De PvdA mag nooit blij zijn met 16 zetels

februari 22, 2021 by  
Filed under artikel, Voorpagina

Lilianne Ploumen is met een grote achterstand begonnen. Haar partij kan al jaren in de peilingen de weg naar boven niet meer vinden. Zelf onbekend bij de grote massa omdat ze veel te laat is ingestapt. Toch zal een mooie uitslag me straks niet verbazen. In de campagne verrast ze en overtuigt ze. En bij een mooie uitslag denk ik aan 16 zetels. En die 16 zetels zullen door de PvdA worden omarmd als een mooie uitslag! 

Hoe ver zijn we gezonken? Dat de partij van Drees, Den Uyl en Kok blij zal zijn met 16 zetels! Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het Kiezersonderzoek van de NRC geeft het antwoord:

  • 30% van de Nederlandse is zowel economisch links als cultureel conservatief en wordt op dit moment nauwelijks bediend;
  • de PvdA is een randverschijnsel geworden en trekt bijna alleen nog maar hoogopgeleide progressieve ouderen.

Ja, zie daar het drama van de PvdA. Die 30% is gewoon de oude achterban van de PvdA. Dat zijn de mensen in de ‘volksbuurten’, dat zijn de mensen die een modaal inkomen verdienen. Dat zijn de mensen die vroeger van de PvdA veel verwachten. En die dat geloof zijn kwijtgeraakt. Omdat de PvdA cultureel de aansluiting met hen is kwijtgeraakt. 

Cultureel staat hier voor een breed scala aan opvattingen. Maar denk vooral aan de kosmopolitische hogeropgeleide die de kansenongelijkheid nooit aan de levende lijve heeft ondervonden. Aan de mensen die hun identiteit ontlenen aan dure merken en dure koffie. Aan de mensen die migratie als een verrijking zien, vanwege al die leuke restaurantjes en omdat Polen goedkoper zijn. Aan de mensen die het neo-liberalisme omarmden omdat ze zelf heel goed in staat waren om in dat keuzen-paleis hun juiste keuze te maken. Aan de mensen die zich Europeaan voelen, omdat de musea in Parijs nog mooier zijn en de clubs in Berlijn veel spannender. 

Voor die 30% van de bevolking lag dat anders. Die zagen de kansen voor hun kinderen in het onderwijs dalen omdat de rol van de ouder in het onderwijs steeds belangrijker werd. Die zagen door de komst van migranten hun identiteit ter discussie gesteld. Die zagen door migratie hun kansen op werk en woning kleiner worden. Die zagen in het neo-liberalisme vooral een hardvochtige overheid bij wie je je toeslag echt moet verdienen. Die hadden steeds meer het terechte gevoel dat het verre Brussel veel over ons te zeggen heeft. En die zagen vooral dat de bovenlaag steeds rijker werd. Ja, die kosmopolieten.  

Die 30% heeft de PvdA verlaten. Nadat de PvdA die 30% de PvdA in de kou heeft laten staan. Nee, natuurlijk is de PvdA blijven opkomen voor de mensen die het meeste te lijden hebben onder de kansenongelijkheid. Door zekerheid te willen bieden. Maar dat goedbedoelde paternalisme is niet genoeg om mensen aan je te blijven binden. Mensen willen vooral hun eigen zekerheid definiëren. 

Bovendien maakt de PvdA al decennia de fout om specifieke groepen te benoemen, die op achterstand staan en om die reden blijkbaar voorrang moeten krijgen. Zo is de kandidatenlijst al jaren een mooie foto van de doelgroepen die de PvdA wil bedienen. Maar een partij die inkomens wil nivelleren, die kansenongelijkheid in het onderwijs en op de arbeidsmarkt wil wegnemen, die moet nooit de fout maken de ene kansarme boven de andere te stellen. De PvdA moet iedereen gelijke kansen bieden, ongeacht huidskleur, geloof of sekse. 

#Corona, de avondklok en de cijfers

februari 17, 2021 by  
Filed under artikel

Het gaat niet goed met de mentale staat van Nederland. Corona duurt te lang. Dat vergt twee dingen: alle corona-leiders moeten meer rust uitstralen en we moeten ons baseren op de feiten. Daarvan was gisteren geen sprake. 

Rutte riep ons allen op om de avondklok te blijven respecteren terwijl de rechter net had geoordeeld dat die avondklok geen juridische basis had. Van een minister-president verwacht je dat hij zich houdt aan de uitspraken van de rechter. Maar Rutte leeft blijkbaar inmiddels in zo’n staat van onrust, dat deze simpele gedachte niet meer bij hem opkwam. Alsof zonder avondklok de strijd tegen het virus definitief verloren zou zijn. 

Het RIVM brengt vooral chaotische berichten naar buiten. De Britse variant, waarvoor tot voor kort zo werd gewaarschuwd, blijkt nu toch “minder snel om zich heen te grijpen” dan eerder verwacht. Maar er is geen enkele reden voor tevredenheid. Want is er is een mutatie van de Britse variant van het coronavirus in Nederland ontdekt! Één mutatie van een mutatie. En dat is volgens het RIVM “zorgelijk”. Het RIVM meldt dat het virus “in het nauw zit” en (daarom?) nieuwe varianten ontwikkelt. Die nieuwe varianten zouden wel eens minder gevoelig kunnen zijn voor de vaccins. Bovendien is het zicht op het virus “vertroebeld” omdat GGD-locaties door de gladheid waren gesloten. Ook hier vooral alarmerende berichten.

Ik kan me voorstellen dat veel corona-leiders inmiddels door vermoeidheid zijn overmand. Bruno Bruins was het immers al na een week. Maar dat is geen reden om paniek te zaaien. Het is juist een moment om de feiten rustig te laten spreken. 

In dat opzicht is het goed om onderscheid te maken tussen meten, berekenen en voorspellen. En die heb je ook weer in soorten en maten. 

Meten

Zo zijn de dagelijkse ziekenhuisopnames betrouwbaar te registeren. Er zal eens een patiënt worden vergeten in de statistiek, maar je mag toch aannemen dat hiermee weinig fouten worden gemaakt. De trend die deze meetcijfers laat zien, geeft een betrouwbaar beeld van de ontwikkeling in het aantal besmettingen (zij het een aantal dagen later). Dus hoe het ervoor staat met het virus valt zeer goed af te lezen aan het dagelijkse aantal ziekenhuisopnames. 

Het dagelijks gemelde aantal besmettingen is een veel minder betrouwbaar meetcijfer. Zoals we deze week zagen laten mensen zich veel minder testen als het glad is of koud is of slecht weer is etc. Wat de media ‘aantal nieuwe besmettingen noemen’ is dus niet meer dan het ‘aantal dagelijkse positieve tests’. Het aantal positieve tests op een dag is niet meer dan een steekproef van het aantal nieuwe besmettingen op een dag. Het vervelende is dat die steekproef niet a-select is omdat de dagelijkse cijfers erg worden verstoord door de neiging van mensen om zich wel of niet te laten testen. En die neiging is van allerlei factoren afhankelijk. En elke onderzoeker weet dat je op basis van een selecte steekproef geen algemene uitspraken mag doen. 

Berekenen

Het RIVM berekent op basis van deze twee meetcijfers zowel het aantal besmettelijke mensen als het reproductiegetal R. Het aantal dagelijkse ziekenhuisopnames wordt omgerekend naar het aantal besmettelijke mensen en het aantal dagelijks positieve tests wordt omgerekend naar de R. Die berekeningen kennen niet alleen een andere bron, maar ook een andere methode. Het gevolg is dat het regelmatig voorkomt dat het aantal besmettelijke mensen in de laatste weken afneemt, terwijl de R boven de 1 ligt. In real life kan dat natuurlijk niet. Het wordt nog erger als het RIVM (op basis van 37 gevallen) voor de Britse variant de R gaat berekenen: die berekening is gebaseerd op een selecte steekproef van een selecte steekproef. Bij dit soort berekeningen begint de verwarring. 

Voorspellen

Het RIVM doet ook voorspellingen. Ik onderscheid twee soorten voorspellingen Op basis van extrapolatie (men trekt de trend van de laatste weken door) of basis van modellen. Een extrapolatie komt alleen uit als de trend niet (onvoorzien) ombuigt. Modellen vormen een schematische weergave van de werkelijkheid omdat we de werkelijkheid zelf (exact) niet kennen. En hoe groter de onzekerheid over de werkelijkheid, hoe meer het model op aannames is gebaseerd. Op basis van al die aannames concludeert het RIVM bijvoorbeeld dat R 0,13 zal dalen als we nog maar één bezoeker per dag ontvangen. Of iets dergelijks. Natuurlijk dalen de besmettingscijfers als we minder mensen ontmoeten. De vraag is: hoeveel? Ik geloof niet dat modellen ons daarbij veel verder brengen. Omdat ze op grond van aannames de werkelijkheid schematiseren. 

Conclusie

Het zou de wetenschappers sieren als ze alle betrouwbaarheidsmarges van hun uitspraken zouden aangeven. Het zou ze nog meer sieren als ze zich bepalen tot de dingen die ze echt weten. We weten eigenlijk maar twee dingen echt: het aantal dagelijkse ziekenhuisopnames met COVID-19 en het aantal positieve tests per dag. En alleen uit het eerste cijfer kan men de ontwikkeling van het virus goed afmeten. 

En dan is het interessant dat het aantal mensen dat wordt opgenomen in een ziekenhuis vanwege COVID-19 sinds de Kerst daalt. In de Kerstweek ging het om 1956 opnames, in de afgelopen week om 1120 opnames. Verder weten we niet zoveel. Er is dus geen reden voor paniek. 

Corona-vrij op het ijs

februari 15, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Het vroor, we wilden allemaal schaatsen en we kregen even corona-vrij. Rutte, De Jonge en Bruls vonden het goed. Vooraf werden we via de media nog gewaarschuwd, we zouden allemaal van het ijs worden weggejaagd als we de corona-regels niet zouden naleven. Als er te veel mensen op het ijs zouden zijn. Maar toen ik zaterdag Giethoorn naderde, werd ons slechts verzocht om de auto in de berm te parkeren en de weg vrij te houden. 

Daarover zal lang zijn vergaderd. En het was een wijs besluit. De politie ging de strijd met schaatsend Nederland niet aan. Waar eerder veel parkeerplaatsen bij bossen en stranden werden afgesloten, werd de schaatser geen strobreed in de weg gelegd. Het was ook op een drama afgelopen. Wij wilden maar één ding, wij wilden schaatsen. Zeker na dat jaar waarin zo weinig mocht. De politie hadden het nooit gered tegenover die overmacht van hongerige schaatsers. We hadden ze massaal in een wak geduwd. Maar gelukkig was er helemaal geen politie te zien. En werden alle corona-regels met schaatsen getreden. We hadden echt even corona-vrij. 

De regering, de burgemeesters konden niet anders. Toch kan deze vrijheid op het ijs nog een vervelend staartje krijgen. Het land snakt immers naar vrijheid. En waarom zouden we volgend weekend, als de lente zich aankondigt, niet ook naar de bossen en de stranden mogen. Wie heeft er ooit bewezen dat vluchtig contact op afstand in de buitenlucht het virus echt kansen geeft? En zo ja, waarom mochten die schaatsers vorige week dan wel? 

Het wordt echt vervelend voor de regering als over een week dat massale schaatsen nergens valt terug te vinden in de besmettingscijfers. Want: als corona-regels massaal worden overtreden, moet het aantal besmettingen onvermijdelijk oplopen. Tenzij die corona-regels niet deugen. Ik ben benieuwd of Jaap van Dissel op zijn volgende briefing durft te melden dat het schaatsen niet heeft geleid tot meer besmettingen. En dat een aantal corona-regels derhalve overbodig zijn. 

Ook in Rutteland bestaan risico’s #corona

februari 10, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

In de Watersnoodramp van 1953 vonden 1836 mensen de dood. Binnen 24 uur. Dat de dijken in het Zuid-Westen van het land ontoereikend waren, was al jaren bekend. Een ingenieur van Rijkswaterstaat, Johan van Veen, had er voortdurend voor gewaarschuwd. Er was niks aan gedaan. Men had wel wat anders aan zijn hoofd na de oorlog. Nederland moest opnieuw worden opgebouwd. En de mensen waren nog stil van wat hen in die oorlog was overkomen. 

De Watersnoodramp was een drama. Er is in Zeeland en op de Zuidhollandse eilanden lang gerouwd. Nog steeds kan er daar moeilijk over worden gepraat. Maar toch was het een natuurramp zoals we die sinds mensenheugenis gewend waren. Zo ver de overgeleverde geschiedenis reikt, waren er watersnoodrampen. Elke keer werden de dijken weer gedicht, werd het land weer opgebouwd. En de zekerheid van een nieuwe ramp behoorde tot het collectieve geheugen. 

Juist dat maakt onze tijd uniek. Wij denken dat we risico’s kunnen uitbannen. En dat verklaart ook onze bijzondere reactie op COVID-19. Hier en elders in de wereld. Die reactie is gebaseerd op drie stelregels. 

  1. We denken dat we alles weten
  2. We denken dat we alles kunnen controleren
  3. We vergeten ons af te vragen wat voor leven we willen

Ik zal eerst de redenering verder onderbouwen en daarna zal ik aangeven dat we precies door deze redenering vastlopen in COVID.

We weten heel veel. Onze kennis is de afgelopen vijftig jaar enorm toegenomen. Onze weersvoorspellingen zijn geweldig verbeterd. Het is bijna saai dat de meteorologen met grote zekerheid kunnen voorspellen dat deze winterse periode na het weekend snel zal afvlakken. Saai, omdat het gewoon zal uitkomen. Met alle meteorologische voorspellingen kunnen we de waterstanden voor weken later bijna exact voorspellen. 

Omdat we zoveel weten, weten wie hoe hoog de dijken moeten zijn om slechts eenmaal in de 10.000 jaar te worden overspoeld. We weten welke krachten de dijken moeten kunnen weerstaan. We weten zelfs welke betekenis droogte heeft voor de kracht van de dijken. 

En omdat we dit allemaal weten en omdat we daardoor risico’s kunnen uitbannen, wordt politiek: management. Door goed te managen neemt de overheid de risico’s van ons weg. Kunnen wij vrij zijn en het leven leiden dat we willen. Leven we allemaal lang en gelukkig in Rutteland. 

Inmiddels heeft COVID-19 ons geleerd dat de redenering fundamenteel faalt. Omdat we niet alles weten en omdat de overheid niet alles kan controleren. 

Het afgelopen jaar is één stralend voorbeeld van niet-weten. Ik zal niet alle voorbeelden herhalen. Eentje dan. We hebben een avondklok (die zich met een hond heel aangenaam laat omzeilen) omdat een Britse variant ons toch al beperkte leven heeft overgenomen. Deze Britse variant vraagt om nog meer voorzorg, omdat zijn (effectieve) reproductiegetal wel eens tussen 1,3 en 1,5 zou kunnen liggen. Het RIVM berekende twee weken geleden dat de R van de Britse variant 1,3 zou bedragen (op basis van 39 casus). Vandaag meldt het RIVM dat de R van de Britse variant momenteel 1,13 bedraagt. Het kan komen door de lockdown, maar het RIVM kan het effect van de laatste maatregelen niet vaststellen. Het is waarschijnlijk dat we gewoon niet weten hoe hoog die R van de Britse variant is. Al met al: we weten het niet, of op zijn minst maar heel weinig. Want bij een R van 1,5 moeten we allemaal in de schuilkelder en bij 1,13 kunnen we bijna weer naar de kroeg. 

Het afgelopen jaar is één stralend voorbeeld van niet kunnen controleren. Ja, in het voorjaar toen waren we allemaal braaf. Niet omdat de overheid zei dat we dat moesten zijn. Nee, omdat we collectief bang waren. Toen werd er thuisgewerkt, toen waren de wegen leeg. Toen kochten we vouchers bij ons favoriete restaurant, om hen door de winter te helpen. Toen lieten we onze boodschappen thuis bezorgen. Na de zomer is alles anders. Ja, we dragen mondkapjes, als symbool voor onze welwillendheid. Maar de wegen vertonen weer files, omdat iedereen weer naar zijn werk gaat, uitgezonderd de dienaren van de staat. We halen ons eten af bij ons favoriete restaurant, alleen omdat het niet open mag van Rutte. We sporten weer buiten en die regel dat je maar één persoon mag ontvangen geldt vanzelfsprekend niet voor verjaardagen, Kerst, Oud en Nieuw, Drie Koningen, voorjaarsvakantie en al die momenten die we nooit alleen waren. 

Wie denkt dat hij alles weet, denkt ook dat hij risico’s kan uitsluiten. Door ons allen te controleren. Maar Rutte weet niet alles en controleert niet alles. En daarom wringt het nu zo zeer bij die laatste stelregel: we vergeten ons af te vragen wat voor leven we willen. En of we het leven willen leiden dat we nu gedwongen worden te leiden. Daarom missen we het politieke debat. 

Nee, ik ben geen Wappie. Nee, ik ga niet relschoppen, hoe mooi dat woord ook is. Maar ik vind wel dat we een politiek debat verdienen nu de redenering doodloopt. Het sluiten van scholen, van universiteiten, van concertzalen, van de Kuip en van de Arena, van de Elfstedentocht en van kroegen en restaurants is geen management-vraag, maar een politieke vraag. 

Duurzame architecten of stuitend geklets

februari 3, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

De Architect bestaat 50 jaar. Reden om een Manifest uit te brengen, dat geen manifest is. Een groot aantal architecten wordt geïnterviewd over duurzaamheid en gelijkheid. En het wordt weer bewezen: laat architecten ontwerpen en laat ze nooit vertellen wat ze bedoelen. Als er al een touw aan is vast te knopen, ontstijgt het zelden het niveau van een cliché. Ik lees over architecten die hemel en aarde met elkaar willen verbinden. Volgens mij wil de SGP dat ook. Ik lees over architecten die samen staan voor innovative, connective, responsible en mixed. Ik lees architecten die een gesprek willen aangaan met de buitenwereld om “buitenstaanders mee te nemen in onze keuzen”. Ik lees over architecten die het vooral interessant vinden om “vanuit contradicties” aan een project te werken. Ik lees veel architecten die erg hechten aan de identiteit van de plek, terwijl de link tussen hun ontwerp en die identiteit alleen voor weinigen is te doorgronden. Ik lees heel veel architecten die alles in samenspraak willen doen met de gebruikers, maar ik zie nergens voorbeelden van grondgebonden woningbouw met een lekkere tuin. 

Als ik het verstandige nawoord van Harm Tilman lees, vraag ik me af hoe hij zich voelde toen alle interviews waren uitgewerkt. Was hij verrijkt, of verarmd. Of op zijn minst in verwarring achter gelaten? Ik geef toe: ik was niks wijzer geworden. Maar ik zie wel een levensgroot probleem: als ontwerpers niet daadwerkelijk gaan bijdragen aan een duurzame leefomgeving, gaan we het met ons klimaat nooit redden. Praten over duurzaamheid is niet voldoende. 

Overigens hebben ook de ontwerpers van deze bundel zelf aan de verwarring bijgedragen door niet alleen duurzaamheid, maar ook gelijkheid als doel aan architecten mee te geven. Ik ben niet tegen gelijkheid. Maar ik weet dat er van goede doelen niets terecht komt als we ze eindeloos met andere goede doelen verbinden en wanneer het doel op zich al zo vaag is dat iedereen kan doen wat hij toch al deed. 

Ooit maakte ik een minister van Milieu mee die streefde naar goede balans tussen people, planet en profit. Gelul natuurlijk. Want iedereen heeft een andere opvatting over wat een “goede” balans is.  Brundtland had het goed gezien. Duurzaamheid betekent dat je de aarde zodanig aan het nageslacht doorgeeft dat het dezelfde kansen heeft als ons. En ook dat geeft al een waaier aan problemen en doelen. De opwarming van de aarde stoppen is immers een heel ander doel dan behoud van biodiversiteit, hoezeer de ene de andere ook beïnvloedt. 

Dus, architecten, laten we het simpel en concreet houden. Hoe zorgt u ervoor dat de opwarming van de aarde een halt wordt toegeroepen? In uw omgeving wordt wel eens gesproken over gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Misschien moeten we dan beginnen bij de gebruikswaarde. Het gebouw moet bij gebruik dus niet meer energie kosten dan het oplevert. Er zijn nog steeds niet erg veel gebouwen die aan deze vereiste voldoen. Maar ook de bouw van uw gebouw moet CO2-neutraal zijn. Dat vergt veel omdat bijvoorbeeld het gebruik van beton leidt tot een enorme uitstoot van CO2Dan moet u dus bijvoorbeeld denken aan hout. En dat betekent bijvoorbeeld dat u de echte hoogbouw even moet vergeten. Want zo hoog kan je met hout de lucht niet in. Overigens hoef je niet altijd een heel nieuw gebouw neer te zetten. Renovatie van het bestaande biedt vaak veel betere kansen. Niet meteen alles weer tegen de vlakte gooien, maar bij voorkeur het bestaande verbeteren. Allemaal CO2-neutraal. 

Ik heb alle architecten in het genoemde Manifest over duurzaamheid horen spreken, maar ik heb niet één architect horen beloven dat zijn gebouwen voortaan CO2-neutraal zouden worden opgeleverd en CO2-neutraal zouden zijn in gebruik. Een enkeling merkte nog voorzichtig op dat de overheid misschien meer regels zou moeten stellen. Inderdaad, met cliché’s houden we de opwarming van de aarde niet tegen. 

Ook het begrip ‘toekomstwaarde’ is onder architecten en stedebouwers een bekend begrip. Ook die toekomst van gebouwen moet CO2-neutraal zijn. Maar hoe organiseren we dat, nu het op voorhand helemaal geen vanzelfsprekendheid is dat nieuwe gebouwen eeuwen blijven staan. Ik zie daarentegen veel tijdelijke en toevallige architectuur, die na enkele decennia al weer moet worden afgebroken. Daarvoor kunnen goede redenen zijn (tijdelijk, toevallig). Maar waarom zou het nieuwe ontwerp niet even tijdelijk en toevallig zijn, wanneer de architect zijn eigen permanentie schromelijk overschat? 

En dan komen we tot slot bij de belevingswaarde van een nieuw gebouw. Terecht merkt een enkele architect in het Manifest op, dat hoog scoren bij allerlei architectenjury’s niet het doel van architectuur moet zijn. Tegelijkertijd moet je ook niet alleen maar bouwen voor de smaak van de massa. Architectuur moet meerwaarde hebben, moet verwondering oproepen. Maar als die verwondering omslaat in verbazing of verbijstering, is de kans niet zo groot dat het gebouw op termijn plotseling geliefd zal zijn. De toekomstwaarde kan wel eens heel gering zijn, als de belevingswaarde op het moment van opleveren alleen door de deskundigen wordt gewaardeerd. En een geringe toekomstwaarde gaat heel waarschijnlijk veel CO2 kosten. 

In veel interviews kwam ik de verzuchting tegen dat de rol van architecten in de bouw steeds verder wordt teruggedrongen. Na de kredietcrisis zou het budget voor architecten zijn gehalveerd. Niet tijdelijk, maar structureel. Er wordt over geklaagd. Over vastgoed en kapitaal. Maar misschien is het goed om deze ontwikkeling nader te analyseren. Zouden de architecten zich zelf uit de markt hebben geprijsd? En wat zijn daarvan de oorzaken. Zijn die alleen extern. Of vormen de architecten zelf de aanleiding voor deze ontwikkeling? 

Architecten willen meer dan hoeder zijn van de esthetiek. Dat lijkt me terecht. Maar laten ze dan snel werk maken van werkelijke duurzame gebouwen. Bouw CO2-neutraal gebouwen, die in hun gebruik CO2-neutraal zijn en die eeuwigdurend CO2-neutraal zullen zijn. 

Waarover moet de parlementaire enquête #corona gaan?

februari 2, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Het is wat voorbarig, maar toch lijkt het einde van de pandemie in zicht. Als het vaccineren eindelijk op tempo komt, zal de druk op de zorg snel afnemen. En zal er steeds minder reden zijn voor zware maatregelen. Daarna zal het nog wel even duren voordat de parlementaire enquête start. Toch is het verleidelijk om daar even op vooruit te lopen. 

Ik hoop dat die parlementaire enquête niet gaat over de reactie van het kabinet op 11 maart of op 10 augustus. Het is te gemakkelijk om het kabinet te verwijten dat het soms te laat was (in maart en in augustus) en soms te hard ingreep (avondklok én tegen demonstraties). Het was immers een bizar jaar. Er was aanvankelijk weinig bekend over het virus en toch moest snel actie worden ondernomen. Een pandemie van deze orde hadden we nog nooit meegemaakt. Er werd erg veel van het kabinet gevraagd. En van de ambtenaren en van de lagere overheden. Dan is het niet vreemd dat niet elk besluit de rust weerspiegelde die je van de overheid in normale tijden mag verwachten. 

Nee, laat die parlementaire enquête zich vooral richten op twee fundamentele vragen. Ten eerste: waarom hebben het kabinet (en de Kamer) het niet aangedurfd om de grote politieke vragen te stellen die gesteld hadden moeten worden en waarom zijn ze blijven steken in een technocratisch discours? Ten tweede: waarom was het kabinet zo slecht voorbereid op de pandemie, terwijl veel deskundigen al jaren voor een dergelijke pandemie hadden gewaarschuwd? 

Het discours rondom corona heeft vanaf het begin in het teken gestaan van de medische kennis over het virus. Elke dag kregen we om 14:00 van het RIVM de laatste cijfers door. Over hoeveel mensen de laatste 24 uur besmet waren! Omdat maar weinig mensen werden getest, was die update overigens verre van volledig. Helaas werden we over het welbevinden van mensen nauwelijks geïnformeerd.  

Vervolgens verschoof alras het doel van het regeringsbeleid. Heel even werd nog gesproken over het bereiken van groepsimmuniteit, door iedereen ‘gecontroleerd’ te laten besmetten. Maar daarna ging het alleen nog maar om het voorkomen van een overbelasting van de zorg. En ook dit doel werd spoedig verengd tot het voorkomen van een overbelasting van de IC’s. De verpleegtehuizen werden in dat debat even vergeten. Dat heel veel mensen aan corona op de IC overleden paste ook niet geheel in het discours, net zo min als het feit dat heel veel mensen buiten de IC overleden. Er werd snel geregeld dat het aantal IC-bedden werd uitgebreid. En vanaf dat moment werd het hele corona-beleid gestuurd door de bezetting van de IC’s. 

Het viel op dat op de IC’s ook nog ruimte moest overblijven voor andere patiënten. Dat inmiddels de reguliere zorg al enorm was afgeschaald, leidde niet tot de gewenste politieke discussie. Waarom kregen corona-patiënten hier voorrang? Terwijl inmiddels toch duidelijk was dat het virus vooral grip kreeg op ouderen en met name op ouderen met onderliggend lijden. Waarom kregen zij voorrang op al die andere ernstig zieken? We waren dus verzeild in een technocratisch discours en niet eens meer in een medisch discours. 

Het is duidelijk dat in dat discours geen ruimte was voor veel fundamentelere vragen. Alle maatregelen die het kabinet immers nam, hadden grote gevolgen voor de samenleving. Horeca gesloten, sport gesloten, cultuur gesloten, onderwijs gesloten. Allemaal maatregelen die heel veel negatieve gevolgen hadden voor de betrokkenen. Ik geef toe dat de problematiek zo complex is dat ze zich niet laat vertalen in een maatschappelijke kosten-baten-analyse. Maar dat de afweging niet expliciet werd gemaakt, kan niet verhullen dat er wel een afweging werd gemaakt. Ten gunste van de IC-bezetting. 

Het is ook opvallend dat de oppositie in de Kamer zich bijna geheel liet meesleuren in het technocratische discours (“Waarom zijn er niet meer IC-bedden!”) en naliet om de fundamentele politieke vragen op te werpen. Was men bang voor bange kiezers, die gered wilden worden van dat enge virus? Of was men bang dat dit debat uiteindelijk over de dood zou gaan. Om het maar eens zwaar aan te zetten. Maar daar gaat het uiteindelijk wel over. Het was de Denker des Vaderlands, Marlie Huijer die als één van de weinigen het thema leven-en-dood wel durfde aan te snijden. En ervoor waarschuwde dat we blijkbaar moeilijk kunnen accepteren dat mensen nog dood gaan. En dat mensen ook ergens aan dood moeten gaan. 

De tweede vraag voor de parlementaire enquête betreft de uitvoering van het beleid: waarom waren wij zo slecht voorbereid op deze pandemie, terwijl er al jaren voor was gewaarschuwd? Zo stapelden de problemen zich al snel op. Al meteen waren er veel te weinig beschermingsmaterialen, ook in de ziekenhuizen. Ook was meteen duidelijk dat we veel te weinig testcapaciteit hadden. Pas op 1 december, zo’n 8 maanden na het begin van de pandemie, kon iedereen die dat wenste (of die getest moest worden), daadwerkelijk worden getest op het virus. Toen de eerste golf voorbij was, en iedereen weer blij om zich heen keek, greep het virus weer zijn kans. Dat lukte wonderwel omdat het Bron- en contactonderzoek al weer na enkele weken overbelast was. En toen het eerste vaccin zich aandiende waren we volstrekt niet klaar om mensen daadwerkelijk te gaan vaccineren. In Europa was Nederland op Bulgarije na, de langzaamste met het opstarten van het vaccinatieprogramma. Terwijl de ervaringen in Israel, waar heel snel heel veel mensen werden gevaccineerd, lieten zien dat vaccineren het beste middel is om de zorg te ontlasten. Al deze technische problemen ontstonden omdat niemand was voorbereid. En omdat de inrichting van de zorg geen centralistische aanpak verdroeg en omdat op de GGD’s, waarvan nu alles werd verwacht, jarenlang fors was bezuinigd. 

Eigenlijk mag het een wonder heten dat de overheid zo snel een groot pakket klaar had liggen voor alle ondernemers die ten onder dreigden te gaan. Ook daarover was van te voren nooit nagedacht. Maar gelukkig lieten de goede stand van land’s financiën en de lage stand van de rente een ruimhartig pakket toe. 

Het ongrijpbare charisma van Hans van Mierlo #D66

februari 1, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

In 2015 kreeg Hubert Smeets het verzoek om een biografie over Hans van Mierlo te schrijven. Met inzage in zijn privé-archief. Smeets rondde in 2020 zijn werk af. Hubert Smeets kan goed schrijven. Als journalist schrijft hij ook erg leesbaar. En het werd een kloek boek. Toch roept die omvang meteen vragen op. Noopt het beschrijven van het politieke leven van Van Mierlo werkelijk 600 pagina’s? 

Natuurlijk, Van Mierlo heeft tussen 1967 en 1998 een opvallende rol gespeeld in de Nederlandse politiek. Maar moeten je ook die 30 jaar Nederlandse politiek uitgebreid beschrijven, om aan Van Mierlo recht te doen? Dat is toch al veel vaker gebeurd. Daardoor krijgt het beschrijven van de context van het politieke leven van Van Mierlo iets overbodigs. Dan resteren er twee vragen. Ten eerste: hoeveel nieuws komen we over Van Mierlo zelf te weten? Ten tweede, en in het verlengde daarvan: doemt uit het boek een politicus op die zo’n dik boek rechtvaardigt?

Ik realiseer me dat het antwoord op beide vragen wordt gekleurd door het beeld dat je al van de politicus Van Mierlo had. Mensen die hun hele leven met Van Mierlo hebben gedweept, beleven wellicht veel plezier aan het lezen van het boek. Persoonlijk heb ik me nooit in het kamp van de dwepers opgehouden. Eigenlijk raakte Van Mierlo mij nooit echt, als ik hem al begreep. Voor mij stonden ook anderen meer symbool voor de jaren 60 dan deze tikje elitaire Brabantse regentenzoon. Als refo uit Drenthe kon ik me ook moeilijk verplaatsen in deze katholiek die bij de Jezuïeten was opgegroeid. Ik zag zijn progressiviteit maar ik miste de oprechte aandacht voor de mensen die het zoveel minder hebben. (Een verwijt dat je D66 ook als partij nog steeds kan maken.) Ik zag een politiek dier die ervan genoot om congressen toe te spreken, ijdelheid was hem niet vreemd. Ik zag ook een onzekere man die snel gekwetst was in de politieke strijd, binnen en buiten zijn partij. 

Verandert mijn beeld van “Hafmo” zoals Van Mierlo in die beginjaren werd genoemd, door het gedegen boek van Hubert Smeets? Nee. Smeets noemt Van Mierlo filosofisch, visionair, charismatisch, en idealistisch. Maar is iemand die overal een paradox ziet en vaak twijfelt meteen een filosoof, of alleen maar sympathiek? Is iemand die die paar kroonjuwelen van D66 heeft verwoord meteen visionair? Of is Van Mierlo juist een voorbeeld van de inhoudelijke leegte van de ‘revolte’ van de jaren 60? Is iemand die “De grenzen aan de groei” onderschreef meteen idealistisch? 

Eigenlijk blijft vooral dat charisma over. Die stem, die ogen, ja ook dat succes bij vrouwen. Ik kan me voorstellen dat Van Mierlo voor veel mensen charismatisch is geweest. Maar het is wel een ongrijpbaar charisma. Want wat heeft Van Mierlo feitelijk eigenlijk nagelaten? Het is de verdienste van Smeets dat hij eindeloos heeft gespeurd naar de successen van Van Mierlo in de Nederlandse politiek. En er eigenlijk maar weinig heeft gevonden.

Ja, Van Mierlo was de eerste lijsttrekker van D’66. Hij won meteen 7 zetels, voor die tijd een ongelooflijk succes. Maar bij de volgende verkiezingen kon hij D66 nog net dat kabinet-Den Uyl binnenloodsen, voordat hij door zijn eigen partij werd afgeserveerd. In de jaren 80 kwam hij terug toen de partij op sterven na dood was. Hij wist weer grote winst te boeken bij de volgende verkiezingen. Hij was de man die wellicht in zijn eentje de paarse coalitie er door wist te drukken. Maar velen vragen zich tegenwoordig af of je daar nog trots op mag zijn. Na Paars kwam het CDA weer even gemakkelijk aan de macht. Bovendien kreeg het populisme door het pragmatische Paars een belangrijke ruggesteun. Zelf werd Van Mierlo een tamelijk kleurloze minister van Buitenlandse Zaken. En daarna kon hij weer vertrekken. Ten slotte: de Progressieve Volkspartij waarvoor Van Mierlo lang heeft geijverd, is er nooit gekomen. 

Van Mierlo was vooral: charisma. Hij heeft met dat charisma vier verkiezingen gewonnen en één verkiezing verloren. Maar uiteindelijk heeft hij heel weinig nagelaten. Daarmee is ook meteen een antwoord gegeven op die tweede vraag. Rechtvaardigt de politicus Van Mierlo zo’n dikke biografie? Voor mensen die vielen voor zijn charisma kan de biografie ongetwijfeld niet dik genoeg zijn. Maar voor mensen die de man niet bewust hebben meegemaakt, doet zo’n dikke biografie over een politicus die eigenlijk niets heeft nagelaten, wel een beetje onwezenlijk aan. En dat gevoel zal de komende decennia alleen maar erger worden.

Die relschoppers, dat zijn wij #coronarellen

januari 26, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Er zijn rellen! Er is veel schade, er zijn zelfs gewonden. Het antwoord is meteen duidelijk: het zijn geen demonstranten, maar gewoon criminelen! Veel relschoppers zijn al aangehouden. Ik hoor op de radio weer veel grote woorden. “Dit hoort niet bij Nederland!”. Burgemeester Jorritsma van Eindhoven neemt zelfs het woord burgeroorlog in de mond. Burgemeester Bruls van Nijmegen meent dat de relschoppers zaten te wachten op een moment om geweld te plegen en dat de rellen niets met de avondklok te maken hebben. Al met al een harde, polariserende aanpak, terwijl we daarmee fundamenteel niets oplossen.

Laten we eerst maar eens vaststellen dat dit soort rellen wel bij Nederland horen. De krakersrellen uit de jaren 80 waren zeker niet minder heftig. Achteraf werden die rellen overigens goed begrepen. Er was een groot maatschappelijk probleem:  omdat er veel gespeculeerd werd met vastgoed, stonden veel panden leeg terwijl er een nijpend tekort aan woningen was. De krakersrellen waren het ventiel van de democratie. 

Met de huidige rellen is dat niet anders. Corona heeft de samenleving enorm onder druk gezet. De trage vaccinatie en met name de avondklok vormen hier de laatste druppel. En natuurlijk is de ontsporing het heftigst bij degenen die het heftigst zijn getroffen en wellicht het minst van dat virus begrijpen. Of willen begrijpen. 

Corona is dramatisch voor de hele samenleving. Maar vooral voor jongeren, omdat vooral de ouderen er dood aan gaan. Stel je bovendien voor dat je al weinig perspectief hebt in deze samenleving die zo door kennis wordt bepaald. Stel je voor dat al die deskundigen vertellen dat een avondklok moet worden ingesteld. Stel je voor dat Oud en Nieuw ook al in het water vielen omdat de elite jouw je vuurwerk wil afnemen. Stel je voor dat je al een half jaar niet naar je geliefde voetbalclub mag, samen met je vrienden zingen, billenknijpen of balen. Stel je voor dat je al niet meer naar de kroeg mocht, en dat je nu ook niet meer met je vrienden mag drinken. Stel je voor dat je elke avond na 21:00 uur thuis zit bij je ouders of alleen op je kamer. Nee, het is niet zo vreemd dat deze groep dit keer als eerste uit het ventiel ontsnapt. Zoals dat in de jaren 80 jongeren waren die geen huisvesting konden vinden. (En omdat er onder die jongeren veel studenten zaten, ontmoeten de krakersrellen indertijd veel meer sympathie dan de avondklok-rellen op dit moment.)

Natuurlijk geweld moeten we altijd veroordelen. Maar misschien helpt het toch om de ‘raddraaiers’ in een breder perspectief te zien. Dat de wanhoop bij een bepaalde groep in de samenleving nog net iets groter is dan bij de rest. Dan zijn die relschoppers dus niet die ander, maar alleen maar een onbeschaafde versie van ons zelf. 

Daar komt nog eens bij dat ook de reactie van de autoriteiten onder het virus lijkt te lijden. Al die burgemeesters en al die politici zijn corona-moe. En naarmate ze meer uitgeput raken gaan ze zich stoerder voordoen. Terwijl niet escalatie hier de oplossing is, maar de-escalatie. Mijn God, burgemeesters die in het openbaar klagen dat de ME niet snel genoeg kwam. Zo’n bericht moet de relschoppers veel plezier hebben gegeven. 

De-escalatie, dat is het enige wat we nodig hebben. Vanuit het besef dat de relschoppers ons een spiegel voorhouden. Wat is er op tegen om te concluderen dat die avondklok gewoon een stap te ver was? 

Mijn hond moet plassen #avondklok #corona

januari 20, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

De geruchtenstroom draait al weer. Er komen strengere maatregelen. De avondklok zou aanstaande vrijdag al ingaan. 

Laten we ons even baseren op de cijfers. 

  • Het aantal besmettingen laat in de afgelopen week een daling van meer dan 20% zien.
  • Het reproductiegetal bedraagt 0,98. Dat betekent dat de pandemie heel, heel langzaam uitdooft. 
  • De bezetting van de ziekenhuizen daalde in de afgelopen week licht. 
  • De wekelijkse toestroom in de ziekenhuizen is binnen 3 weken met eenderde afgenomen: van 1946 naar 1348.
  • De bezetting van de IC’s is constant, de instroom op de IC’s daalde de afgelopen week licht.
  • Er liggen nu minder dan 700 mensen op de IC’s, een hoog aantal, maar veel minder dan de piek van ruim 1200 in het voorjaar.
  • De oversterfte door COVID-19 is tijdens de tweede golf (dus na de zomer) niet hoger dan in de griepepidemie van 2018.
  • De kansenongelijkheid onder kinderen is groter geworden, omdat kinderen met hoogopgeleide ouders thuis goed onderwijs krijgen, terwijl kinderen van veel laagopgeleide ouders helemaal geen onderwijs krijgen.
  • De horeca en de retail zien hun verliezen verder toenemen.
  • De cultuursector blijft nog langer op een rudimentair niveau doordraaien, met veel persoonlijke en financiële drama’s tot gevolg.
  • De sport ligt nagenoeg stil, zodat de gezondheidstoestand in de samenleving verder verslechtert. 
  • Voor veel mensen die om andere reden dan COVID-19 zorg nodig hebben, is in ziekenhuizen veel minder plaats. 

Ik zou zeggen: stuur op zijn minst die kinderen weer snel naar school.

Maar het OMT en het kabinet neigen naar extra maatregelen. Dan zou ik toch wel graag willen weten waarom er aan die extra maatregelen wordt gedacht. Ten slotte moet mijn hond ‘s avonds altijd plassen.

Er wordt steeds verwezen naar één belangrijke reden voor de extra maatregelen: de Britse variant van het virus. Wat weten we daar inmiddels van:

  • De Britse variant is al in Nederland en we zien nog geen effect.
  • In het Verenigd Koninkrijk lopen de besmettingen de laatste week snel terug ondanks de volop aanwezige Britse variant.
  • Deskundigen als Levie twijfelen of de eerdere toename van de besmettingen in het VK aan de Britse variant of aan familiebezoek bij Kerstmis moet worden toegeschreven.

Gelukkig heeft het RIVM ook zelf onderzoek gedaan. Het is opgenomen in het laatste advies van het OMT aan de minister van VWS. Ik lees daar twee belangrijke zinnen. 

Ten eerste: “In de kiemsurveillance zijn op dit moment 39 besmettingen met de VK-variant vastgesteld.” 

Ten tweede: “Op basis van de kiemsurveillance is inzicht in het percentage van de VK-variant van het SARS-CoV-2 virus in Nederland. Het reproductiegetal voor de ‘oude’ variant is rond 1 januari net onder de waarde van 1, en het reproductiegetal van de VK-variant is rond 31 december ongeveer 30% hoger.”

Men stelt dus dat op basis van 39 besmettingen vast dat de R van de Britse variant 30% hoger is. Ik begrijp dat het een complex onderzoek is, maar ook bij moeilijk onderzoek moeten we vaststellen hoe groot de betrouwbaarheidsmarges zijn. Ik kan me niet voorstellen dat de bewering dat de Britse variant leidt tot een 30%-hogere R, significant is.

Meer cijfers worden niet gegeven. Meer analyse wordt niet gepresenteerd. Dus we stellen een avondklok in omdat op basis van 39 besmettingen wordt vastgesteld dat het reproductiegetal 30% hoger is?

Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn met nieuwe varianten. Natuurlijk moeten we heel alert zijn op factoren die ertoe zouden kunnen bijdragen dat we spoedig weer een toename van het aantal besmettingen zien. Maar dit bewijs is wel heel mager. En we weten hoeveel schade er tegenover staat. 

Die wappies die het Museumplein onveilig maken, zijn intussen de weg kwijtgeraakt. Maar ze hebben er wel recht op dat er niet op basis van angst maar op basis van feiten wordt geregeerd. Zoals iedereen daar recht op heeft. 

Ik herinner me nog goed dat Hugo de Jonge ergens in de zomer één van zijn vele metaforen presenteerde: “We moeten het vuurtje meteen uittrappen!”. Die metafoor staat voor angst. Zoals Rutte het virus met “een grote hamer” te lijf wilde gaan. Vanuit die angst kan het kabinetsbeleid soms heel goed worden begrepen. Nee, we moeten het virus niet met metaforen te lijf gaan, we moeten het virus onder controle houden. En we moeten zeker niet proberen om het virus op korte termijn uit te roeien. 

En oh ja, je houdt het virus het beste onder controle door haast te maken met vaccineren. 

Jesse Klaver is de ideale kandidaat om Asscher op te volgen

januari 17, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Donderdagmorgen liet Lodewijk Asscher weten dat hij geen kandidaat meer was voor het lijsttrekkerschap van de PvdA bij de komende verkiezingen. Meteen circuleerden allerlei namen van mogelijke opvolgers. Khadija Arib en Lilian Ploumen waren logische kandidaten omdat ze als tweede en derde op de lijst stonden. Frans Timmermans had grote winst gebracht bij de Europese verkiezingen. En Ahmed Aboutaleb hangt altijd wel boven de markt. De laatste twee lieten weten niet in aanmerking te willen komen. De woorden waren zo gekozen dat er in grote nood altijd nog op kon worden teruggekomen. Arib wachtte eerst het standpunt van het bestuur af en Ploumen was het meest openlijk over haar interesse. 

Op zondagavond is nog steeds niets bekend. Dat betekent dat het bestuur Ploumen niet goed genoeg acht om Asscher op te volgen. Als dat immers wel zo was, hadden ze haar meteen hunnen voordragen bij het uitgestelde congres. Het betekent ook dat Ploumen met een achterstand begint als ze de komende week alsnog wordt voorgedragen. We mogen dus aannemen dat er wordt getrokken aan Timmermans en/of Aboutaleb. Eerlijk gezegd zie ik ook geen andere kandidaten binnen de PvdA die op 17 maart meer dan negen zetels kunnen binnenhalen. 

Ik kan me de twijfels bij Timmermans en bij Aboutaleb overigens goed voorstellen. Het is weinig verlokkelijk om straks met 8 anderen een onbeduidende fractie te vormen in de Tweede Kamer. Twee van je collega’s denken bovendien dat zij het beter hadden gedaan. 

Toch is er een fantastische kandidaat. Jesse Klaver. Het ontijdige vertrek van Lodewijk Asscher is het ideale moment voor een fusie van de PvdA met Groenlinks. Te beginnen met een gezamenlijke lijst. Die fusie lag altijd ingewikkeld omdat één van beide leiders zich moest terugtrekken. Of nog erger: dat beide leiders zich ten gunste van een derde moesten terugtrekken. En leiders stappen niet graag op.

Nu ligt het anders. Er is (wellicht) geen logische kandidaat binnen de PvdA. Jesse Klaver is onomstreden binnen GroenLinks en heeft een rijke ervaring opgedaan in de Tweede Kamer. Laten de partijen niet moeilijk doen over de lijsten. Gewoon om en om. De verkiezingsprogramma’s lijken al jaren als twee druppels water op elkaar. Dus zoek één goede redacteur. De voorzitter van de PvdA wordt voorzitter van een voorlopig bestuur. We noemen de partij: Progressieve Partij. En we halen 25 tot 30 zetels. 

[Ik geloof niet dat dit blogje erg goed getimed was. Een paar uur later werd Lilianne Ploumen door het bestuur van de PvdA voorgedragen als lijsttrekker van de PvdA bij de Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.]

« Vorige paginaVolgende pagina »