Corona-vrij op het ijs

februari 15, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Het vroor, we wilden allemaal schaatsen en we kregen even corona-vrij. Rutte, De Jonge en Bruls vonden het goed. Vooraf werden we via de media nog gewaarschuwd, we zouden allemaal van het ijs worden weggejaagd als we de corona-regels niet zouden naleven. Als er te veel mensen op het ijs zouden zijn. Maar toen ik zaterdag Giethoorn naderde, werd ons slechts verzocht om de auto in de berm te parkeren en de weg vrij te houden. 

Daarover zal lang zijn vergaderd. En het was een wijs besluit. De politie ging de strijd met schaatsend Nederland niet aan. Waar eerder veel parkeerplaatsen bij bossen en stranden werden afgesloten, werd de schaatser geen strobreed in de weg gelegd. Het was ook op een drama afgelopen. Wij wilden maar één ding, wij wilden schaatsen. Zeker na dat jaar waarin zo weinig mocht. De politie hadden het nooit gered tegenover die overmacht van hongerige schaatsers. We hadden ze massaal in een wak geduwd. Maar gelukkig was er helemaal geen politie te zien. En werden alle corona-regels met schaatsen getreden. We hadden echt even corona-vrij. 

De regering, de burgemeesters konden niet anders. Toch kan deze vrijheid op het ijs nog een vervelend staartje krijgen. Het land snakt immers naar vrijheid. En waarom zouden we volgend weekend, als de lente zich aankondigt, niet ook naar de bossen en de stranden mogen. Wie heeft er ooit bewezen dat vluchtig contact op afstand in de buitenlucht het virus echt kansen geeft? En zo ja, waarom mochten die schaatsers vorige week dan wel? 

Het wordt echt vervelend voor de regering als over een week dat massale schaatsen nergens valt terug te vinden in de besmettingscijfers. Want: als corona-regels massaal worden overtreden, moet het aantal besmettingen onvermijdelijk oplopen. Tenzij die corona-regels niet deugen. Ik ben benieuwd of Jaap van Dissel op zijn volgende briefing durft te melden dat het schaatsen niet heeft geleid tot meer besmettingen. En dat een aantal corona-regels derhalve overbodig zijn. 

Ook in Rutteland bestaan risico’s #corona

februari 10, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

In de Watersnoodramp van 1953 vonden 1836 mensen de dood. Binnen 24 uur. Dat de dijken in het Zuid-Westen van het land ontoereikend waren, was al jaren bekend. Een ingenieur van Rijkswaterstaat, Johan van Veen, had er voortdurend voor gewaarschuwd. Er was niks aan gedaan. Men had wel wat anders aan zijn hoofd na de oorlog. Nederland moest opnieuw worden opgebouwd. En de mensen waren nog stil van wat hen in die oorlog was overkomen. 

De Watersnoodramp was een drama. Er is in Zeeland en op de Zuidhollandse eilanden lang gerouwd. Nog steeds kan er daar moeilijk over worden gepraat. Maar toch was het een natuurramp zoals we die sinds mensenheugenis gewend waren. Zo ver de overgeleverde geschiedenis reikt, waren er watersnoodrampen. Elke keer werden de dijken weer gedicht, werd het land weer opgebouwd. En de zekerheid van een nieuwe ramp behoorde tot het collectieve geheugen. 

Juist dat maakt onze tijd uniek. Wij denken dat we risico’s kunnen uitbannen. En dat verklaart ook onze bijzondere reactie op COVID-19. Hier en elders in de wereld. Die reactie is gebaseerd op drie stelregels. 

  1. We denken dat we alles weten
  2. We denken dat we alles kunnen controleren
  3. We vergeten ons af te vragen wat voor leven we willen

Ik zal eerst de redenering verder onderbouwen en daarna zal ik aangeven dat we precies door deze redenering vastlopen in COVID.

We weten heel veel. Onze kennis is de afgelopen vijftig jaar enorm toegenomen. Onze weersvoorspellingen zijn geweldig verbeterd. Het is bijna saai dat de meteorologen met grote zekerheid kunnen voorspellen dat deze winterse periode na het weekend snel zal afvlakken. Saai, omdat het gewoon zal uitkomen. Met alle meteorologische voorspellingen kunnen we de waterstanden voor weken later bijna exact voorspellen. 

Omdat we zoveel weten, weten wie hoe hoog de dijken moeten zijn om slechts eenmaal in de 10.000 jaar te worden overspoeld. We weten welke krachten de dijken moeten kunnen weerstaan. We weten zelfs welke betekenis droogte heeft voor de kracht van de dijken. 

En omdat we dit allemaal weten en omdat we daardoor risico’s kunnen uitbannen, wordt politiek: management. Door goed te managen neemt de overheid de risico’s van ons weg. Kunnen wij vrij zijn en het leven leiden dat we willen. Leven we allemaal lang en gelukkig in Rutteland. 

Inmiddels heeft COVID-19 ons geleerd dat de redenering fundamenteel faalt. Omdat we niet alles weten en omdat de overheid niet alles kan controleren. 

Het afgelopen jaar is één stralend voorbeeld van niet-weten. Ik zal niet alle voorbeelden herhalen. Eentje dan. We hebben een avondklok (die zich met een hond heel aangenaam laat omzeilen) omdat een Britse variant ons toch al beperkte leven heeft overgenomen. Deze Britse variant vraagt om nog meer voorzorg, omdat zijn (effectieve) reproductiegetal wel eens tussen 1,3 en 1,5 zou kunnen liggen. Het RIVM berekende twee weken geleden dat de R van de Britse variant 1,3 zou bedragen (op basis van 39 casus). Vandaag meldt het RIVM dat de R van de Britse variant momenteel 1,13 bedraagt. Het kan komen door de lockdown, maar het RIVM kan het effect van de laatste maatregelen niet vaststellen. Het is waarschijnlijk dat we gewoon niet weten hoe hoog die R van de Britse variant is. Al met al: we weten het niet, of op zijn minst maar heel weinig. Want bij een R van 1,5 moeten we allemaal in de schuilkelder en bij 1,13 kunnen we bijna weer naar de kroeg. 

Het afgelopen jaar is één stralend voorbeeld van niet kunnen controleren. Ja, in het voorjaar toen waren we allemaal braaf. Niet omdat de overheid zei dat we dat moesten zijn. Nee, omdat we collectief bang waren. Toen werd er thuisgewerkt, toen waren de wegen leeg. Toen kochten we vouchers bij ons favoriete restaurant, om hen door de winter te helpen. Toen lieten we onze boodschappen thuis bezorgen. Na de zomer is alles anders. Ja, we dragen mondkapjes, als symbool voor onze welwillendheid. Maar de wegen vertonen weer files, omdat iedereen weer naar zijn werk gaat, uitgezonderd de dienaren van de staat. We halen ons eten af bij ons favoriete restaurant, alleen omdat het niet open mag van Rutte. We sporten weer buiten en die regel dat je maar één persoon mag ontvangen geldt vanzelfsprekend niet voor verjaardagen, Kerst, Oud en Nieuw, Drie Koningen, voorjaarsvakantie en al die momenten die we nooit alleen waren. 

Wie denkt dat hij alles weet, denkt ook dat hij risico’s kan uitsluiten. Door ons allen te controleren. Maar Rutte weet niet alles en controleert niet alles. En daarom wringt het nu zo zeer bij die laatste stelregel: we vergeten ons af te vragen wat voor leven we willen. En of we het leven willen leiden dat we nu gedwongen worden te leiden. Daarom missen we het politieke debat. 

Nee, ik ben geen Wappie. Nee, ik ga niet relschoppen, hoe mooi dat woord ook is. Maar ik vind wel dat we een politiek debat verdienen nu de redenering doodloopt. Het sluiten van scholen, van universiteiten, van concertzalen, van de Kuip en van de Arena, van de Elfstedentocht en van kroegen en restaurants is geen management-vraag, maar een politieke vraag. 

Duurzame architecten of stuitend geklets

februari 3, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

De Architect bestaat 50 jaar. Reden om een Manifest uit te brengen, dat geen manifest is. Een groot aantal architecten wordt geïnterviewd over duurzaamheid en gelijkheid. En het wordt weer bewezen: laat architecten ontwerpen en laat ze nooit vertellen wat ze bedoelen. Als er al een touw aan is vast te knopen, ontstijgt het zelden het niveau van een cliché. Ik lees over architecten die hemel en aarde met elkaar willen verbinden. Volgens mij wil de SGP dat ook. Ik lees over architecten die samen staan voor innovative, connective, responsible en mixed. Ik lees architecten die een gesprek willen aangaan met de buitenwereld om “buitenstaanders mee te nemen in onze keuzen”. Ik lees over architecten die het vooral interessant vinden om “vanuit contradicties” aan een project te werken. Ik lees veel architecten die erg hechten aan de identiteit van de plek, terwijl de link tussen hun ontwerp en die identiteit alleen voor weinigen is te doorgronden. Ik lees heel veel architecten die alles in samenspraak willen doen met de gebruikers, maar ik zie nergens voorbeelden van grondgebonden woningbouw met een lekkere tuin. 

Als ik het verstandige nawoord van Harm Tilman lees, vraag ik me af hoe hij zich voelde toen alle interviews waren uitgewerkt. Was hij verrijkt, of verarmd. Of op zijn minst in verwarring achter gelaten? Ik geef toe: ik was niks wijzer geworden. Maar ik zie wel een levensgroot probleem: als ontwerpers niet daadwerkelijk gaan bijdragen aan een duurzame leefomgeving, gaan we het met ons klimaat nooit redden. Praten over duurzaamheid is niet voldoende. 

Overigens hebben ook de ontwerpers van deze bundel zelf aan de verwarring bijgedragen door niet alleen duurzaamheid, maar ook gelijkheid als doel aan architecten mee te geven. Ik ben niet tegen gelijkheid. Maar ik weet dat er van goede doelen niets terecht komt als we ze eindeloos met andere goede doelen verbinden en wanneer het doel op zich al zo vaag is dat iedereen kan doen wat hij toch al deed. 

Ooit maakte ik een minister van Milieu mee die streefde naar goede balans tussen people, planet en profit. Gelul natuurlijk. Want iedereen heeft een andere opvatting over wat een “goede” balans is.  Brundtland had het goed gezien. Duurzaamheid betekent dat je de aarde zodanig aan het nageslacht doorgeeft dat het dezelfde kansen heeft als ons. En ook dat geeft al een waaier aan problemen en doelen. De opwarming van de aarde stoppen is immers een heel ander doel dan behoud van biodiversiteit, hoezeer de ene de andere ook beïnvloedt. 

Dus, architecten, laten we het simpel en concreet houden. Hoe zorgt u ervoor dat de opwarming van de aarde een halt wordt toegeroepen? In uw omgeving wordt wel eens gesproken over gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Misschien moeten we dan beginnen bij de gebruikswaarde. Het gebouw moet bij gebruik dus niet meer energie kosten dan het oplevert. Er zijn nog steeds niet erg veel gebouwen die aan deze vereiste voldoen. Maar ook de bouw van uw gebouw moet CO2-neutraal zijn. Dat vergt veel omdat bijvoorbeeld het gebruik van beton leidt tot een enorme uitstoot van CO2Dan moet u dus bijvoorbeeld denken aan hout. En dat betekent bijvoorbeeld dat u de echte hoogbouw even moet vergeten. Want zo hoog kan je met hout de lucht niet in. Overigens hoef je niet altijd een heel nieuw gebouw neer te zetten. Renovatie van het bestaande biedt vaak veel betere kansen. Niet meteen alles weer tegen de vlakte gooien, maar bij voorkeur het bestaande verbeteren. Allemaal CO2-neutraal. 

Ik heb alle architecten in het genoemde Manifest over duurzaamheid horen spreken, maar ik heb niet één architect horen beloven dat zijn gebouwen voortaan CO2-neutraal zouden worden opgeleverd en CO2-neutraal zouden zijn in gebruik. Een enkeling merkte nog voorzichtig op dat de overheid misschien meer regels zou moeten stellen. Inderdaad, met cliché’s houden we de opwarming van de aarde niet tegen. 

Ook het begrip ‘toekomstwaarde’ is onder architecten en stedebouwers een bekend begrip. Ook die toekomst van gebouwen moet CO2-neutraal zijn. Maar hoe organiseren we dat, nu het op voorhand helemaal geen vanzelfsprekendheid is dat nieuwe gebouwen eeuwen blijven staan. Ik zie daarentegen veel tijdelijke en toevallige architectuur, die na enkele decennia al weer moet worden afgebroken. Daarvoor kunnen goede redenen zijn (tijdelijk, toevallig). Maar waarom zou het nieuwe ontwerp niet even tijdelijk en toevallig zijn, wanneer de architect zijn eigen permanentie schromelijk overschat? 

En dan komen we tot slot bij de belevingswaarde van een nieuw gebouw. Terecht merkt een enkele architect in het Manifest op, dat hoog scoren bij allerlei architectenjury’s niet het doel van architectuur moet zijn. Tegelijkertijd moet je ook niet alleen maar bouwen voor de smaak van de massa. Architectuur moet meerwaarde hebben, moet verwondering oproepen. Maar als die verwondering omslaat in verbazing of verbijstering, is de kans niet zo groot dat het gebouw op termijn plotseling geliefd zal zijn. De toekomstwaarde kan wel eens heel gering zijn, als de belevingswaarde op het moment van opleveren alleen door de deskundigen wordt gewaardeerd. En een geringe toekomstwaarde gaat heel waarschijnlijk veel CO2 kosten. 

In veel interviews kwam ik de verzuchting tegen dat de rol van architecten in de bouw steeds verder wordt teruggedrongen. Na de kredietcrisis zou het budget voor architecten zijn gehalveerd. Niet tijdelijk, maar structureel. Er wordt over geklaagd. Over vastgoed en kapitaal. Maar misschien is het goed om deze ontwikkeling nader te analyseren. Zouden de architecten zich zelf uit de markt hebben geprijsd? En wat zijn daarvan de oorzaken. Zijn die alleen extern. Of vormen de architecten zelf de aanleiding voor deze ontwikkeling? 

Architecten willen meer dan hoeder zijn van de esthetiek. Dat lijkt me terecht. Maar laten ze dan snel werk maken van werkelijke duurzame gebouwen. Bouw CO2-neutraal gebouwen, die in hun gebruik CO2-neutraal zijn en die eeuwigdurend CO2-neutraal zullen zijn. 

Waarover moet de parlementaire enquête #corona gaan?

februari 2, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Het is wat voorbarig, maar toch lijkt het einde van de pandemie in zicht. Als het vaccineren eindelijk op tempo komt, zal de druk op de zorg snel afnemen. En zal er steeds minder reden zijn voor zware maatregelen. Daarna zal het nog wel even duren voordat de parlementaire enquête start. Toch is het verleidelijk om daar even op vooruit te lopen. 

Ik hoop dat die parlementaire enquête niet gaat over de reactie van het kabinet op 11 maart of op 10 augustus. Het is te gemakkelijk om het kabinet te verwijten dat het soms te laat was (in maart en in augustus) en soms te hard ingreep (avondklok én tegen demonstraties). Het was immers een bizar jaar. Er was aanvankelijk weinig bekend over het virus en toch moest snel actie worden ondernomen. Een pandemie van deze orde hadden we nog nooit meegemaakt. Er werd erg veel van het kabinet gevraagd. En van de ambtenaren en van de lagere overheden. Dan is het niet vreemd dat niet elk besluit de rust weerspiegelde die je van de overheid in normale tijden mag verwachten. 

Nee, laat die parlementaire enquête zich vooral richten op twee fundamentele vragen. Ten eerste: waarom hebben het kabinet (en de Kamer) het niet aangedurfd om de grote politieke vragen te stellen die gesteld hadden moeten worden en waarom zijn ze blijven steken in een technocratisch discours? Ten tweede: waarom was het kabinet zo slecht voorbereid op de pandemie, terwijl veel deskundigen al jaren voor een dergelijke pandemie hadden gewaarschuwd? 

Het discours rondom corona heeft vanaf het begin in het teken gestaan van de medische kennis over het virus. Elke dag kregen we om 14:00 van het RIVM de laatste cijfers door. Over hoeveel mensen de laatste 24 uur besmet waren! Omdat maar weinig mensen werden getest, was die update overigens verre van volledig. Helaas werden we over het welbevinden van mensen nauwelijks geïnformeerd.  

Vervolgens verschoof alras het doel van het regeringsbeleid. Heel even werd nog gesproken over het bereiken van groepsimmuniteit, door iedereen ‘gecontroleerd’ te laten besmetten. Maar daarna ging het alleen nog maar om het voorkomen van een overbelasting van de zorg. En ook dit doel werd spoedig verengd tot het voorkomen van een overbelasting van de IC’s. De verpleegtehuizen werden in dat debat even vergeten. Dat heel veel mensen aan corona op de IC overleden paste ook niet geheel in het discours, net zo min als het feit dat heel veel mensen buiten de IC overleden. Er werd snel geregeld dat het aantal IC-bedden werd uitgebreid. En vanaf dat moment werd het hele corona-beleid gestuurd door de bezetting van de IC’s. 

Het viel op dat op de IC’s ook nog ruimte moest overblijven voor andere patiënten. Dat inmiddels de reguliere zorg al enorm was afgeschaald, leidde niet tot de gewenste politieke discussie. Waarom kregen corona-patiënten hier voorrang? Terwijl inmiddels toch duidelijk was dat het virus vooral grip kreeg op ouderen en met name op ouderen met onderliggend lijden. Waarom kregen zij voorrang op al die andere ernstig zieken? We waren dus verzeild in een technocratisch discours en niet eens meer in een medisch discours. 

Het is duidelijk dat in dat discours geen ruimte was voor veel fundamentelere vragen. Alle maatregelen die het kabinet immers nam, hadden grote gevolgen voor de samenleving. Horeca gesloten, sport gesloten, cultuur gesloten, onderwijs gesloten. Allemaal maatregelen die heel veel negatieve gevolgen hadden voor de betrokkenen. Ik geef toe dat de problematiek zo complex is dat ze zich niet laat vertalen in een maatschappelijke kosten-baten-analyse. Maar dat de afweging niet expliciet werd gemaakt, kan niet verhullen dat er wel een afweging werd gemaakt. Ten gunste van de IC-bezetting. 

Het is ook opvallend dat de oppositie in de Kamer zich bijna geheel liet meesleuren in het technocratische discours (“Waarom zijn er niet meer IC-bedden!”) en naliet om de fundamentele politieke vragen op te werpen. Was men bang voor bange kiezers, die gered wilden worden van dat enge virus? Of was men bang dat dit debat uiteindelijk over de dood zou gaan. Om het maar eens zwaar aan te zetten. Maar daar gaat het uiteindelijk wel over. Het was de Denker des Vaderlands, Marlie Huijer die als één van de weinigen het thema leven-en-dood wel durfde aan te snijden. En ervoor waarschuwde dat we blijkbaar moeilijk kunnen accepteren dat mensen nog dood gaan. En dat mensen ook ergens aan dood moeten gaan. 

De tweede vraag voor de parlementaire enquête betreft de uitvoering van het beleid: waarom waren wij zo slecht voorbereid op deze pandemie, terwijl er al jaren voor was gewaarschuwd? Zo stapelden de problemen zich al snel op. Al meteen waren er veel te weinig beschermingsmaterialen, ook in de ziekenhuizen. Ook was meteen duidelijk dat we veel te weinig testcapaciteit hadden. Pas op 1 december, zo’n 8 maanden na het begin van de pandemie, kon iedereen die dat wenste (of die getest moest worden), daadwerkelijk worden getest op het virus. Toen de eerste golf voorbij was, en iedereen weer blij om zich heen keek, greep het virus weer zijn kans. Dat lukte wonderwel omdat het Bron- en contactonderzoek al weer na enkele weken overbelast was. En toen het eerste vaccin zich aandiende waren we volstrekt niet klaar om mensen daadwerkelijk te gaan vaccineren. In Europa was Nederland op Bulgarije na, de langzaamste met het opstarten van het vaccinatieprogramma. Terwijl de ervaringen in Israel, waar heel snel heel veel mensen werden gevaccineerd, lieten zien dat vaccineren het beste middel is om de zorg te ontlasten. Al deze technische problemen ontstonden omdat niemand was voorbereid. En omdat de inrichting van de zorg geen centralistische aanpak verdroeg en omdat op de GGD’s, waarvan nu alles werd verwacht, jarenlang fors was bezuinigd. 

Eigenlijk mag het een wonder heten dat de overheid zo snel een groot pakket klaar had liggen voor alle ondernemers die ten onder dreigden te gaan. Ook daarover was van te voren nooit nagedacht. Maar gelukkig lieten de goede stand van land’s financiën en de lage stand van de rente een ruimhartig pakket toe. 

Het ongrijpbare charisma van Hans van Mierlo #D66

februari 1, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

In 2015 kreeg Hubert Smeets het verzoek om een biografie over Hans van Mierlo te schrijven. Met inzage in zijn privé-archief. Smeets rondde in 2020 zijn werk af. Hubert Smeets kan goed schrijven. Als journalist schrijft hij ook erg leesbaar. En het werd een kloek boek. Toch roept die omvang meteen vragen op. Noopt het beschrijven van het politieke leven van Van Mierlo werkelijk 600 pagina’s? 

Natuurlijk, Van Mierlo heeft tussen 1967 en 1998 een opvallende rol gespeeld in de Nederlandse politiek. Maar moeten je ook die 30 jaar Nederlandse politiek uitgebreid beschrijven, om aan Van Mierlo recht te doen? Dat is toch al veel vaker gebeurd. Daardoor krijgt het beschrijven van de context van het politieke leven van Van Mierlo iets overbodigs. Dan resteren er twee vragen. Ten eerste: hoeveel nieuws komen we over Van Mierlo zelf te weten? Ten tweede, en in het verlengde daarvan: doemt uit het boek een politicus op die zo’n dik boek rechtvaardigt?

Ik realiseer me dat het antwoord op beide vragen wordt gekleurd door het beeld dat je al van de politicus Van Mierlo had. Mensen die hun hele leven met Van Mierlo hebben gedweept, beleven wellicht veel plezier aan het lezen van het boek. Persoonlijk heb ik me nooit in het kamp van de dwepers opgehouden. Eigenlijk raakte Van Mierlo mij nooit echt, als ik hem al begreep. Voor mij stonden ook anderen meer symbool voor de jaren 60 dan deze tikje elitaire Brabantse regentenzoon. Als refo uit Drenthe kon ik me ook moeilijk verplaatsen in deze katholiek die bij de Jezuïeten was opgegroeid. Ik zag zijn progressiviteit maar ik miste de oprechte aandacht voor de mensen die het zoveel minder hebben. (Een verwijt dat je D66 ook als partij nog steeds kan maken.) Ik zag een politiek dier die ervan genoot om congressen toe te spreken, ijdelheid was hem niet vreemd. Ik zag ook een onzekere man die snel gekwetst was in de politieke strijd, binnen en buiten zijn partij. 

Verandert mijn beeld van “Hafmo” zoals Van Mierlo in die beginjaren werd genoemd, door het gedegen boek van Hubert Smeets? Nee. Smeets noemt Van Mierlo filosofisch, visionair, charismatisch, en idealistisch. Maar is iemand die overal een paradox ziet en vaak twijfelt meteen een filosoof, of alleen maar sympathiek? Is iemand die die paar kroonjuwelen van D66 heeft verwoord meteen visionair? Of is Van Mierlo juist een voorbeeld van de inhoudelijke leegte van de ‘revolte’ van de jaren 60? Is iemand die “De grenzen aan de groei” onderschreef meteen idealistisch? 

Eigenlijk blijft vooral dat charisma over. Die stem, die ogen, ja ook dat succes bij vrouwen. Ik kan me voorstellen dat Van Mierlo voor veel mensen charismatisch is geweest. Maar het is wel een ongrijpbaar charisma. Want wat heeft Van Mierlo feitelijk eigenlijk nagelaten? Het is de verdienste van Smeets dat hij eindeloos heeft gespeurd naar de successen van Van Mierlo in de Nederlandse politiek. En er eigenlijk maar weinig heeft gevonden.

Ja, Van Mierlo was de eerste lijsttrekker van D’66. Hij won meteen 7 zetels, voor die tijd een ongelooflijk succes. Maar bij de volgende verkiezingen kon hij D66 nog net dat kabinet-Den Uyl binnenloodsen, voordat hij door zijn eigen partij werd afgeserveerd. In de jaren 80 kwam hij terug toen de partij op sterven na dood was. Hij wist weer grote winst te boeken bij de volgende verkiezingen. Hij was de man die wellicht in zijn eentje de paarse coalitie er door wist te drukken. Maar velen vragen zich tegenwoordig af of je daar nog trots op mag zijn. Na Paars kwam het CDA weer even gemakkelijk aan de macht. Bovendien kreeg het populisme door het pragmatische Paars een belangrijke ruggesteun. Zelf werd Van Mierlo een tamelijk kleurloze minister van Buitenlandse Zaken. En daarna kon hij weer vertrekken. Ten slotte: de Progressieve Volkspartij waarvoor Van Mierlo lang heeft geijverd, is er nooit gekomen. 

Van Mierlo was vooral: charisma. Hij heeft met dat charisma vier verkiezingen gewonnen en één verkiezing verloren. Maar uiteindelijk heeft hij heel weinig nagelaten. Daarmee is ook meteen een antwoord gegeven op die tweede vraag. Rechtvaardigt de politicus Van Mierlo zo’n dikke biografie? Voor mensen die vielen voor zijn charisma kan de biografie ongetwijfeld niet dik genoeg zijn. Maar voor mensen die de man niet bewust hebben meegemaakt, doet zo’n dikke biografie over een politicus die eigenlijk niets heeft nagelaten, wel een beetje onwezenlijk aan. En dat gevoel zal de komende decennia alleen maar erger worden.

Die relschoppers, dat zijn wij #coronarellen

januari 26, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Er zijn rellen! Er is veel schade, er zijn zelfs gewonden. Het antwoord is meteen duidelijk: het zijn geen demonstranten, maar gewoon criminelen! Veel relschoppers zijn al aangehouden. Ik hoor op de radio weer veel grote woorden. “Dit hoort niet bij Nederland!”. Burgemeester Jorritsma van Eindhoven neemt zelfs het woord burgeroorlog in de mond. Burgemeester Bruls van Nijmegen meent dat de relschoppers zaten te wachten op een moment om geweld te plegen en dat de rellen niets met de avondklok te maken hebben. Al met al een harde, polariserende aanpak, terwijl we daarmee fundamenteel niets oplossen.

Laten we eerst maar eens vaststellen dat dit soort rellen wel bij Nederland horen. De krakersrellen uit de jaren 80 waren zeker niet minder heftig. Achteraf werden die rellen overigens goed begrepen. Er was een groot maatschappelijk probleem:  omdat er veel gespeculeerd werd met vastgoed, stonden veel panden leeg terwijl er een nijpend tekort aan woningen was. De krakersrellen waren het ventiel van de democratie. 

Met de huidige rellen is dat niet anders. Corona heeft de samenleving enorm onder druk gezet. De trage vaccinatie en met name de avondklok vormen hier de laatste druppel. En natuurlijk is de ontsporing het heftigst bij degenen die het heftigst zijn getroffen en wellicht het minst van dat virus begrijpen. Of willen begrijpen. 

Corona is dramatisch voor de hele samenleving. Maar vooral voor jongeren, omdat vooral de ouderen er dood aan gaan. Stel je bovendien voor dat je al weinig perspectief hebt in deze samenleving die zo door kennis wordt bepaald. Stel je voor dat al die deskundigen vertellen dat een avondklok moet worden ingesteld. Stel je voor dat Oud en Nieuw ook al in het water vielen omdat de elite jouw je vuurwerk wil afnemen. Stel je voor dat je al een half jaar niet naar je geliefde voetbalclub mag, samen met je vrienden zingen, billenknijpen of balen. Stel je voor dat je al niet meer naar de kroeg mocht, en dat je nu ook niet meer met je vrienden mag drinken. Stel je voor dat je elke avond na 21:00 uur thuis zit bij je ouders of alleen op je kamer. Nee, het is niet zo vreemd dat deze groep dit keer als eerste uit het ventiel ontsnapt. Zoals dat in de jaren 80 jongeren waren die geen huisvesting konden vinden. (En omdat er onder die jongeren veel studenten zaten, ontmoeten de krakersrellen indertijd veel meer sympathie dan de avondklok-rellen op dit moment.)

Natuurlijk geweld moeten we altijd veroordelen. Maar misschien helpt het toch om de ‘raddraaiers’ in een breder perspectief te zien. Dat de wanhoop bij een bepaalde groep in de samenleving nog net iets groter is dan bij de rest. Dan zijn die relschoppers dus niet die ander, maar alleen maar een onbeschaafde versie van ons zelf. 

Daar komt nog eens bij dat ook de reactie van de autoriteiten onder het virus lijkt te lijden. Al die burgemeesters en al die politici zijn corona-moe. En naarmate ze meer uitgeput raken gaan ze zich stoerder voordoen. Terwijl niet escalatie hier de oplossing is, maar de-escalatie. Mijn God, burgemeesters die in het openbaar klagen dat de ME niet snel genoeg kwam. Zo’n bericht moet de relschoppers veel plezier hebben gegeven. 

De-escalatie, dat is het enige wat we nodig hebben. Vanuit het besef dat de relschoppers ons een spiegel voorhouden. Wat is er op tegen om te concluderen dat die avondklok gewoon een stap te ver was? 

Mijn hond moet plassen #avondklok #corona

januari 20, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

De geruchtenstroom draait al weer. Er komen strengere maatregelen. De avondklok zou aanstaande vrijdag al ingaan. 

Laten we ons even baseren op de cijfers. 

  • Het aantal besmettingen laat in de afgelopen week een daling van meer dan 20% zien.
  • Het reproductiegetal bedraagt 0,98. Dat betekent dat de pandemie heel, heel langzaam uitdooft. 
  • De bezetting van de ziekenhuizen daalde in de afgelopen week licht. 
  • De wekelijkse toestroom in de ziekenhuizen is binnen 3 weken met eenderde afgenomen: van 1946 naar 1348.
  • De bezetting van de IC’s is constant, de instroom op de IC’s daalde de afgelopen week licht.
  • Er liggen nu minder dan 700 mensen op de IC’s, een hoog aantal, maar veel minder dan de piek van ruim 1200 in het voorjaar.
  • De oversterfte door COVID-19 is tijdens de tweede golf (dus na de zomer) niet hoger dan in de griepepidemie van 2018.
  • De kansenongelijkheid onder kinderen is groter geworden, omdat kinderen met hoogopgeleide ouders thuis goed onderwijs krijgen, terwijl kinderen van veel laagopgeleide ouders helemaal geen onderwijs krijgen.
  • De horeca en de retail zien hun verliezen verder toenemen.
  • De cultuursector blijft nog langer op een rudimentair niveau doordraaien, met veel persoonlijke en financiële drama’s tot gevolg.
  • De sport ligt nagenoeg stil, zodat de gezondheidstoestand in de samenleving verder verslechtert. 
  • Voor veel mensen die om andere reden dan COVID-19 zorg nodig hebben, is in ziekenhuizen veel minder plaats. 

Ik zou zeggen: stuur op zijn minst die kinderen weer snel naar school.

Maar het OMT en het kabinet neigen naar extra maatregelen. Dan zou ik toch wel graag willen weten waarom er aan die extra maatregelen wordt gedacht. Ten slotte moet mijn hond ‘s avonds altijd plassen.

Er wordt steeds verwezen naar één belangrijke reden voor de extra maatregelen: de Britse variant van het virus. Wat weten we daar inmiddels van:

  • De Britse variant is al in Nederland en we zien nog geen effect.
  • In het Verenigd Koninkrijk lopen de besmettingen de laatste week snel terug ondanks de volop aanwezige Britse variant.
  • Deskundigen als Levie twijfelen of de eerdere toename van de besmettingen in het VK aan de Britse variant of aan familiebezoek bij Kerstmis moet worden toegeschreven.

Gelukkig heeft het RIVM ook zelf onderzoek gedaan. Het is opgenomen in het laatste advies van het OMT aan de minister van VWS. Ik lees daar twee belangrijke zinnen. 

Ten eerste: “In de kiemsurveillance zijn op dit moment 39 besmettingen met de VK-variant vastgesteld.” 

Ten tweede: “Op basis van de kiemsurveillance is inzicht in het percentage van de VK-variant van het SARS-CoV-2 virus in Nederland. Het reproductiegetal voor de ‘oude’ variant is rond 1 januari net onder de waarde van 1, en het reproductiegetal van de VK-variant is rond 31 december ongeveer 30% hoger.”

Men stelt dus dat op basis van 39 besmettingen vast dat de R van de Britse variant 30% hoger is. Ik begrijp dat het een complex onderzoek is, maar ook bij moeilijk onderzoek moeten we vaststellen hoe groot de betrouwbaarheidsmarges zijn. Ik kan me niet voorstellen dat de bewering dat de Britse variant leidt tot een 30%-hogere R, significant is.

Meer cijfers worden niet gegeven. Meer analyse wordt niet gepresenteerd. Dus we stellen een avondklok in omdat op basis van 39 besmettingen wordt vastgesteld dat het reproductiegetal 30% hoger is?

Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn met nieuwe varianten. Natuurlijk moeten we heel alert zijn op factoren die ertoe zouden kunnen bijdragen dat we spoedig weer een toename van het aantal besmettingen zien. Maar dit bewijs is wel heel mager. En we weten hoeveel schade er tegenover staat. 

Die wappies die het Museumplein onveilig maken, zijn intussen de weg kwijtgeraakt. Maar ze hebben er wel recht op dat er niet op basis van angst maar op basis van feiten wordt geregeerd. Zoals iedereen daar recht op heeft. 

Ik herinner me nog goed dat Hugo de Jonge ergens in de zomer één van zijn vele metaforen presenteerde: “We moeten het vuurtje meteen uittrappen!”. Die metafoor staat voor angst. Zoals Rutte het virus met “een grote hamer” te lijf wilde gaan. Vanuit die angst kan het kabinetsbeleid soms heel goed worden begrepen. Nee, we moeten het virus niet met metaforen te lijf gaan, we moeten het virus onder controle houden. En we moeten zeker niet proberen om het virus op korte termijn uit te roeien. 

En oh ja, je houdt het virus het beste onder controle door haast te maken met vaccineren. 

Jesse Klaver is de ideale kandidaat om Asscher op te volgen

januari 17, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Donderdagmorgen liet Lodewijk Asscher weten dat hij geen kandidaat meer was voor het lijsttrekkerschap van de PvdA bij de komende verkiezingen. Meteen circuleerden allerlei namen van mogelijke opvolgers. Khadija Arib en Lilian Ploumen waren logische kandidaten omdat ze als tweede en derde op de lijst stonden. Frans Timmermans had grote winst gebracht bij de Europese verkiezingen. En Ahmed Aboutaleb hangt altijd wel boven de markt. De laatste twee lieten weten niet in aanmerking te willen komen. De woorden waren zo gekozen dat er in grote nood altijd nog op kon worden teruggekomen. Arib wachtte eerst het standpunt van het bestuur af en Ploumen was het meest openlijk over haar interesse. 

Op zondagavond is nog steeds niets bekend. Dat betekent dat het bestuur Ploumen niet goed genoeg acht om Asscher op te volgen. Als dat immers wel zo was, hadden ze haar meteen hunnen voordragen bij het uitgestelde congres. Het betekent ook dat Ploumen met een achterstand begint als ze de komende week alsnog wordt voorgedragen. We mogen dus aannemen dat er wordt getrokken aan Timmermans en/of Aboutaleb. Eerlijk gezegd zie ik ook geen andere kandidaten binnen de PvdA die op 17 maart meer dan negen zetels kunnen binnenhalen. 

Ik kan me de twijfels bij Timmermans en bij Aboutaleb overigens goed voorstellen. Het is weinig verlokkelijk om straks met 8 anderen een onbeduidende fractie te vormen in de Tweede Kamer. Twee van je collega’s denken bovendien dat zij het beter hadden gedaan. 

Toch is er een fantastische kandidaat. Jesse Klaver. Het ontijdige vertrek van Lodewijk Asscher is het ideale moment voor een fusie van de PvdA met Groenlinks. Te beginnen met een gezamenlijke lijst. Die fusie lag altijd ingewikkeld omdat één van beide leiders zich moest terugtrekken. Of nog erger: dat beide leiders zich ten gunste van een derde moesten terugtrekken. En leiders stappen niet graag op.

Nu ligt het anders. Er is (wellicht) geen logische kandidaat binnen de PvdA. Jesse Klaver is onomstreden binnen GroenLinks en heeft een rijke ervaring opgedaan in de Tweede Kamer. Laten de partijen niet moeilijk doen over de lijsten. Gewoon om en om. De verkiezingsprogramma’s lijken al jaren als twee druppels water op elkaar. Dus zoek één goede redacteur. De voorzitter van de PvdA wordt voorzitter van een voorlopig bestuur. We noemen de partij: Progressieve Partij. En we halen 25 tot 30 zetels. 

[Ik geloof niet dat dit blogje erg goed getimed was. Een paar uur later werd Lilianne Ploumen door het bestuur van de PvdA voorgedragen als lijsttrekker van de PvdA bij de Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.]

Alleen het vaccin kan ons nog helpen #corona

januari 13, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

En daar stonden ze weer. Mark en Hugo. Gelukkig noemen ze elkaar tegenwoordig voluit: Mark Rutte en Hugo de Jonge. Ik weet niet wie eerder had bedacht dat ze elkaar voor het volk met Mark en Hugo moesten aanspreken. Ik vond het niet passend bij de zwaarte van moment. Waarom zeggen ze niet gewoon “minister-president” of “minister” als ze het woord aan elkaar overgeven? Terwijl het hele land toch wordt stilgelegd. 

Aan de setting is niets veranderd, hoewel Irma dit keer ontbrak. Nog steeds dat zaaltje op het Ministerie van Justitie en Veiligheid in één van die torens van de Duitse architect Kollhoff. Nog steeds Rutte links en De Jonge rechts. Nog steeds begint Rutte met de boodschap en is De Jonge er voor de duiding en voor de details. 

Maar toch is er iets veranderd. Het charisma is verdwenen. We luisteren nog, maar hangen niet meer aan hun lippen. We horen dat de lockdown met drie weken wordt verlengd, maar we hebben niet meer de indruk dat we in een lockdown leven. We horen dat we tot eind maart niet met vakantie mogen, maar hebben al lang geboekt voor eind februari. En we horen dat we allemaal moeten thuiswerken, terwijl mijn vrouw net belt dat ze wat later van het werk vertrekt. Ja, dat is echt allemaal anders. 

Godzijdank loopt het aantal besmettingen langzaam terug en stagneert de bezetting op de IC’s. Want ik weet niet wat Mark en Hugo anders hadden moeten doen. Nog ernstiger kijken? Kansloos! Nog meer scholen dicht? Kansloos! Nog meer maatregelen? Kansloos! Mark en Hugo wisten het. Het toneelstukje moest worden opgevoerd. Omdat het anders nog erger uit de hand zou lopen. 

Maar de angst is uit de samenleving en we zijn weer zelf gaan bedenken hoe we ons willen wapenen. Niet Mark en Hugo bepalen hoe wij ons gedragen, maar dat bepalen we weer grotendeels zelf. Afgezien van die arme horeca, die arme winkels, die arme kunstenaars, die arme kappers, die grof op slot zijn gezet. 

Mark en Hugo weten: er is slechts één oplossing: het vaccin. Als alle kwetsbare ouderen zijn gevaccineerd neemt de druk op de ziekenhuizen en op de IC’s snel af. Want al die jonkies hoesten een paar keer in hun elleboog en gaan na een paar dagen weer aan het werk. Ja, er zijn ook jongeren die overlijden aan COVID, net zoals er ook veel mensen overlijden na de val van hun keukentrap of na een ongeluk in het verkeer. Maar als de kwetsbare ouderen niet meer ziek worden door COVID-19 daalt in rap tempo het aantal sterfgevallen, het aantal ziekenhuisopnames en het aantal IC-opnames tot normale proporties. 

In dat opzicht is het echt opvallend dat eerst al die zorgmedewerkers worden ingeënt. Versta me niet verkeerd: uit barmhartigheid is het juist om eerst aandacht aan hen te schenken. Ze hebben het zwaar voor de kiezen gehad, dit jaar. Maar als je de pandemie wil bestrijden, moet je toch echt eerst de kwetsbare ouderen vaccineren. 

Ik meen dat Mark en Hugo dat eerst ook van plan waren. Maar nadat Gommers en Kuipers één avond hun mediacontacten hadden aangesproken, ging De Jonge pijlsnel om. Dat is niet flexibel inspelen op veranderde omstandigheden, dat is zwabberen op grond van een geslaagde lobby. Een geslaagde lobby, in dit geval niet van twee deskundigen, maar van twee mannen die (hoe legitiem ook) opkwamen voor hun eigen mensen. 

We hadden, als we het goed hadden georganiseerd, eind december kunnen beginnen met vaccineren van de kwetsbare ouderen. Die ouderen komen nu pas in februari aan bod. Ik ben schappelijk: dat is een verlies van een maand. Is er even een econoom die kan uitrekenen hoeveel die maand extra lockdown ons met elkaar gaat kosten? Omdat Gommers en Kuipers meenden dat eerst hun eigen medewerkers moesten worden ingeënt? 

Zonder #cultuur is het leven schraal

januari 11, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

De overheid trok zich terug, de markt moest het doen. Het ging voortaan over verdienmodellen en verdienvermogen, over cultureel ondernemerschap, over kennis over marktstimulering, over zelfstandigheid en vooral over geld verdienen. Dat is de ontwikkeling die de culturele sector in de laatste decennia heeft doorgemaakt. Halbe Zijlstra stond als staatssecretaris model voor deze omslag. Omdat hij het onomwonden zei. Omdat hij niets had met het onderscheid tussen hoge en lage cultuur. En schijnbaar ook niets met de hoge cultuur op zich. 

Ik geef toe: het was ook wel verfrissend. De reacties uit de cultuursector getuigden daarvan. Alsof het aanmatigend was van Halbe Zijlstra om zich uit te spreken over cultuurpolitiek. Alsof alleen de cultuursector mocht bepalen op hoeveel subsidie zij zelf recht had. Alsof alleen niet-bezuinigen een uiting van beschaving was. Onzin natuurlijk. In een beschaafde democratie maken we samen uit wie wat krijgt. 

Dat er minder geld was voor de culturele sector was misschien ook nog wel te billijken. Echt kwalijk was het dat Halbe Zijlstra het onderscheid tussen tandpasta en cultuur niet leek te zien. Cultuur moest je verkopen. En als er niets werd verkocht was er blijkbaar geen behoefte aan. Waarom zou de overheid cultuur subsidiëren waarvoor de cultuurliefhebbers onvoldoende geld over hadden? Noodgedwongen werd dat economische denken door de culturele sector overgenomen. Vanaf Zijlstra werd de culturele sector bij uitstek als een economische sector gezien. 

Zo werd het publieksbereik steeds belangrijker. Niet om meer mensen te laten genieten, maar vooral om meer kaartjes te verkopen. Kunstenaars werden culturele ondernemers, die nieuwe verdienmodellen beproefden. Culturele instellingen werden bedrijven die vooral moesten bezuinigen. Logischerwijs nam het gewicht van de managers, die verstand hadden van marktstimulering en van het vergroten van de veerkracht van het eigen bedrijf toe. Ten koste van de makers om wie het in deze sector uitsluitend is te doen. Nergens horen managers zo ondergeschikt en ondersteunend te zijn als in de culturele sector. Het tegendeel leek steeds meer het geval. 

Niet alleen het handelen maar ook het debat veranderde (definitief). Om te bewijzen dat de overheid de culturele sector niet helemaal in de steek mocht laten, werd steeds meer over de ‘waarde’ van cultuur gesproken. En daarbij ging het niet om de intrinsieke waarde van cultuur, maar plat gezegd om de economische waarde. Door cultuur verbetert het vestigingsklimaat van steden voor bedrijven. Door festivals stijgt de omzet van kroegen en restaurants. Door blockbusters stijgt de hotelbezetting. Cultuur levert geld op, dat niet in toegangskaartjes wordt verdisconteerd. En dat is toch een goed argument voor de overheid om financieel bij te springen? 

Arme kunst, de kunst had geen waarde meer van zichzelf, geen intrinsieke waarde meer, maar alleen nog maar economische waarde. En waar die economische waarde ontbrak, konden de makers ophoepelen. 

En toen kwam corona. We mochten elkaar niet meer ontmoeten, de musea sloten hun deuren en concerten en theatervoorstellingen werden stilgelegd. Godzijdank sprong de overheid bij zodat de hele sector niet meteen omviel. Maar die steun gold niet voor al die zzp-ers die al jaren moesten sappelen omdat er in de cultuursector veel te weinig geld was overgebleven na de kaalslag van Halbe. Die steun gold ook niet voor al die jonge talenten die net hun opleiding hadden afgerond en zich nog niet hadden gevestigd. Zij werden spoedig gedwongen om met ander werk in hun bestaan te voorzien. Waarmee veel talent verloren ging. Gaandeweg werden wel tal van dappere pogingen ondernomen om het publiek via internet te bereiken. Musea vergrootten hun digitale aanbod en orkesten en theatergezelschappen ontdekten de mogelijkheden van streaming. Maar het was niet genoeg. Het was een doekje voor het bloeden. 

Hoe triest de aanleiding ook was, hoe triest het moment, eigenlijk was het een heel bijzonder moment. Plotseling konden we vaststellen hoe schraal het leven is zonder cultuur. Iedereen kon plotseling zien dat cultuur niet alleen een economische waarde heeft. Dat cultuur een waarde op zichzelf heeft. Cultuur zorgt voor een verrijking van het leven. En zonder die verrijking is het leven schraal. Dat besef is de winst van corona. 

Acht jaar na Halbe Zijlstra leert corona ons dat we volledig zijn doorgeslagen met dat neo-liberale denken, dat iedereen aanzet om ondernemer te worden en dat elke manager doet bazelen over verdienmodellen. Natuurlijk is het goed als de cultuurmakers op zoek gaan naar hun publiek, en naar nieuw publiek. Maar ook als dat grote publiek er gewoon niet is, kan kunst uiterst zinvol zijn. Het is onzin om te stellen dat er geen plaats is voor kunst waar geen markt voor is. Cultuur is een wezenlijk onderdeel van onze samenleving. Het verrijkt het leven, het zet aan tot nadenken en het reflecteert wat er ten diepste in de samenleving gaande is. Cultuur verwijst naar onze roots, het bepaalt onze samenleving en is daarmee een basisbehoefte. Wat zou het mooi zijn als we met zijn allen, overheid én samenleving weer trots zouden zijn op cultuur, in plaats van steeds maar weer aan bezuinigingen te moeten denken en aan de mogelijkheden om de cultuur te vermarkten. Dat vreselijke woord. 

Die tegenstelling tussen overheid en markt is hier ook vals. Als de cultuur niet voldoende wordt betaald uit de kaartverkoop, moeten de gemeenschap op een andere manier de cultuur betalen. Het gaat om het onderscheid tussen een gemeenschap die rijk aan cultuur is en daardoor wordt verrijkt of een gemeenschap die verschraald door een tekort aan cultuur. En daarom moet de kunsten uit gemeenschapsgelden worden betaald als de kaartjes onvoldoende geld opleveren. 

Ook in dat opzicht heeft het afgelopen corona-jaar ons veel geleerd. Want plotseling was de overheid wel bereid om bij te passen toen de culturele sector op omvallen stond. De cultuur werd eindelijk niet meer beoordeeld op zijn verdienmodellen en zijn publieksbereik en zijn publieksdifferentiatie, maar vanwege haar eigen authentieke betekenis. Omdat een samenleving niet zonder cultuur kan. Dat is de tweede winst geweest van deze bizarre episode. Het is dus niet meer dan normaal dat de gemeenschap bijpast als er van de kaartjes niet meer valt te leven. Waarom is dat geen permanente afspraak? Dat de gemeenschap gewoon altijd bijspringt als er te weinig kaartjes worden verkocht.

Natuurlijk moeten we trots zijn op de zelfstandigheid van de culturele sector. Cultuur gedijt in autonomie. En niet onder de vleugels van een overheid. Maar we hebben wel een overheid om te garanderen dat die cultuur in alle tijden gedijt. Waarom is er bijvoorbeeld geen gegarandeerd basisinkomen voor de makers van de kunst? Ik spreek niet over een (permanent) basisinkomen. Maar wel over een permanente garantie dat er altijd voldoende inkomsten zijn, ook als er onvoldoende kaartjes worden verkocht. Dus bijvoorbeeld ook als avant garde cultuur nog maar door weinig mensen wordt begrepen. Of wanneer een museum eens iets anders dan een blockbuster wil presenteren. Of als talenten nog onvoldoende kansen krijgen om hun kunnen te tonen.

Wie zou daarvoor in aanmerking moeten komen? Mensen die zijn opgeleid in de kunsten en zich ook inzetten voor de kunsten. De makers dus. Ik stel voor dat de managers zich anders moeten bedruipen. En natuurlijk is de gemeenschap verantwoordelijk voor de basisinfrastructuur waarbinnen de makers hun prachtige werk kunnen doen. 

Ja zeker! Het idee is nog helemaal niet uitgewerkt. Het vraagt nog enige doordenking, om het eufemistisch uit te drukken. Maar laten we bij het doordenken blijven proberen om de cultuur niet economisch maar intrinsiek te waarderen. Cultuur is geen tandpasta. 

« Vorige paginaVolgende pagina »