Ik was al lyrisch over assistentes van dierenartsen. Over de meeste dierenartsen ben ik net zo lyrisch. Maar in Oegstgeest klikte het niet tussen Bas en zijn nieuwe dierenarts. En Bas had gelijk. De man was gewoon bang voor Bas. En zo erg was Bas nu ook weer niet. ‘Ja, ik ken het ras, meneer, moet je erg mee uitkijken.’
Als ik met Bas zijn behandelkamer binnenkwam opende de dierenarts meteen een andere deur, om zonodig meteen te kunnen vluchten. Angstig vroeg hij me of ik ‘die hond’ een muilkorf om wilde doen. Ik begreep niet waarom deze man ooit dierenarts was geworden. Ik vrees dat ik zijn angst met te veel spot heb beantwoord.
Ook na een paar bezoekjes werd het niet beter. En toen we in de winter van 2021 op vakantie in Limburg zagen dat het niet meer ging met Bas, besloot ik in een doorwaakte nacht dat deze man ongeschikt zou zijn om Bas zijn laatste prikje te geven.
Ik belde meteen de volgende dag met de praktijk. En ze waren vol begrip. (Ik realiseer me dat ik die man daar nooit meer heb gezien, dus misschien was mijn telefoontje wel zijn laatste druppel.) Bas kreeg een andere dokter, Marte, de beste die ik ooit heb meegemaakt. (Daarom is nu ook de dokter van Sam.)
Er was gauw een aanleiding om met Bas naar haar toe te gaan. Geen idee meer wat, maar er zal wel ergens iets hebben gelekt of pijn hebben gedaan. Marte ontving Bas alsof ze hem al jaren kende. En Bas was hoffelijker dan ooit. Hij kreeg snoepjes. Hij hoefde geen muilkorf te dragen. Hij kreeg weer snoepjes. Hij werd onderzocht. Hij kreeg weer snoepjes. Hij kreeg ongetwijfeld een spuit, en hij vond alles goed. Dit was een lieve vrouw, vond Bas. Op zijn leeftijd was het hem even ontgaan dat het wel een dokter was. Een dierendokter. Hij zou haar snel weer zien.
*
In de zomer ging Bas snel verder achteruit. Hij sjokte met me door de Marelaan. Je moest steeds op hem wachten. Eind augustus gingen we nog een week naar Zwitserland. We besloten om Huug te vragen om een week op Bas te passen. Zwitserland zou te ver voor Bas zijn. Huug paste heel goed op Bas, maar Bas deed het minder. De laatste dag zakte hij door zijn poten.
Toen we thuis waren ging ik de volgende dag met hem naar Marte, zijn juf. Hij kreeg een spuit, hij kreeg pillen mee en hij knapte zowaar weer een beetje op. Maar Marte zei ook: ‘Het kan zo voorbij zijn.’
En dat was het ook. Een paar dagen later zakte Bas weer door zijn poten, hij klauterde zelf na een tijdje weer een beetje overeind. Hij liet zich niet graag helpen.
Ik maakte met Marte een afspraak voor het einde van de dag. Overdag bleef ik bij Bas. Hij lag de hele dag op een plek waar hij me goed kon zien. Ik keek vaak om.
In de middag wilde ik hem even helpen. Bas begreep me verkeerd. Hij beet me harder dan ooit. Met trots vertel ik nog altijd dat Bas niemand harder heeft gebeten dan mij. Het bloed drupte overal op de grond.
Aan het einde van de middag reden we naar Voorhout. Loutje, Huug, Bas en Baas.
Marte zei wijs: ‘Ja, ik zie het, het moment is nu echt gekomen.’
We legden Bas op de behandeltafel, en hij kreeg zijn eerste prik. Ik maakte zijn muilkorf los, die ik voor de zekerheid toch maar had omgedaan. En verliet de kamer. Loutje en Huug waren erbij toen hij zijn definitieve prikje kreeg.
*
De rituelen rond de dood van een hond veranderen. Net zoals bij mensen. Vroeger werd een dode hond gewoon opgehaald, geen idee wat ze ermee deden. Tufje werd verbrand, maar we hebben niets van haar teruggezien. De dierenarts zei dat ze ‘keurig’ zou worden gecremeerd.
Nadat Stofje was verbrand, kregen we de as in een blik thuis gestuurd. We besloten om haar in de tuin op Flakkee te verstrooien.
Ook Bas werd verbrand. Maar bij zijn dood konden we ook nog, vanzelfsprekend tegen vergoeding, allerlei parafernalia ontvangen. Ik meen dat we die ene afdruk van zijn poot in klei wel genoeg vonden. De afdruk werd afgeleverd in een jute zakje. Ik heb niet de neiging om dat zakje steeds open te maken.
De as van Bas kwam in eenzelfde blik. We verstrooiden het niet, maar begroeven het op de plek waar hij altijd op het erf lag. Voor in de tuin, daar waar hij Baas kon zien aankomen. Want de laatste jaren liep hij nooit meer mee met Baas. Daarvoor was hij te oud. Ook dat was al zo verdrietig. Omdat we altijd samen op stap waren geweest.
Bas werd twaalf jaar en acht maanden.