Niet alleen de @NAMbv zit fout

mei 8, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Er is weer gedoe in Groningen. De directeur van de NAM heeft gezegd dat nog maar 50 woningen hoeven te worden versterkt omdat de gaswinning binnenkort stopt. Terwijl de overheid nog steeds 26.000 woningen wil versterken. 

Ik heb het te doen met al die Groningers die ongetwijfeld denken dat de overheid haar beloften weer niet gaat nakomen. Want als de NAM straks weigert te betalen, moet je nog maar zien of de overheid wel zin heeft om de portemonnee te trekken. 

Ik ben verbaasd over de NAM, die ongetwijfeld veel geld uitgeeft aan communicatie-adviseurs, maar die altijd weer in staat is om net de verkeerde toon te kiezen op het verkeerde moment.

Maar voor jammerende Kamerleden in media is geen enkele reden. Want de NAM maakt gewoon gebruik van hetzelfde wrakke model waarop de overheid zich al jaren baseert. 

Laten we eerst vaststellen hoe de overheid bepaalt welke woningen moeten worden versterkt. Daartoe draait de NAM een model, het zogenaamde HRA-model. Ja, de overheid baseert al jaren haar beleid op een model van de NAM! Dat model voorspelt hoeveel woningen zodanig moeten worden versterkt dat de inwoners maar eens in de 100.000 jaar door vallend puin worden gedood. Die 100.000 jaar-kans op overlijden gebruikt de overheid ook bij allerlei andere risico’s, bijvoorbeeld bij overstromingen. 

Het bijzondere aan het HRA-model is dat elke run weer geheel andere uitkomsten heeft. In die uitkomsten is zelfs voor de echte deskundigen geen enkele logica te ontdekken. Er is een simpele reden voor deze onbetrouwbaarheid van het model: we weten gewoon veel te weinig van wat er in Groningen onder de grond gebeurt. Over de hele wereld is veel kennis verzameld in de loop der jaren over normale (tectonische) aardbevingen, maar dit soort, door de mens veroorzaakte, aardbevingen komen maar heel zelden voor. En als je niet weet wat er onder de grond met de bevingen gebeurt, kan je ook niet voorspellen wat er boven de grond met de huizen zal gebeuren. 

Wat ik hier vertel is niet nieuw. Het is allemaal al lang bekend. We weten ook dat de run van vorig jaar tot de voorspelling leidde dat enkele honderden panden (waaronder nogal wat boerenschuren) zouden moeten worden versterkt om de veiligheid van de Groningers te waarborgen. En waarom wordt er dan toch over 26.000 woningen gesproken? De reden is alweer simpel. De overheid heef besloten dat alle panden die ooit een keer uit het model kwamen met het predicaat  ‘(licht) verhoogd risico’) toe te voegen aan de lijst van te versterken panden. Je kan het een burger ook niet uitleggen dat hij vorig jaar nog wel een verhoogd risico in zijn woning liep, maar dit jaar niet meer, zonder dat er aan de woning ook maar iets is veranderd. Bovendien zou ik als Groninger het model gewoon niet meer geloven. Overigens heeft de overheid voor het gemak ook nog duizenden andere panden aan de lijst toegevoegd, omdat die toevallig in dezelfde straat stonden of er identiek uitzagen. Dus zo werd de lijst met te versterken panden na elke run van het HRA-model weer langer. 

Tegelijkertijd gaf het model de laatste jaren steeds minder panden het predicaat van ‘(licht) verhoogd risico’, omdat het einde van de gaswinning inmiddels in zicht is. Het is dan ook logisch dat TNO (dat al jaren bezig was om een nieuw HRA-model te ontwikkelen, maar uiteindelijk een identiek model gebruikt) nu heeft berekend dat er nog maar 50 woningen moeten worden versterkt. Let wel: ook TNO weet in essentie niet wat er onder de grond in Groningen gebeurt.

Wie is hier nu consequenter, de NAM of de overheid? Ze baseren zich allebei op hetzelfde (onbetrouwbare) model. En als dat model aangeeft dat er op dit moment nog maar 50 woningen moeten worden versterkt om de veiligheid van de Groningers te garanderen, zegt de NAM: er moeten nog 50 woningen worden versterkt. De overheid zegt dat die 50 woningen moeten worden versterkt, maar dat het om politieke redenen goed is om toch maar alle woningen te versterken waarvan de inwoners volgens het gehanteerde model ooit een risico liepen. Dat was politiek misschien onvermijdelijk, maar het is onzinnig als je in het model zegt te geloven. 

Natuurlijk hebben de NAM en de overheid allebei ongelijk. Ten eerste is dat HRA-model een zeer onbetrouwbaar model, omdat we gewoon onvoldoende weten van die aardbevingen in Groningen. En omdat het model zo onbetrouwbaar is, is de versterking nooit echt van de grond gekomen. Want als de uitkomsten van de ene run waren uitgediscussieerd, kon het debat over de volgende voorspellingen al weer beginnen. Ten tweede zit er nog een andere bizarre fout in dat model. In het HRA-model wordt er namelijk vanuit gegaan dat alle panden in Groningen in goede staat verkeren. Terwijl in Groningen door de jarenlange bevingen nu eenmaal bijna alle huizen niet in goede staat verkeren, en vaak in slechte staat. Die versterking gericht op de toekomst is in de praktijk dan ook vooral herstel van schade uit het verleden. En om die reden moet die versterking van die 26.000 woningen natuurlijk gewoon doorgaan. En hebben Groningers recht op hun boosheid.

Maar Kamerleden die de NAM nu allerlei verwijten maken, hebben kilo’s boter op hun hoofd. Omdat regering en parlement ervoor verantwoordelijk zijn dat zij zo lang hebben vastgehouden aan dat wrakke HRA-model. En omdat er van de versterking nog steeds niks is terechtgekomen, omdat de overheid aan dat model heeft vastgehouden. 

Wie de samenleving wil veranderen moet niet leuk willen zijn #PvdA

mei 3, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

De Wiardi Beckman Stichting organiseert een on-line-debat over de vraag: “Is het leuk bij de PvdA?” Mijn antwoord: naarmate het leuker wordt bij de PvdA, stelt zij minder voor. De PvdA was jarenlang niet leuk omdat ze ertoe deed en omdat ze ertoe deed was het daar jarenlang niet leuk. 

Alleen al die vraag: is het leuk bij de PvdA? Waarom zou het daar “leuk” moeten zijn? Die vraag werd vroeger nooit gesteld. De PvdA was een grote beweging, die ertoe deed. De PvdA was een club mensen, onder wie de zuurgraad soms zo hoog was dat je een milieuvergunning nodig had. De PvdA had congressen die soms niet meer in de hand te houden waren. Dan werd het koningshuis afgeschaft of de NAVO, ondanks alle bezweringsformules van het partijbestuur en nog hoger. Dan werd Joop den Uyl door de afdeling Doniawerstal tot de orde geroepen en werd hem verweten dat zijn oppositie niets voorstelde. Dat was niet leuk voor Joop den Uyl.
De PvdA was ook een politieke partij waarin te veel mensen zich afvroegen wat ze moesten zeggen om erbij te horen, waardoor een politiek debat nooit een echt debat werd. Dat was niet leuk als je gezellig wilde debatteren. De PvdA stond jaren gelijk aan: “macht”. Hoe verwerf ik de macht en vooral: hoe behoud ik de macht? De PvdA was de partij die altijd onevenredig veel wethouders wist binnen te slepen, omdat ze bij de PvdA het spel beheersten. 

Ja, ik heb me er vaak aan geërgerd. Ik had persoonlijk liever een ‘Machtsfreie Kommunikation”. Maar natuurlijk wist ik ook dat je macht moet verwerven, als je de samenleving wilt veranderen. En niet aardig moet zijn, laat staan leuk. 

In 1970 maakte ik mijn eerste congres van de PvdA mee, in de Martinihal in Groningen. Ik mocht turven hoe het gewest Groningen stemde, in de hoop dat dat turven ertoe zou leiden dat Hans Kombrink zijn doctoraalscriptie zou afronden. Hetgeen niet gebeurde. Hetgeen ook niet erg was. Het was de tijd van NieuwLinks, de tijd van Andre van der Louw. Er moest strijd worden geleverd tegen de oude garde. De macht werd even niet meer ingezet om de samenleving te veranderen, maar vooral om de macht over te nemen in de partij. Enige jaren later bracht de Partijraad het Tweede kabinet Den Uyl om zeep. Ja, dat waren nog eens tijden. 

Tussen 2003 en 2008 was ik lid van het Presidium van de PvdA. Wij zaten het congres voor, wij zaten het Politiek Forum voor. En we deden alsof het congres er nog steeds toe deed. Maar we hadden het vooral druk met het bieden van een platform aan Wouter Bos en aan andere leden van de politieke elite. Wij waren er om het congres vooral rustig te houden. Het mocht vooral niet op hol slaan. Dat was natuurlijk al het begin van het einde. Ik geef het met spijt toe.

En nu gaan we praten over de vraag of het “leuk” is in de PvdA. Sorry, dit is het einde van de partij. Wie de samenleving wil veranderen, moet niet leuk willen zijn. 

Mijn 10 corona-ergernissen

april 28, 2021 by  
Filed under artikel, Voorpagina

Gisteren heeft een belangrijk deel van Nederland afscheid genomen van corona. Morgen krijg ik mijn eerste prik. Het wordt tijd om terug te kijken.

Ik ben bang dat deze drie zinnen al ergernis zullen oproepen. Bijvoorbeeld, dat al die feestvierende mensen alleen aan zichzelf en niet aan de zorg hebben gedacht. Bijvoorbeeld, dat eerst de vitale beroepen hadden moeten worden gevaccineerd. Bijvoorbeeld, dat corona nog lang niet is afgelopen.

Het hoort bij corona. Het virus belemmert ons te zeer en te lang. En daarom worden we geïrriteerd. Ik herken het zelf ook. Daarom bestaat mijn terugblik uit mijn 10 belangrijkste ergernissen van het afgelopen jaar. 

  1. Ik erger me aan al die wetenschappers die ons vertellen wat we moeten doen (terwijl hun onderzoek hoogstens aangeeft waarom er wat gebeurt). 
  2. Ik erger me aan politici die achter diezelfde wetenschappers wegduiken (terwijl het aan hun is om alle belangen politiek te wegen).
  3. Ik erger me aan politici die menen dat zij de dood kunnen voorkomen (terwijl er elke week in Nederland ongeveer 3000 mensen dood gaan).
  4. Ik erger me aan politici die alleen maar willen voorkomen dat de zorg wordt overlopen (terwijl mensen gewoon overlijden als hun medicijnen te duur zijn).
  5. Ik erger me aan politici die er geen moeite mee hebben om onze vrijheden met voeten te treden (en tegelijkertijd accepteren dat wij ons daarvan niet veel aantrekken).
  6. Ik erger me aan het eindeloze overleg dat aan enig beleid vooraf gaat (vooral als niet de inhoud maar de machtspositie centraal staat).
  7. Ik erger me aan al die Kamerleden die nooit eens een fundamentele vraag hebben gesteld bij het corona-beleid van de regering.
  8. Ik erger me aan al die medeburgers die al die ingrijpende maatregelen van politici voor zoete koek hebben geslikt (afgezien van enkele wappies die in hun onnozelheid meteen maar alle feiten verdonkeremanen). 
  9. Ik erger me aan al die media die zonder discussie zijn meegegaan in het frame van de regering (terwijl autonome media inhoud geven aan een levende democratie).
  10. Ik erger me aan het gedraai van Mark Rutte in aan het aangezicht van de kiezer en aan de oudbakken metaforen van Hugo de Jonge. 

[In een vorige versie ergerde ik lezers door een irritant gebruik van het werkwoord irriteren. Dat kunnen we in deze tijden er niet bij hebben. Vandaar een correctie.]

Foute bestuurscultuur: ja, hoe wij behandeld worden

april 24, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

We hadden het over de toeslagen-affaire. We spraken er schande van hoe mensen door de Belastingdienst waren behandeld. Hoe de Belastingdienst discrimineerde. Hoe de Belastingdienst de wet aan zijn laars lapte. De bestuurscultuur kwam hoog op de agenda. 

Maar in Den Haag moet je altijd goed opletten. Want plotseling ging het niet meer over de slachtoffers van de toeslagen-affaire, maar over de informatie-voorziening aan de Kamer. Over macht en tegenmacht en over de leugens van Rutte. Het ging plotseling  niet meer over de vraag hoe burgers door de overheid worden behandeld, maar of de verhouding tussen Kamer en kabinet niet uit het lood was geslagen. Tjeenk Willink werd erbij gehaald, en die had de oplossing al vooraf bedacht: een summier regeerakkoord. Had ik iets gemist? Zouden de gedupeerde ouders voortaan wel hun kinderopvangtoeslag krijgen op basis van een summier regeerakkoord? Dat noemen we ook wel het herdefiniëren van het probleem. 

Dit nieuwe probleem was overigens een stuk minder groot. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat ‘Den Haag’ liever over de dikte van regeerakkoorden spreekt, dan over de relatie tussen de overheid en de burger. Bovendien: is er echt zoveel mis aan de relatie tussen Kamer en kabinet? De relatie zou niet transparant zijn. Maar was al niet veel langer bekend dat transparantie niet tot de gereedschapskist van een politicus behoort? Onderhandelen doe je niet door al je kaarten meteen op tafel te leggen. En als je goed onderhandelt ontkom je soms niet aan een leugentje om best wil. Je moet in Den Haag niet alleen gelijk hebben, maar ook gelijk krijgen. En je krijgt alleen gelijk door aan inhoudelijke rationaliteit een grote dosis politieke rationaliteit te koppelen. Ja, wie niet accepteert dat politici slim en handig zijn, moet ook niet klagen als politici niets voor elkaar krijgen. 

En nog iets: natuurlijk heeft het kabinet veel te veel pagina’s witgelakt, en heeft de Kamer veel te lang op de juiste informatie moeten wachten. Dat was niet goed. Maar inmiddels zijn de rollen al aardig omgedraaid. Het gaat al zo ver dat het kabinet nu zelfs de eigen notulen openbaar moet maken. Er komt geen nieuw kabinet zonder instemming van Pieter Omtzigt. En ik denk niet dat voorlopig veel ministers het aandurven om pagina’s wit te lakken. Oké, het was niet fraai wat het kabinet allemaal deed in de richting van de Kamer, maar die tijd lijkt toch echt voorbij. 

Het fundamentele probleem ligt dan ook niet in de relatie tussen de Kamer en het kabinet. Het fundamentele probleem zit hem in de relatie tussen overheid en burger. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen rijk en gemeenten. Sinds het neo-liberale denken de overheid in zijn greep heeft gekregen, is de burger vooral klant geworden. Een klant die alleen bij de overheid kan kopen. De gevolgen zijn na 20 jaar schrikbarend. 

Als je een bijstandsuitkering wilt hebben, denkt de overheid je binnenste buiten te mogen keren. Een volstrekt onduidelijk ‘Inlichtingenbureau’ (zie De Volkskrant van vrijdag) verzamelt geheel buiten de wet om alle gegevens over je. Als de overheid meent dat je te veel geld hebt ontvangen, wordt je daarvoor genadeloos gestraft. 

Als je een kindertoeslag wilt hebben, wordt je op grond van je achternaam tot fraudeur bestempeld, om je vervolgens naar je toeslag te laten fluiten. 

Als je toevallig in Groningen woont waar de overheid met de NAM veel geld heeft verdiend aan de gaswinning, moet je jaren wachten om schade aan je woning vergoed te krijgen en wordt je woning waarschijnlijk nooit meer versterkt, ondanks alle beloften van achtereenvolgende ministers. 

Als je toevallig de overheid als klant hebt, krijg je je geld pas na maanden en maanden zeuren en alleen als je helemaal voldoet aan haar bureaucratische regels. Stel je voor dat ik een brood koop bij de bakker en zonder betalen de winkel uitloop omdat de bakker geen e-factuur bij mij heeft ingediend en bovendien het verkeerde ordernummer heeft doorgegeven. Ja, zo gaat het bij de overheid wel. 

Als je kind psychische zorg nodig heeft beslist daarover de gemeente, in plaats van een deskundige psycholoog of arts. De gemeente vraagt daarbij rustig inzage in patiëntendossiers die toch echt onder het medisch beroepsgeheim vallen. 

Ja, er zijn uitzonderingen. Als je een zware klant bent, wordt de overheid plotseling een stuk soepeler. Zo verlenen provincies zo ruimhartig milieuvergunningen aan grote bedrijven dat de maatschappelijk schade jaarlijks € 220 miljoen bedraagt. En ja, die schade moeten wij als simpele klanten samen dragen. 

Nee, het is geen toeval dat elk departement en elke gemeente tegenwoordig spreekt over bedrijfsvoering en over concernmanagers. Zij zien zichzelf als bedrijf en de burger als klant. De markt gaat voor alles. Alleen is er helaas geen marktwerking, omdat de overheid het monopolie heeft. 

Als we over een verkeerde bestuurscultuur spreken, laten we het dan hierover hebben. 

Van Dissel is niet meer dan “Jaap, waar zijn mijn cijfers”

april 22, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

De persconferentie van Mark Rutte en Hugo de Jonge van deze week was perfect. Ik heb hem meteen helemaal uitgeschreven voor de cursisten van mijn masterclasses over kennis en beleid. 

Wat was namelijk het geval. Het OMT had geadviseerd om te wachten met het versoepelen van de lockdown. En toch besloot het kabinet om te gaan versoepelen. En voor de duidelijkheid: het gaat me er niet om of dat laatste een wijs besluit is geweest. Het gaat me erom dat het kabinet zo wijs was om uiteindelijk zelf de politieke afweging te maken en niet automatisch de politieke afweging van het OMT te volgen. 

Ja, mijn kijk op dit soort zaken is nogal simpel. Het OMT hoort de kennis aan te leveren (hoe ontwikkelt het aantal besmettingen zich, hoe ontwikkelt de ziekenhuisbezetting zich, hoe ontwikkelt de bezetting van de IC’s zich) en de politiek hoort vervolgens (in het licht van die kennis!) de verschillende belangen af te wegen. En moet daar ook eerlijk en open over communiceren. Precies wat Rutte en De Jonge deze week deden. 

Eerder koos het kabinet vaak voor een andere strategie: het verschool zich opzichtig achter het advies van het OMT. Dat is jammer want kennis zegt niet wat je moet doen. Om te weten wat je moet doen is altijd een politieke afweging nodig, en die wordt bij voorkeur door het kabinet en niet door de ‘witte jassen’ gemaakt. Omdat ik niet hou van een kabinet dat zich verschuilt achter ‘wetenschappelijke adviezen’ (= persoonlijke adviezen van wetenschappers), was ik deze week dus aangenaam verrast. 

Dat gold niet voor iedereen. Aura Timen van het RIVM, tevens secretaris van het OMT, kwalificeerde het besluit van het kabinet als een “politiek besluit”. Dat was een hele bijzondere opmerking. Alsof niet elk besluit van het kabinet een politiek besluit is. Maar wellicht bedoelde ze dat een kabinet een goed besluit neemt als het  advies van het OMT wordt gevolgd en een politiek besluit als het om politieke redenen van het advies van het OMT wordt afgeweken. 

Elk besluit over lockdown en versoepelingen is een ‘politiek besluit’. En elk besluit over lockdown en versoepelingen moeten niet door wetenschappers, RIVM of mevrouw Timen worden genomen, maar door de verantwoordelijke politici. Ik dank mevrouw Timen dat ze zo helder heeft verwoord waar ze zelf niet over gaat. 

Het gezag van de @Gezondheidsraad vervliegt snel

april 21, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Één ding is zeker: niet iedereen komt ongeschonden uit de coronacrisis. Ik ben bang dat dat ook voor de Gezondheidsraad geldt. De Gezondheidsraad is lange tijd een zeer gerespecteerde adviesraad geweest in Den Haag. Maar helaas is in de coronacrisis niet helemaal duidelijk geworden waarop dat respect gebaseerd was. Door de dominante positie van het RIVM en het OMT in de advisering van het kabinet is de Gezondheidsraad vanaf het begin naar de zijlijn verdreven. Bovendien ondervond de Raad de concurrentie van de EMA, de Europese dienst die wel of geen goedkeuring aan vaccins verleent. En op die zijlijn heeft de Raad niet altijd even handig geopereerd. 

Het kabinet verzocht de Gezondheidsraad al vroeg in de crisis om te adviseren over de  de beste vaccinatie-strategie voor het geval het eerste vaccin zou zijn goedgekeurd. Het duurde vele maanden voordat de Gezondheidsraad met een advies kwam. Bij dat advies werd de zwakte van de Gezondheidsraad al meteen duidelijk. De Raad opperde een aantal strategieën en koos vervolgens zonder verdere motivatie voor één van die strategieën: het vaccineren zou erop gericht moeten zijn om zoveel mogelijk mensenlevens te redden. Een hele plausibele strategie maar het snel vaccineren van alle vitale beroepen was ook heel goed te verdedigen geweest. In zijn advies ging de Raad er gemakshalve aan voorbij dat je ook mensenlevens redt door een gedegen sociaal beleid. Het was echt een advies vanuit het ziekenhuis, hetgeen je deze club van verstandige artsen overigens niet meteen kwalijk mag nemen. 

Daarna werd de Gezondheidsraad nogal eens ingeschakeld om tijd te winnen. Zodat de minister een pijnlijke beslissing nog even voor zich uit kon schuiven. Of om het werk van de EMA nog eens over te doen, op voorhand een onbegonnen zaak. Daarbij opereerde de Gezondheidsraad vaak weinig overtuigend. Zo werd geadviseerd om het AstraZeneca-vaccin niet meer te gebruiken voor mensen beneden de 60 jaar. Dat had veel schrikreacties bij mensen boven de grens van 60 tot gevolg. Men had ook kunnen zeggen dat het bij de verdeling van de vaccins het beste zou zijn om AstraZeneca en Pfizer te geven aan mensen boven de 60, en Jansen daaronder. Dat had veel onrust voorkomen. 

Zo dringt zich de vraag op of het kabinet in het afgelopen jaar minder af zou zijn geweest als er geen Gezondheidsraad was geweest? Ook zonder antwoord te geven op die vraag is duidelijk dat bij de ‘oude’ Gezondheidsraad die vraag nooit zou zijn gesteld. Overigens is het wel zo eerlijk om te melden dat de Gezondheidsraad in het afgelopen jaar is opgelopen tegen de dilemma’s waarmee alle adviesorganen te dealen hebben. Te denken valt aan de volgende dilemma’s: 

  • Adviesorganen als de Gezondheidsraad geven advies op basis van de deskundigheid van de leden. Maar het kennen van de feiten en van het veld is niet voldoende om een advies te kunnen geven aan de minister. Elk advies vergt een politieke afweging, een afweging op basis van normen en waarden. En bij adviesorganen heb je plat gezegd niet meer dan de normen en waarden van de leden. Het is zeker in een crisis de vraag of de samenleving op deze persoonlijke afweging van een aantal experts zit te wachten. Ja, de minister kan zich achter een advies verschuilen, als hem dat goed uitkomt. Maar hij kan er even gemakkelijk van afwijken als hij zelf een andere politieke afweging maakt. 
  • Adviesorganen lijken zich niet altijd bewust te zijn van dit dilemma. En dat geldt zeker voor een adviesorgaan dat is samengesteld uit ‘dokters’. Dokters hebben geleerd om de patiënt te vertellen wat goed voor hem of haar is. Ik kan me goed voorstellen dat deze beroepsgroep meer moeite heeft om zich te realiseren dat een advies altijd een afweging is op basis van eigen waarden en normen. 
  • De Gezondheidsraad heeft een structuur die dit probleem alleen maar versterkt. Hoewel we bij een adviesraad gemakkelijk denken aan een raad bestaande uit een voorzitter en een aantal leden, die gezamenlijk alle adviezen formuleren, is dat bij de Gezondheidsraad niet het geval. De Gezondheidsraad bestaat uit een voorzitter, een 20-tal secretarissen en een kaartenbak van deskundigen. Als er een adviesvraag komt nodigt de voorzitter een drietal of een viertal leden uit de kaartenbak uit, om een advies uit te brengen. Hoewel vaak geprobeerd wordt om dat advies nog wat bij te sturen, heeft de commissie uiteindelijk het laatste woord. De wet verplicht de voorzitter om het advies van de commissie naar de Minister te sturen. Je kan je voorstellen dat een permanente adviesraad gaandeweg leert dat expertise op zich onvoldoende is voor een advies en dat er altijd een politieke afweging moet plaatsvinden. Je kan je ook voorstellen dat zo’n ad-hoc-commissie helemaal niet de ervaring kan opdoen om dat dilemma te doorgronden. Nog afgezien van het feit dat de ene commissie andere politieke afwegingen zal maken dan de ander.
  • Tot slot gaat het bij adviezen van de Gezondheidsraad niet alleen om expertise en normatieve afwegingen. Het gaat ook om het besef dat in Den Haag niet alleen inhoudelijke rationaliteit, maar ook politieke rationaliteit een grote rol speelt. Bijvoorbeeld het besef dat een advies van de Raad in de media een heel ander gewicht kan krijgen dan ermee is beoogd (AstraZeneca niet gebruiken onder 60!). Of het besef dat van elk advies elke avond aan de tafel van Op1 gehakt kan worden gemaakt. En juist dan is het werken met ad-hoc-commissies uiterst kwetsbaar. Die mensen hebben bij wijze van spreken niet eens tijd om hun witte jas uit te doen, en denken misschien al snel dat het genoeg is om gelijk te hebben. In Den Haag weet men over het algemeen dat gelijk krijgen belangrijker is. 

Deemoed past ambtelijk Den Haag

april 16, 2021 by  
Filed under artikel

De Secretarissen-Generaal waarschuwen voor departementale herindeling. Dat hebben ze in een brief aan informatie Herman Tjeenk Willink laten weten. De brief verbaast. Al is die waarschuwing tegen een departementale herindeling heel terecht. 

Het is ene bekend thema bij kabinetsformaties: een andere indeling van de departementen. Nu is er weer een politieke meerderheid voor de heroprichting van het Ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer). De SG’s hebben dat dus liever niet. 

En inderdaad: de SG’s hebben een punt. Elke verandering van de indeling van de departementen kost veel tijd en veel geld. Met het gesleep met stoelen en het overplaatsen van ambtenaren ben je zo een jaar kwijt, voordat je aan nieuw beleid kan beginnen. Dat is niet efficiënt. Bovendien: wat bereik je ermee als je de Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onderbrengt binnen één departement. De eerste twee vormen nu al samen één directoraat-generaal, binnen het ministerie van BZK. Ze  zijn nog nooit zo dicht bij elkaar geweest. Het enige probleem is: dit kabinet heeft geen ambitie en visie als het om de woningmarkt gaat. 

En er is nog een probleem: er is geen afzonderlijke minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Er is zelfs niet eens een staatssecretaris voor. Ollongren doet het er allemaal bij. Als je in Den Haag echt iets te zeggen wil hebben, heb je een eigen minister nodig die op elke vrijdag aanschuift bij de Ministerraad. 

Een klein voorbeeld: in 2010 werd VROM opgeheven en werd milieubeheer ondergebracht bij Verkeer en Waterstaat. Het nieuwe departement voerde al in zijn eerste maanden de 130 km/uur op de snelwegen in. Bij de voorbereiding van dit besluit werd het directoraat-generaal voor Milieu geheel gepasseerd en het milieu geheel genegeerd. Dat was onmogelijk geweest als Milieu nog een eigen minister had gehad. 

Maar voor de rest gaat de argumentatie van de SG’s redelijk mank. Ze vinden een herindeling van departementen vooral niet nodig omdat de departementen onder hun leiding al zo goed samenwerken. Dat lijkt me bezijden de waarheid. Laat duidelijk zijn: ik heb er helemaal geen bezwaar tegen als departementen elkaar bestrijden, ze strijden immers voor verschillende maatschappelijke belangen. Maar het is wereldvreemd om te doen alsof dat niet zo is. 

Maar mijn verbazing betreft vooral de toon van de boodschap. De SG’s steken niet alleen een stokje voor een nieuwe departementale indeling, ze waarschuwen de Kamer ook voor te veel nieuwe wetgeving. Bijvoorbeeld als reactie op de Toeslagen-affaire. Alsof de ambtelijke dienst momenteel goed functioneert en de SG’s het allemaal onder controle hebben. Alsof er geen Toeslagen-affaire is geweest, waarbij niet de minister eindeloos teksten heeft witgelakt, maar zijn ambtenaren. Alsof dat befaamde rapport van de juriste van de Belastingdienst niet door ambtenaren onder de pet is gehouden. Alsof er geen commissie-Van Aartsen is geweest die heeft aangegeven dat er van alles mis bij het toezicht op de uitvoering van de milieuwetgeving. Alsof er geen commissie-Bosman is geweest die heeft aangegeven dat er van alles mis is bij de uitvoering van het beleid. Alsof er niet permanent gedoe is bij de IND. Alsof het ambtelijk allemaal in orde was bij het jarenlange drama van de aardbevingen in Groningen. Alsof topambtenaren niet veel te veel bezig zijn met het uit de wind houden van de eigen minister. Alsof het niet goed zou zijn om de rol van de ambtenaar in de komende jaren opnieuw te definiëren.

Natuurlijk, uiteindelijk zijn de ministers formeel verantwoordelijk. Maar het zou niet verkeerd zijn om de SG’s eens aan te spreken op het functioneren van de ambtelijke dienst. En op zijn minst zou enige deemoed de dames en heren SG’s niet misstaan nu er de laatste jaren zoveel is misgegaan. Of zouden ze zich van dat laatste nog niet bewust zijn?

Vaccineren: het is tijd voor de kapper-strategie

april 13, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

In Engeland gaan de eerste pubs weer open. Er is een goede reden: het aantal besmettingen is in het Verenigd Koninkrijk in de laatste maand drastisch gedaald. Ze hebben daar per dag nog ongeveer 2000 positieve tests (op 65 miljoen inwoners). Hier hebben we er 7000 (op 17 miljoen inwoners). En de oorzaak is een hele simpele: in het VK wordt in hoog tempo gevaccineerd en ons lukt het maar niet om vaart te maken. Het is tenenkrommend.

Wat is de oorzaak van dat trage vaccinatieprogramma? Simpel: we zijn niet in staat om boven onszelf uit te stijgen. Zelfs nu niet. We zijn een tot op het bod gedecentraliseerd land, waar velen weigeren om ook maar één millimeter van hun bevoegdheden conform artikel 12, lid 4 af te staan. En zo kan het gebeuren dat we een perfecte gezondheidszorg hebben en dat we toch niet in staat zijn om die vaccins snel in die bovenarmen te krijgen. Andere landen tuigen meteen een adequate organisatie op, centraal aangestuurd. En die organisatie gaat prikken, tot ze erbij neervalt. Bij ons zijn de huisartsen, die hun griepvaccinatie jaarlijks voortreffelijk uitvoeren, grotendeels buitenspel gezet. Maar er is in feite niets voor in de plaats gekomen. Ja, de GGD, waarop al jaren zoveel is bezuinigd dat het ook een half jaar heeft gevergd voordat ze het testen een beetje op orde hadden. En ik vrees dat het in deze wereld van-op-je-eigen-rechten-staan, niet veel uitmaakt wie minister van Volksgezondheid is. Iemand met meer gezag dan Hugo de Jonge was ook kapot gelopen op dit eilandenrijk. 

In Nederland hebben we niet alleen moeite om macht af te staan (zie die grote en kleine burgemeesters elke week weer sputteren tegen de oekazes uit Den Haag), we hebben ook allemaal een mening. In goede tijden noemen we dat “polderen”. Wim Kok mocht ooit Bill Clinton de voordelen daarvan nog eens uitleggen. Maar polderen is dramatisch als je een samenleving wil vaccineren. Dan verdwijnt elke nieuwe strategie na 2 incidenten weer uit het zicht. De Gezondheidsraad speelt in dit spel een pijnlijke hoofdrol. Aan het einde van 2020 kwamen ze na maanden vergaderen melden dat er voor het vaccineren verschillende strategieën denkbaar waren. Ze waren zelf, zonder enige motivatie voorstander van de strategie waarbij de meeste levensjaren werden gered. Helemaal geen gekke gedachte. Maar daarna kwamen Gommers en Kuipers eisen dat hun verpleegkundigen het heel zwaar hadden en dus ook recht hadden op een prik. Dat gold eerst voor verpleegkundigen die in aanraking kwamen met COVID-patiënten. Deze week gold het plotseling ook voor de andere medewerkers van de ziekenhuizen. Inmiddels is aan de hele vaccinatiestrategie geen touw meer vast te knopen. 

Een dramatisch hoogtepunt bereikten we met het advies van de Gezondheidsraad van deze week om het vaccin van AstraZeneca voortaan alleen aan 60+-ers te geven. Omdat het niet veilig zou zijn voor de mensen onder de 60. Dokters moeten weten dat elk vaccin bijwerkingen kent. Je grijpt niet voor niets in op het immuunsysteem van mensen met die prikken. En niet vaccineren heeft veel grotere nadelen. Het ergste is dat inmiddels veel 60+-ers denken dat ze een groot risico lopen met dat vaccin van AstraZeneca. Huisartsen klagen dat op sommige plaatsen 40% van de opgeroepen 60+-ers wegblijven. Terwijl de Gezondheidsraad simpel alleen had moeten zeggen welke mensen wel een AstraZeneca-vaccin hadden moeten krijgen. En dat advies hadden ze moeten deponeren bij de mensen die prikken en niet bij een afdeling Communicatie die dacht te kunnen schitteren. Ho maar. 

Helaas staat de Gezondheidsraad voor iets groters: we weten het allemaal beter. En het kabinet drijft stuurloos rond op al die ongevraagde meningen. 

Het wordt tijd om elke strategie los te laten. Organiseer waar het maar kan een prikpoli. In sportzalen, in scholen. Zeg maar: in elk stembureau. Prik iedereen die geprikt wil worden. En laat mensen die zeker willen zijn van een prik van te voren een afspraak maken. Alle anderen moeten misschien wat langer wachten. Je kan dat de kappers-strategie noemen: “we knippen ook zonder afspraak”. Zal je zien hoeveel prikken dan elke week worden gezet. 

Dom Hans van der Laan: architectuur is een vak

april 5, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

We waren toevallig toch in de buurt. Een mooie gelegenheid om nog eens aan te bellen. Jaren geleden bezocht ik de nieuwbouw van de Abdij Sint-Benedictusberg van architect Dom Hans van der Laan. In het gehucht Mamelis bij Vaals. Er was niets veranderd, zoals er in kloosters vaak in decennia niets verandert. Maar ook aan mijn mening was niets veranderd en aan mijn gevoel al evenmin.

Dom Hans van der Laan was architect en abt van het klooster in Mamelis in de tweede helft van de vorige eeuw. Maar hij was ook de grondlegger van de ‘Bossche School’ in de architectuur. Jan de Jong is een andere bekende naam uit deze school. Ik heb geen architect, ik ben geen bouwkundige. Ik kan me wel voorstellen dat bouwkundigen veel moeite hebben om het werk van Dom Hans van der Laan te plaatsen. De Bossche School bouwde veel kerken en kloosters, maar ook veel huizen, vooral in het Zuiden van het land. Wie de school opzoekt op internet struikelt over het woord ‘traditioneel’. Maar als ik mijn gevoel moet omschrijven als ik de kapel in Mamelis betreed, heb ik niets aan het woord ‘traditioneel’. Dit gaat veel dieper.

Dom Hans van der Laan heeft een groot deel van zijn leven gewijd aan een zoektocht naar het plastisch getal. In mijn eigen woorden: een zoektocht naar de oervorm van de architectuur. Of beter: naar de oerverhoudingen in de architectuur. Het plastisch getal wordt wel omschreven als ‘het evenwichtig samengaan der maten, zowel in de delen als in het geheel van het gebouw’. Van der Laan vroeg zich af: wat zijn de natuurlijke, vanzelfsprekende verhoudingen van een zaal, van een deur, van een raam. Hoe breed moeten de muren tussen de ramen zijn. Hoeveel ramen in een kerk voelen ‘natuurlijk’ aan. 

Er zijn prachtige boeken over de ideale verhoudingen geschreven. Er zijn prachtige boeken over de kapel van Dom Hans van der Laan in Mamelis geschreven. Soms lijken het ondoorgrondelijke formules. Maar als je in die kapel staat, in die gewijde ruimte, dan voel je dat die maten kloppen. Dat elke verhouding klopt. Dat die 5 ramen langs de smalle kant van de kapel alleen maar beantwoord kunnen worden door 12 even grote ramen aan de lange kant van de kapel. Hier voel je wat goede architectuur is. Geen grote woorden, geen vage spinsels, maar gewoon gevoel. 

Als je die kapel in Mamelis beleeft dringt het besef tot je door: architectuur is een vak. Bij een architect hoort de eerste vraag niet te zijn tot welke stroming hij of zij behoort, maar of hij of zij het vak verstaat. Uiteindelijk is niet relevant of hij of zij een traditionalist, een modernist of een post-modernist is. Voorop staat de vraag hij of zij een goede architect is. Iemand die mensen geborgenheid kan bieden door uit te gaan van de juiste verhoudingen. Daarna komt de vraag naar de stroming die de architect zou (willen) vertegenwoordigen.

Maar moeten we Dom Van der Laan dan als een traditionalist zien, omdat de Bossche School op internet als een school van traditionalistische architecten wordt omschreven? Als ik me opgenomen voel in de ruimte van de kapel in Mamelis zijn termen als Romaans en modern voor mij meer terzake. Die combinatie is niet verrassend omdat in beide stromingen het zoeken naar de essentie centraal stond. Versieringen komen je in Romaanse kerken en in modernistische woonhuizen weinig tegen. 

Toch vermoed ik dat Dom Van der Laan deze discussie zinloos zou hebben gevonden. Juist omdat het hem om de essentie van het bouwen ging. Om de onderlinge verhoudingen van de maten. In dat opzicht laat Dom Van der Laan zich niet plaatsen. Hij is vooral tijdloos. En een mooier compliment kan een architect eigenlijk niet krijgen. 

De geloofwaardigheid van Kaag versus de trouw aan Rutte

april 4, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Als je van politiek houdt en zeker als je aan politiek verslaafd bent, was het Verkennings-debat van afgelopen donderdag een hoogtepunt in een lifetime. Twee weken na de verkiezingen werd Mark Rutte alsnog afgestraft voor al zijn gerommel, geritsel en geheugenverlies. Hij had zijn hand overspeeld door al in een vroeg stadium van de formatie te proberen om Pieter Omtzigt uit te schakelen. En vervolgens loog hij iets te geforceerd over zijn inbreng. Dat Jorritsma en Ollongren in commissie mee-logen maakte het allemaal niet beter. Het was prachtig om te zien dat de hele dierentuin uit zijn kooien brak om die irritante oppasser samen te grazen te nemen.

Er restte aan het einde van de nacht nog een schamele steun. Zijn coalitiepartijen steunden geen motie van wantrouwen tegen Mark Rutte maar ‘slechts’ een motie van afkeuring. Die laatste motie werd door Sigrid Kaag in perspectief geplaatst. Zijn zou zelf in zo’n geval zeker aftreden, maar “ze was een ander mens”. Daarmee was haar standpunt duidelijk: Rutte hoefde nog niet af te treden als demissionair minister-president, maar zijn volgende kabinet kon hij gevoeglijk vergeten. Ruim een dag later sprak Segers onomwonden uit dat hij niet deel zou nemen aan een vierde kabinet-Rutte.

Daarmee verloor dat beoogde kabinet nu al een meerderheid. En het valt niet te verwachten dat Kaag na de gevraagde tijd voor reflectie tot een ander standpunt komt dan Segers. Beter gezegd: Segers dwingt haar om ook partij te kiezen. Kaag zou al haar geloofwaardigheid verliezen als ze nu alsnog een vierde kabinet-Rutte zou steunen.En ook Hoekstra lijkt onvoldoende warme gevoelens voor Rutte te koesteren. Het einde van Mark Rutte als minister-president is erg nabij. 

Dat hoeft niet te verbazen. Het einde van politieke leiders gaat altijd gepaard met nonchalance en zelfoverschatting. Of persoonlijke gekwetstheid.Tien jaar op een apenrots verandert het gedrag van mensen en vooral hun vermogen om zichzelf nog in het juiste perspectief te zien. Het controleren van het politieke spel verliest zijn terughoudendheid. Het gevoel van onmisbaarheid gaat te veel overheersen. Simpel gezegd: juist door te denken dat hij nu eindelijk alles in zijn greep heeft, verliest de leider zijn greep op de macht. Dat gaat altijd geleidelijk, maar dat geleidelijke proces is niet altijd voor iedereen zichtbaar. En zo kwam het einde van Rutte voor velen misschien toch nog tamelijk onverwachts. 

En nu verkeren we in een impasse. Na de stap van Segers kan Kaag Rutte niet meer aan zijn vierde kabinet helpen. En na hun motie van wantrouwen geldt dat nog sterker voor andere potentiële regeringspartijen als PvdA, GroenLinks en SP. En zoals gezegd: waarom zou Hoekstra Rutte wel helpen terwijl hij al moeite genoeg heeft om Pieter Omtzigt binnenboord te houden.

Tegelijkertijd scharen de paladijnen zich allemaal om Rutte. Zijn eigen fractie heeft haar steun uitgesproken in haar leider, maar laten we niet vergeten dat deze fractie na tien jaar almacht van Rutte geheel bestaat uit mensen die hun loopbaan aan de grote leider te danken hebben.

De impasse laat zich dan ook simpel beschrijven. De meerderheid in de Kamer wil af van Rutte. Omdat ze de overwinning van de VVD bij de verkiezingen respecteren zullen ze opteren voor een andere minister-president van VVD-huize. Rutte en zijn paladijnen zien het liefste dat Rutte op die plek blijft zitten. 

Deze impasse vraagt vooral veel tijd (tenzij Rutte zelf op korte termijn inziet dat de strijd verloren is). Die impasse is pas doorbroken als D66 en ChristenUnie en enkele andere partijen inboeten op hun geloofwaardigheid. Of wanneer de paladijnen van de VVD hun leider langzaam loslaten. Ik gok op dit moment op het laatste. 

Volgende pagina »