Ik heb een boot

april 12, 2021 by  
Filed under Boot

52 weken geleden haalden we onze boot op uit de winterstalling. We brachten hem weer naar zijn prachtige plekje in de jachthaven van De Gaastmar. Ik schreef er een blog over dat van geluk overliep. De blog vond zijn plek in Krill, het blaadje van de vereniging van Noordkapers. Dit weekend maakten we dezelfde trip. En ik zou dezelfde blog kunnen schrijven. Veel niet-zeilers zouden denken: dat heb ik al eerder gelezen. Veel zeilers zouden weer meegenieten van alles wat weer hetzelfde was. Dat uitzicht op het Hegemermar aan het einde van de Waldseinster Rakken. Het invaren van de Yntemasleat. Het aanleggen in jachthaven Pieter Bouwe in De Gaastmar. Het licht, de zon, de glinstering op het water. 

Waarom kunnen zeilers elk jaar weer zo genieten van hetzelfde? Wat maakt dat zeilen zo bijzonder? Ik zal het de niet-zeilers proberen uit te leggen, maar ik vrees dat ik vooral de zeilers zal bereiken. 

Als zeiler ben je buiten. Je bent niet alleen buiten in de natuur, je bent je ook steeds bewust van die natuur. Je bent afhankelijk van de wind en van het weer. Terwijl je thuis nauwelijks weet wat voor weer het is, laat staan waar de wind vandaan komt, op je boot zie je elke wolk en voel je elke windschifting. Zelfs ‘s nachts als je op kooi ligt, hoor je wind zacht ruizen of geniet je van de totale stilte. Of ga je nog even naar buiten om een klapperend lijntje vast te zetten. 

Als zeiler drijf je. Als je vanaf de steiger op de boot stapt, is dat gevoel er meteen weer. Onbewust voel je altijd dat water onder je. Je voelt hoe de romp van de boot op dat water rust. En zacht in de wind ligt te wiegen. Als je de haven uit bent drijft de wind je voort over dat water. Je hoeft er helemaal niets voor te doen. Natuurlijk, we gebruiken vaak de motor, maar ook op motorkracht kan ik genieten van het glijden van de boot. 

Als zeiler leef je aan boord volgens vaste patronen. Zeker als je je boot al een paar jaar hebt, is er een vaste rolverdeling. Er wordt nooit gediscussieerd over de vraag wie de boot zal afvaren. Nee, een goede stuurman vertelt vooraf hoe hij zou willen afvaren. Zoals ook de rolverdeling in de sluis altijd hetzelfde is. Ja, soms is de rolverdeling aan boord niet altijd even feministisch, maar aan boord leidt dat niet tot discussie. Hoe helder de rolverdeling is merk je pas als je gasten aan boord hebt. Die willen graag meehelpen. Maar meer handen verstoren het normale werk. 

Als zeiler kom je vaak op dezelfde plekken. Natuurlijk bestaat de behoefte aan nieuw zeilwater, aan nieuwe havens. Natuurlijk vindt er wel eens een avontuur plaats, een man die van boord valt, een hond die te water raakt of een box in een jachthaven die wordt gemist. Maar als we eerlijk zijn: dat avontuur is meer uitzondering dan regel. Het is een avontuur omdat het afwijkt van de vaste routes. Ik verheug me nu al weer op een bezoek aan Balk en op een nacht aan de kade van Waldsein. 

Als zeiler geniet je van de intimiteit. Die boot is natuurlijk maar heel klein. Die boot is ook erg knus, zeker in de kajuit. In die boot heb je je eigen kastjes, je eigen gedoetjes, je eigen gereedschap. En je hebt vooral elkaar. Samen weg van alle drukte van alledag. Samen een boek lezen, samen wijn drinken, samen zeilen. Ja, ik vermoed dat de meeste zeilers een goed huwelijk hebben. Laten we eerlijk wezen: hoe zou je het anders kunnen uithouden op die paar vierkante meters?

Weemoed

oktober 20, 2020 by  
Filed under Boot

Elk jaar weer, als we de boot in oktober naar de winterberging brengen. Je weet dat het nu echt voorbij is. Dat je de volgende week niet meer kan varen. Het lijkt alsof je al niet meer mag genieten. Zo’n laatste dag staat vooral in het teken van de planning en van de organisatie. 

Eerst met de auto naar de winterberging, Reekers in Woudsend. Daarna met de streektaxi naar jachthaven Pieter Bouwe in Gaastmeer. Dan nog één keer over de steiger, nog één keer aan boord stappen, nog één keer de motor starten, nog één keer de landvasten losmaken en nog één keer de haven uitvaren. De boot is al afgetuigd, ook de mast blijft achter in de jachthaven. Een boot zonder tuig en zonder mast, is eigenlijk al geen boot meer. De spinnen zoeken een veilig heenkomen en het teak op de bodem van de kuip is al een beetje groen. 

Het was een vreemd jaar. In het voorjaar hadden we door corona veel tijd en hebben we veel gevaren. De laatste twee weken voor de schoolvakantie zeilden we nog naar Enkhuizen, Elburg, Vollenhove en Blokzijl. En toen de vakantie begon en de gekte in Friesland toesloeg, lag ik in een ziekenhuis. Een onwillige teen werd rechtgezet. Optimistisch als ik ben dacht ik dat we in augustus wel weer konden zeilen. Te optimistisch. Uiteindelijk liep ik tot 5 oktober met krukken. Dus meer dan een nachtje slapen op de boot werd het niet deze zomer. 

Als we de haven uitvaren wil Marie Louise wel een moord doen voor nog één lang weekend op de boot. Zo moorddadig is ze normaal niet. We dromen waarheen we zouden varen. Het wordt Staveren, de hele Fluessen af, de Morra over, door de brug bij Warns; in Staveren liggen we altijd ergens aan stuurboord. Ik verdenk Marie Louise ervan dat haar keuze op Staveren is gevallen vanwege dat ene leuke kledingwinkeltje, van Buuf. Wel een hele goede reden. 

Ja, weemoed. We varen het Grote Gaastmeer over, we draaien de Yntemasloot in. Als we tweehonderd meter verder zijn, breekt de zon door. Over het Piel, langs de Fluessen naar het Heegermeer. De zon voelt warm aan, ook al omdat de wind het helemaal laat afweten. We krijgen zin om de planning en de organisatie even helemaal te vergeten. We kunnen nog best even een ommetje maken. We laten de Woudseindse Rakken rechts liggen en varen bij Heeg naar binnen. We gaan langs de jeugdherberg It beaken. Rechtsaf onder de vaste brug door. Daar waar oude en nieuwe Jeltesloot elkaar raken steken we over en varen langs de Elfstedenroute naar Woudsend. 

Het dorp tekent met zijn twee torens en zijn twee molens mooi af tegen de heldere lucht. Voor de brug naar links, ik zet de motor nog iets zachter om het afscheid nog iets uit te stellen. We glijden zachtjes over het water. Aan het einde van de vaart ligt Reekers aan stuurboord. We meren af. Halen het midzwaard op. We brengen nog wat spullen naar de auto en we sluiten de boot definitief af. We geven Steven de reservesleutels. De echte sleutels zal ik de hele winter bij me dragen. 

De Noordlicht weer te water

april 13, 2020 by  
Filed under Boot

Nota bene, ik ben al 68.  En dan toch niet meer kunnen slapen als je om half 6 wakker wordt. Van de spanning. Omdat de boot vandaag weer in het water gaat. Ik moet nog even wachten. Tot mijn vrouw wakker is. Gelukkig kent ze eenzelfde onrust. Ze is ook vroeg wakker. Ik weet het, we hebben alle tijd, we hebben de hele dag. Maar zo voelt het niet. We springen uit bed, douchen en kleden ons snel, we ontbijten en we zitten eerder dan afgesproken in de auto. Op weg naar Reekers in Woudsend. Waar onze Noordlicht zes maanden binnen heeft gelegen. Veilig tegen stormen en kou. Veilig tegen regen, maar wel alleen. Zonder ons en wij zonder haar. 

Als we Spannenburg naderen neemt de spanning toe. Hoe zou het met haar zijn? Ze moet al in het water liggen. We doen een wedstrijdje: wie ziet haar het eerste? Maar bij Reekers ligt de hele wal nog vol met schepen. Door de corona zijn we één van de eersten dit jaar die te water gaan. We moeten onder al die schepen door, voordat we bij de haven zijn. Nee, dat is hem niet. Dat is verdorie een andere Noordkaper! Ja! Daar ligt ze! Ze ligt te glimmen in de zon. We hollen de steiger af, maken de reling los en stappen aan boord. Zij wiebelt een heel klein beetje. Eigenlijk onmerkbaar. Maar de schipper herkent elke beweging van zijn schip. We zoeken de havenmeester nog even op, om hem te bedanken en te vragen of alles goed is gegaan. Hij vraagt of hij in het najaar weer ons kan rekenen. Zeker, Steven. Noordlicht heeft het altijd goed bij jou. Maar nu is ze weer helemaal van ons. 

De trossen gaan los. De motor start als een zonnetje door de jaarlijkse beurt van de firma Steinhauzer. We draaien de haven uit. Ik voel me groeien en ik strek juichend beide armen in de lucht. We varen weer! Het is prachtig weer. De zaterdag voor Pasen. Vorig jaar hadden we nog storm en zelfs natte sneeuw. Maar nu is het prachtig voorjaarsweer. Windkracht 3 ZO. 15 graden Celsius. We varen langs de brug in Woudsend, die in tegenspraak met allerlei geruchten toch open is. Als we de Woudsendse Rakken opdraaien komt Marie Louise al met verse koffie uit de kajuit. Alsof rolverdeling aan boord voorspelbaarder is. Het water kabbelt zacht onder het schip. Het riet is aan beide kanten van de vaart nog helemaal geel. De natuur laat slechts enkele groene knoppen zien. Maar niets kan onze vreugde deren. En dat geldt al evenzeer voor onze tegenliggers. Er wordt hartelijk gegroet, er wordt soms juichend gegroet. We zijn allemaal blij dat we weer varen. 

Aan het einde van de Rakken draaien we het Heecher Mar op. Dit is ongeveer het mooiste plekje van Friesland, van Nederland, van de hele wereld. Een vijftal zeiltjes op het meer. In de verte liggen de Leijepolle. Daartussen vloeien lucht en water in elkaar over. Als we na een half uurtje bij de Leijepolle zijn, willen we allebei maar één ding. Nog even doorvaren. We steken ook de Fluezen over, we ronden de Krûspolle en wenden dan toch maar de steven naar Gaastmeer. We raken ontroerd als we het kerkje zien, waar we in 2018 zijn getrouwd. We varen de Yntemasleat door, naar de Grutte Gaastmar. Aan het einde van de sleat naar rechts, naar jachthaven Pieter Bouwe. Het mooie witte huisje op de hoek is in de winter vervangen door een prachtig huis dat zo goed in de omgeving past dat nauwelijks opvalt dat het helemaal nieuw is. Het laatste bochtje en we draaien de haven in. Nog even naar rechts. En ja, het aanleggen gaat niet helemaal goed. Zonder Marie Louise hadden we onze eerste kras al kunnen bijschrijven. Ik besluit dat dat voortaan echt anders moet. Als de boot stevig aan de wal ligt, zitten we nog even in de zon. We mijmeren over het virus. Over dame Corona. Hoe dramatisch ze is. Hoeveel mensen besmet zijn, hoeveel mensen sterven. Maar daar kan onze lieve Noordlicht niks aan doen. We beseffen dat de vakantie naar Bretagne niet kan doorgaan. Maar dat Zij altijd klaar ligt om ons liefdevol te ontvangen. Dat we deze zomer naar alle waarschijnlijkheid geen vrienden aan boord kunnen noden. En dat we de vrienden zeker niet mogen vertellen dat het met ons drieën ook zo heerlijk is: wij samen op Noordlicht