sluit
sluit
22 oktober 2025

Rechtsstaat blijft een politieke afweging

De Nederlands Orde van Advocaten (verder de Orde) heeft een rechtsstatelijke toetsing uitgevoerd op de verkiezingsprogramma’s van de diverse politieke partijen. Volgens de Orde presenteren alleen GroenLinks/PvdA, Volt, Partij voor de Dieren en Denk geen plannen die tegen de rechtsstaat ingaan. PVV, JA21, BB, Forum voor Democratie en VVD presenteren daarentegen veel plannen die tegen de rechtsstaat ingaan. Dilan Yesilgöz deed het rapport meteen af als ‘een mening’, zoals populistisch rechts graag alles wat onderbouwd is, afdoet als ‘een mening’. Zeker in dit geval is dat jammer, want mevrouw Yesilgöz had zeker een punt gehad als ze haar eigen ‘mening’ beter had onderbouwd.

De Orde lijkt zich in het geheel niet bewust te zijn van het politieke karakter van haar toetsing. Maar wie in de literatuur op zoek gaat naar een definitie van de rechtsstaat ontdekt dat juristen het over de ‘kern van de rechtsstaat’ wel eens zijn, maar dat daar de overeenstemming ook wel ophoudt. Elke rechtsstatelijke toetsing vergt dus een afweging, en dat is in dit geval gewoon een politieke afweging. 

De Staatscommissie Rechtsstaat schreef in 2024: ‘De essentie van de rechtstaat is dat deze burgers beschermt tegen machtsmisbruik door de overheid.’ De Orde schrijft: ‘De kern van de rechtsstaat is kortom dat alle machtsuitoefening enkel en alleen zijn oorsprong mag vinden in het recht. Recht gaat voor macht. En dat brengt met zich mee dat het recht zelf ook alleen tot stand mag komen volgens de regels van het recht.’ 

Mag ik het in mijn eigen woorden zeggen? Het recht beschermt de burger tegen willekeur van de overheid. Ten eerste door burgers ‘grondrechten’ te verschaffen (vrijheid van meningsuiting, van demonstratie enzovoort). Ten tweede door van de overheid te eisen altijd binnen de grenzen van de wet te handelen. Ten derde door ervoor te zorgen dat nieuwe wetten democratisch worden gelegitimeerd (verkiezingen, parlement). Ten vierde door een onafhankelijke rechter in geval van conflict tussen overheid en burger uitspraak te laten doen. 

Laten we vaststellen dat politieke partijen volgens de rechtsstaat altijd voorstellen mogen doen om de wet te veranderen, ook als die inhoudelijk tegen de rechtsstaat ingaan. En we kunnen alleen vaststellen of voorstellen inhoudelijk tegen de rechtsstaat ingaan als de rechtsstaat een objectief, door iedereen gedeeld ijkpunt is. En dat is niet het geval. Ik geef een aantal voorbeelden. 

De Orde toetst wel aan de klassieke grondrechten, maar niet aan de sociale grondrechten (recht op onderwijs, zorg, huisvesting en dergelijke). Wat is dat nu? Hebben al die juristen zo lang gestreden voor opname van de sociale grondrechten in de Grondwet en dan maken die nog steeds geen deel uit van de rechtsstaat? Het zijn toch ook grondrechten die de burger beschermen tegen de willekeur van de overheid? Ik begrijp de Orde heel goed, omdat die sociale grondrechten nergens afdwingbaar zijn (anders hadden we allemaal al lang een huis), maar het blijft een politieke afweging om de sociale grondrechten buiten de toetsing te houden. 

Als over ‘de kern’ van de rechtsstaat wordt gesproken, hoor ik nooit iemand over internationale verdragen. Maar als we het concreet maken moeten we ons altijd plotseling houden aan internationale verdragen. Zo scoren partijen slecht op de rechtsstatelijke toetsing als ze voorstellen doen die in strijd zijn met internationale verdragen. Maar internationale verdragen kan je toch gewoon opzeggen (even helemaal los gezien van de vraag of dat wenselijk is). Ik ben tegen een stop op asielzoekers, ik ben daar fel tegen, maar waarom zou het tegen ‘de kern’ van de rechtsstaat ingaan als wij uit het Vluchtelingengedrag zouden stappen? Omdat we daarmee de rechten van mensen van elders schenden?

Een andere vraag hangt daarmee samen. Voor wie geldt die rechtsstaat eigenlijk: voor iedereen die in Nederland verblijft of voor iedereen die het Nederlanderschap heeft verworven? Als statushouders geen voorrang meer zouden hebben bij het vinden van een woning zou dat volgens de Orde een aantasting zijn van de rechtsstaat. Dan gaat men er dus vanuit dat de rechtsstaat voor iedereen geldt die hier woont. Dat lijkt me juist, maar het is wel een politieke keuze. Nog afgezien van de onjuistheid om woningen op grond van achtergrond te verdelen in plaats van op grond van persoonlijke nood.

Een laatste voorbeeld: het terugdringen van de rechtsbescherming van de burger noemt de Orde een aantasting van de rechtsstaat. Ik kan me dat heel goed voorstellen. Maar we weten ook dat de rechtsbescherming in de laatste decennia misschien wel erg ver is doorgeschoten en dat door het woud van rechtsbescherming andere belangen of de belangen van andere mensen vaak in het geding zijn gekomen. Die afweging is toch gewoon een politieke afweging. Je hoeft mensen die de woningbouw willen versnellen toch niet meteen aan te wrijven dat ze de rechtsstaat aantasten?

De rechtsstaat is een belangwekkend concept. De rechtsstaat is geen objectief ijkpunt. Ook iedereen die het belang van de rechtsstaat onderkent, zal een eigen invulling geven aan het idee. Daarmee zal elke concretisering, elke operationalisering van de rechtsstaat een politieke afweging vergen, een politieke afweging zijn. Het rapport van de Orde is dus de politieke afweging van een aantal betrokken burgers. 

Rest een laatste vraag die ik mezelf stel. Het is toch sympathiek dat betrokken burgers zich zorgen maken over de rechtsstaat? En er zijn wereldwijd toch ook veel ontwikkelingen te zien die een aantasting van de kern van de rechtsstaat inhouden? Klopt, dat is allemaal pijnlijk waar. Alleen wordt dat niet  beter als je je schijnbaar boven het politieke debat verheft en rode en gele kaarten gaat uitdelen vanuit een onwrikbaar geloof in het eigen gelijk. Terwijl de kracht van de democratie is dat we allemaal onze standpunten hebben en dat we daarover op voet van gelijkheid debatteren. 

Reageer

Uw reactie