urine wordt gesproeid voordat één drup sperma naar buiten komt.
Na overleg met Marte, Sam zijn vaste dierenarts, ga ik eindelijk overstag. Ze belooft me plechtig dat ik het verschil niet zal merken, dat Sam even lief en vrolijk zal blijven, maar dat die vervelende dingen als ‘piemelpus’, ontstoken voorhuiden en erg natte dromen verleden tijd zullen zijn. Dus na drieënhalf jaar hebben ook Baas en Sam samen twee ballen. Zo blijven er maar weinig ballen over.
['Hond Sam' verschijnt als feuilleton op mijn website. We zijn inmiddels ver over de helft.]