De privé-kliniek als voorbeeld @bergmanclinics

juli 8, 2020 by  
Filed under Hardlopen

Vroeger had je privé-klinieken en ziekenhuizen. In privé-klinieken kwamen alleen rijke mensen, in ziekenhuizen kwam iedereen. In privé-klinieken werd veel geld verdiend en ziekenhuizen kwamen altijd tekort. Met de marktwerking in de zorg is dat onderscheid grotendeels verdwenen. Ook in privé-klinieken kan je terecht als je verzekerd bent en ook aan normale ziekenhuizen wordt door de verzekeraars goud geld verdiend.  

Toch is het nog steeds een wereld van verschil, zoals ik deze week zelf in Bergman Clinics mocht ondervinden. De verschillen zijn voor een deel te verklaren. De privé-klinieken specialiseren zich immers op zaken die makkelijker te organiseren zijn. Zo bieden ze een beperkt aantal ingrepen aan: denk aan heupen, voeten, ogen, knieën, borsten etc. Die ingrepen zijn relatief eenvoudig. En er is geen uitgebreid onderzoek nodig om te bepalen wat er moet gebeuren. Een regulier ziekenhuis is dus bijna per definitie complexer. Maar dat rechtvaardigt geenszins die wereld van verschil. Wat te denken van de volgende verschillen?

Eén: men houdt zich in privé-klinieken stipt aan de tijd en de afspraken die met de patiënt zijn gemaakt. Natuurlijk laat de zorg van privé-klinieken zich veel beter plannen dan de spoedeisende hulp van een regulier ziekenhuis. Maar meestal lig ik in een regulier ziekenhuis niet op de spoedeisende hulp en moet ik toch eindeloos wachten. Ik los dat altijd op door een boek mee te nemen, maar daarmee is de verspilling van kostbare tijd nog niet voorkomen. Waarom kunnen ze me bij Bergman Clinics wel op tijd opereren, terwijl ik in het Bronovo-ziekenhuis voor het bloedprikken altijd lang moet wachten? Is dat niet anders te organiseren? En dan heb ik het nog niet eens over de termijnen waarop je in een regulier ziekenhuis een afspraak kan maken. 

Twee: reguliere ziekenhuizen denken altijd dat ze nog groter moeten worden (fuseren!) om te kunnen specialiseren. Bij privé-klinieken leidt specialisatie juist tot schaalverkleining. Dat alleen al geeft een enorme rust. De kliniek is zo klein en overzichtelijk dat al die routes (“Volgt u 78!”) gewoon niet nodig zijn. Bij Bergman Clinics in Rijswijk hebben ze een verdieping voor de intake en een verdieping voor de dagopname. En op beide verdiepingen een vriendelijke receptie. En niemand raakt de weg kwijt. Bovendien: als je ziekenhuis klein is, is de organisatie klein en kan je de taken helder verdelen. Bij Bergman Clinics is elke functie van iedereen duidelijk. Ook al omdat iedereen zich netjes voorstelt. Daarmee krijgt zo’n ziekenhuis meteen een gezicht. En hoef je je ook niet steeds weer voor te stellen aan iemand die jou toch niet kan onthouden. 

Drie: patiënten zijn gewoon mensen, in wie je geïnteresseerd moet zijn, met wie je een normaal gesprek kan voeren en die je normaal aankijkt. Patiënten willen weten wat er gaat gebeuren, en willen soms heel precies weten wat de volgorde der handelingen is. Het is ook fijn om te horen waarom je deze prik krijgt. Maar het is vooral belangrijk om op een normale toon te worden toegesproken. Ik ben geen kind meer en ik begin nog niet te dementeren. 

Het is pijnlijk dat me deze week vooral dat verschil in benadering opviel bij Bergman Clinics. Niemand zei: “En wat doet meneer voor de kost?” Niemand zei “we” als “u” werd bedoeld. Niemand zei dat ik mijn schoenen moest aantrekken. Of mijn jas moest meenemen “omdat we hier niet meer terugkomen”. Niemand zei dat het “het prikje even pijn zou doen”. Niemand zei dat ik dat “beter een roesje kon nemen”. En de verpleegkundige die de infuusnaald dwars door mijn bloedvat prikte vertelde dat zo eerlijk ontwapenend dat ik de slappe lach kreeg. 

Ik weet dat alle ziekenhuizen in hun missie vermelden dat de patiënt bij hun centraal staat. Ik heb deze week ervaren hoe het is als de patiënt werkelijk centraal staat. Ook ik begrijp dat de opgave soms zo complex is dat de organisatie wel complex moet zijn. Academische ziekenhuizen moeten alle specialismen in huis hebben. Maar ook als de opgave complex is kan je ernaar streven om de zorg zo kleinschalig mogelijk te organiseren (stoppen met fuseren), kan je je buiten de spoedeisende hulp gewoon aan afspraken houden en kan je proberen om net zo volwassen te zijn als je patiënt. 

Hardlopen is een geloof @marisvsprundel

augustus 11, 2018 by  
Filed under Hardlopen

Hardlopen is een geloof. Ik lees al jaren elke maand Runner’s World, het onvolprezen tijdschrift voor de hardloper. En elke maand lees ik weer een nieuwe theorie. Over training, over voeding, over schoenen. En allemaal willen we deze theorieën geloven, omdat we zo graag harder willen lopen.

Hoe heerlijk nu is het om het boek Alles wat je wilt weten over hardlopen van Mariska van Sprundel te lezen. Mariska is wetenschapsjournalist en, hoe grappig, ook verbonden aan hetzelfde Runner’s World. Ze heeft op een uiterst kundige en amusante wijze al die theorieën eens tegen het licht gehouden. En wat blijkt? De meeste zijn onbewezen. Of gewoon niet waar. 

Bijvoorbeeld: er bestaat geen relatie tussen loopschoenen en de kans op blessures. Al het gepraat over proneren en superproneren mist elke grond. Mariska adviseert: koop gewoon een schoen ‘die je lekker zit’.

Bijvoorbeeld: er is helemaal geen ideale pasfrequentie, ieder mens heeft zijn eigen ideale pasfrequentie. En: het is niet waar dat je meer blessures krijgt met een haklanding. Je krijgt met een voorvoetlanding evenveel blessures, alleen andere. Denk aan die minimalistische schoenen, waardoor je eerder een voorvoetlanding ontwikkelt. Ze geven veel meer problemen met de kuiten. Ik kan het uit eigen ervaring bevestigen. 

Bijvoorbeeld: elk lichaam is geschikt om mee hard te lopen. Ongeacht je VO2-max. Alleen voor de top heb je een bepaald lichaam nodig. En dat is deels trainbaar. Je kan volgens Mariska beter een goede sportbeha kopen dan een dure genetische test. 

Bijvoorbeeld: rekken en compressiekousen: niet bewezen dat ze goed of slecht zijn. Misschien moet ik scherper zijn: er geen effect. Maar ook: waar je je goed bij voelt, dat werkt. Dus blijf lekker rekken als je dat altijd al deed. En loop desnoods met die rare zwarte kousen. 

Bijvoorbeeld: geen enkel bewijs dat je minder blessures krijgt als je op een zachte ondergrond loopt. Dat komt omdat we de stijfheid van onze benen meteen aanpassen aan de ondergrond. Waarmee het gewicht van de schokken van het lopen gelijkt blijft. 

Bijvoorbeeld: bietensap helpt een beetje voor recreanten, maar niet voor de toplopers. Van magnesium zijn de voordelen nooit wetenschappelijk aangetoond. 

Bijvoorbeeld: al dat geloof over eten voor een marathon. Die hele voedingsindustrie en al die sportdrankjes. Wetenschappelijk alleen aangetoond door wetenschappers die zich door de Gatorade lieten betalen. Maar kijk ook uit met dat dagenlang stapelen van koolhydraten. Je lichaam kan maar een beperkt aantal koolhydraten opnemen. Ik merkte het zelf een keer in Berlijn, toen ik dagen had gestapeld, en onderweg drie keer uit de broek moest. 

Bijvoorbeeld: voor afvallen helpt een dieet beter dan bewegen. Ook mijn ervaring. Ik val vooral af door heel weinig te eten en rustig in een hoekje te gaan zitten. Al die beweging leidt maar tot extra honger die je niet kan weerstaan. 

Gelukkig, er blijven nog wel enkele geloofsartikelen overeind.

Bijvoorbeeld: je moet alijd naar je lichaam luisteren. Bij een beginnende blessure meteen gas terugnemen. Maar mijn ervaring is dat je een beginnende blessure er ook uit kan lopen. 

Bijvoorbeeld: na vijf jaar zou je per week niet meer dan 40 km met een snelheid van 10 km/uur mogen lopen. En je eerste halve marathon moet je altijd een paar jaar uitstellen, om over de marathon nog maar niet te spreken. Na drie maanden hardlopen liep ik zelf  mijn eerste halve marathon en binnen een jaar mijn eerste hele. 

Bijvoorbeeld: krachttraining met eigen lichaam en gewichten is beter dan met apparaten. Maar ik vind een sportschool stimulerender dan mijn eigen slaapkamer. 

Wat bewijst dit allemaal. Veel geloof blijkt niet waar of is onbewezen. En wat wel waar is wordt door mij lang niet altijd geloofd. En dat is geen kritiek op het boek van Mariska van Sprundel. Het geeft aan hoe hardnekkig geloof in de hardloopwedstrijd is. 

En dat is ook niet zo heel gek. Mariska concludeert vaak dat iets niet bewezen is, maar dat het tegendeel ook niet bewezen is. Vaak adviseert ze om gewoon te doen waarbij je je lekker voelt. En dat doe ik dan ook maar. 

Dat stemt overeen met één van haar laatste conclusies: zelfregulatie is bij het hardlopen heel belangrijk. Ik herken iets. Nee, ik weet waar mijn echte kracht bij het hardlopen ligt: bij de zelfregulatie. Want hardlopen is vooral het weerstaan van verleidingen. Niet op de bank blijven liggen als je geen zin hebt of als het regent. Straks in Rotterdam of in Berlijn of in New York kan het ook regenen. En het lopen van een marathon is het summum van zelfregulatie. Alleen naar het volgende 5km-punt lopen, nooit denken hoe ver het nog is. Steeds uitrekenen hoeveel sneller je loopt dan 5’/km. In het Kralingse bos altijd focussen op die benzinepomp. Bij Alexanderpolder altijd blij zijn dat je niet meer linksaf hoeft over die steentjes. Altijd je verheugen op die sinaasappelen in Kralingen. Vandaar altijd naar de muziek op de Boezemweg. En zo verder, en zo verder. Want over één ding wordt niet gedacht: over stoppen.

En wie goed is in zelfregulatie weet dus dat hij vooral voor zich zelf moet uitzoeken wat het beste is. 

Er rest mij slechts één vraag. Hoe kan het dat iemand die zo’n mooi en helder en compleet en geweldig boek schrijft, zelf nog steeds geen marathon heeft gelopen. Want zo’n goed boek schrijf je alleen met een hoge dosis zelfregulatie. 

Dag @MarathonRdam, volgend jaar ben ik er weer

april 9, 2018 by  
Filed under Hardlopen

De marathon in Rotterdam 15 keer gelopen, gisteren zat ik thuis. Ik wilde wel, maar ik kon niet. Gewoon niet getraind, door eindeloze problemen met een voet. Ik heb Rotterdam wel eens vaker gelopen zonder echt te trainen, maar toen zat die marathon nog in mijn lijf. Ik was bang dat hij er nu niet meer in zat. 

Dat was nieuw. In 2000 liep ik mijn eerste marathon in Rotterdam. En daarna miste ik maar 4 keer. In 2005 liep ik Rotterdam niet omdat ik overtraind was. Dat was een kwestie van uitzitten. Daarna loop je weer een nieuwe marathon. In 2007 liep ik Rotterdam niet uit, omdat hij halverwege werd afgelast en mijn loopmaatje wit was. In 2009 liep ik Rotterdam niet, omdat ik een week later de 60 van Texel liep. [In 2005 liep ik Rotterdam nog 2 weken na Texel, als een herstelmarathon.] Dus allemaal goede redenen. Die reden was er nu niet. Ik had sinds de vorige marathon in 2017 gewoon niet getraind, door die voet.

Het is zo’n dag dat je terugkijkt, terwijl je eigenlijk vooruit moet kijken. Mijn eerste Rotterdam ging in 3:49. Na twee jaar was ik binnen de 3:30. Ook die herstelmarathon in 2005 ging in 3:27. Mijn record in Rotterdam is van 2008: 3:18. Alleen in Berlijn liep ik tweemaal harder. 

Daarna gaat het langzamer. Niet geleidelijk, maar met twee duidelijke sprongen. Het is moeilijk toe te geven, maar de tweemaal de Swissair Alpine lopen heeft mijn tempo geen goed gedaan. Bijna 80 km in de bergen hardlopen met een hoogteverschil van 2600 meter heeft mijn lichaam duidelijk geraakt. Of misschien wel al die trainingen van te voren. Maar zonder veel trainen kom je die bergen niet over. 

Na mijn eerste Swissair Alpine in 2010 heb ik Rotterdam nooit meer binnen de 3:30 gelopen. De beste tijd was 3:38 in 2012. En overal staat in mijn logboek dat er blessures waren en dat ik veel te weinig had getraind. Dat beeld versterkt zich na mijn tweede Swissair Alpine in 2013. Ik loop Rotterdam nooit meer binnen de 4:00. Vriend Michiel zei: “Wim, we hadden toch afgesproken dat we hem niet meer zouden lopen, als we meer dan 4 uur nodig hebben?” Maar ik kon hem niet missen. 

En nog steeds niet. Afgelopen zaterdag wandelde ik met hond 14 km, in 2:20. Ik weet dat dat 6 km/uur is en dat je in Rotterdam aan 8 km/uur genoeg hebt om op tijd binnen te komen. Het is wel driemaal zo ver. Zelfs op zondagmorgen om half 8 denk ik nog even: “Waarom geen gokje wagen, de buren willen wel op de hond passen?” Ik waag geen gok. 

Maar het schijnt dat ik mijn voet nu vooral moet trainen om hem weer in vorm te krijgen. Terwijl ik al die tijd niet train omdat die voet zo’n pijn doet. Fysiotherapie blijft een bijzonder vak. Dus nu eerst die voet trainen, dan mijn hele lijf trainen, dan 5 kg afvallen en dan loop ik hem volgend jaar Rotterdam weer binnen de 4:00. Rotterdam, ik kom eraan. 

Waarom een goede marathonloper twee artsen heeft

mei 24, 2017 by  
Filed under Hardlopen

Wat is dat toch met mijn hart. In 2010 meldde een sportarts dat mijn hart last had van ST-depressies. Een second opinion bij Paul van Dijkman leert dat er niets aan de hand is. Dat de afwijkingen in het elektrocardiogram slechts voortkomen uit mijn bizar goede conditie. Een paar weken later loop ik voor het eerst de Swiss Alpine rondom Davos. 78 km met 2600 hoogtemeters.

Maar dat ruisje zat nog steeds in mijn hart. Een longarts in Dirksland merkt het op. Ze helpt me enorm met mijn longen, maar minder met haar advies om ook nog even langs de cardioloog te gaan. Het wordt een bizar bezoek bij die cardioloog uit Dirksland.

Eerst een echo-cardiogram, daarna een electro-cardiogram. Geen idee wat ze allemaal met me doen. Dan het gesprek met de cardioloog. “U hebt wat kalk op uw aorta-klep. Dat is niet erg, maar daar moet u wel ooit aan worden geopereerd.” Ik vraag voorzichtig wanneer dat moet gebeuren. “Afhankelijk van hoe oud u wilt worden.” Ik zeg monter dat ik er nog geen last van heb, ik heb immers net een marathon gelopen. “Dat moet u nooit meer doen.” Hij zegt het bozig en met venijn. Ik vraag of de kalk met de cholesterol te maken heeft. Nee. Ik krijg een wetenschappelijke verhandeling van een cardioloog uit Dirksland. Deze kalk is gewoon slijtage, heeft niets met cholesterol te maken. Uw cholesterol is overigens wel veel te hoog. Later blijkt dat een “beetje te hoog”, nadat ik een paar weken wat slordig met mijn medicijnen ben omgegaan.

De cardioloog laat me allerlei bewegende beelden op zijn scherm zien. Van mijn hart en van het hart van andere patiënten. Straks laat hij mijn hart aan andere patiënten zien. Overigens was zijn blik toch al 90% van de tijd op zijn beeldscherm gericht. Wel handig om nu samen op dat scherm te kijken. Ik begrijp dat mijn klep er niet goed uit ziet, maar dat het nauwelijks verder uit het onderzoek blijkt. Er is slechts sprake van een ‘mild’ drukverschil. Maar ja, die klep ziet er slecht uit. Vooral bij extreme duursport kan je met zo’n klep, na uitdroging, gaan flauwvallen. Ik meld dat ik dat probleem al lang herken, maar inmiddels heb opgelost door onderweg zout in te nemen. Ik ben dan ook benieuwd of hier sprake is van een nieuwe of van een oude kwaal. Als ik die vraag stelt, volgt er vooral irritatie. Dat het zijn advies is, en dat ik het allemaal zelf maar moet weten. En dat hij geen jurist is. Ziet hij mij daarvoor aan? Voelt hij zich in het nauw gedreven? Ik stelde geen juridische, maar slechts een methodologische vraag.

Vervolgens zegt de cardioloog woedend dat marathon-lopen ‘dodelijk’ is. Dat er afgelopen weekend in Rotterdam ook weer allerlei mensen zijn afgevoerd. Ik meld maar niet dat niemand is doodgegaan. Dat zijn schoonvader ook zo’n “idioot” is die alleen maar marathons wil lopen. En nooit de gevaren daarvan wil inzien. Ik ben even verbouwereerd. Ik ben niet erg geïnteresseerd in de schoonvader van de cardioloog. Ik kom hier voor mijn eigen hart. Maar daarna besef ik dat zijn advies om voortaan geen marathons meer te lopen dus weinig discriminerend is. Blijkbaar geeft hij dat advies aan iedereen. Als ik dat opper, zegt hij weer venijnig dat hij geen jurist is. Ik ook niet, maar dat doet blijkbaar niet terzake.

Inmiddels kan hij dat ene verontrustende plaatje van mijn hartklep niet meer terugvinden in zijn computer. Het mompelt dat hij verder onderzoek nodig heeft. Via de slokdarm. Het maakt allemaal geen sterke indruk. Na al die stelligheid over zijn schoonvader en mij hart. Hij vraagt: “Wat gaan we doen?” Ik zeg dat ik er eerst over wil nadenken. Hij stelt de vraag nog eens. Ik antwoord het antwoord nog eens. Hij zegt: dat betekent dat ik u nooit meer zal zien. Ik geef geen bevestigend antwoord. Ik ben even mijn assertiviteit kwijt. Later bedenk ik me dat ik die rare man luidkeels gelijk had moeten geven. Nee, natuurlijk kom ik nooit meer bij deze rare cardioloog in Dirksland? Alleen zijn gesprekstechniek is al een goede reden om nooit meer naar hem terug te gaan. Ik vrees dat die techniek nooit beter zal worden. Deze man weet immers alles altijd beter.

Op 24 april ga ik naar Paul van Dijkman. De man die zulke goede second opinions kan geven. Hij laat me onderzoeken. Weer een elektrocardiogram, weer een echo. En ja, er zit een beetje kalk op die ene klep. Niemand weet hoe lang die kalk er al zit. Maar het heeft geen enkel effect op mijn hart. Dat functioneert uitstekend. “Blijf jij lekker die gekke dingen doen.” “Blijf vooral marathons lopen”. En kom over twee tot drie jaar nog eens terug. Gaan we kijken of er niks is veranderd.

Niets is erger dan de #Elfstedentocht niet uit te rijden #NRC

januari 4, 2017 by  
Filed under Hardlopen

Het is 4 januari! Het is 20 jaar geleden. De sportpagina’s van de NRC zijn geheel gewijd aan de Elfstedentocht van 1997. Ander sportnieuws is er niet. Hans Buddingh’ verhaalt van zijn tochten in 1985 en 1986. Uitgereden. En van zijn tocht in 1997. Niet uitgereden. Hij verhaalt over de domste beslissing van zijn leven. Dat hij aan het einde van de middag al had besloten om te stoppen. Hij was al in Ried, voorbij Franeker.

Zijn verhaal doet me denken aan die man die op die zondagmorgen na de Tocht der tochten in de trein naast me zat. Vanaf Leeuwarden tot Den Haag. Hij heeft me drie uur ondervraagd. Hoe het toch kwam dat ik hem wel had uitgereden en hij niet. Hoe vaak ik had getraind, hoeveel ik had gegeten op de avond tevoren, hoeveel ik had gedronken onderweg, op wat voor schaatsen ik had gereden (Viking Allround), wat voor kleren ik had gedragen, of ik met een lamp had gereden (je kan beter profiteren van de lampen van anderen), of ik op kop had gereden tussen Workum en Bolsward (je kan beter van een groepje profiteren). De man had al na één dag vreselijke wroeging. Waarom was hij zo dom geweest om hem niet uit te rijden? Hans Buddingh’ heeft nu al 20 jaar wroeging. En traint nog elk jaar om hem de volgende keer wel uit te rijden.

Eigenlijk was ik voorbestemd om hem ook niet uit te rijden. Een week eerder had ik de Hollands Venetië-tocht nog gereden. Bij Giethoorn. Zestig kilometer. Daarna was ik ziek geworden en lag me te verbijten in een vakantiehuisje. Op donderdag klonk het ‘It giet oan’ uit de mond van de legendarische Henk Kroes, zoals alles en iedereen rondom de Elfstedentocht legendarisch is. Ik lag in bed, te zweten onder te veel dekens. Mijn zus concludeerde dat ik niet zou rijden. Mijn vrouw was wijzer en zei: “Natuurlijk rijdt hij hem”.

Op vrijdag kocht ik nog extra kleren in een sportwinkel in Emmen. Of all places. En reed met de trein naar Leeuwarden. Mijn lidmaatschapskaart had ik als altijd bij me. Voor de tocht slikte ik mijn laatste antibiotica (‘Kuur afmaken”). Om 8:20 ging ik van start. Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik zou rijden tot het donker zou invallen. Om in ieder geval de sfeer mee te maken. Mijn onderbewuste wist wel beter. En hield me bij de les. Ik wist dat ik in de loop van de middag één uur voorliep op mijn schema uit 1986. Ik was om 4 uur in Franeker. Ja, Hans jij was er om 15.55. Ik wist dat er maar één reden was waarom ik niet zou doorrijden: ik zag op tegen het donker. Om kwart over 5 was het inderdaad pikkedonker. Een erg slechte reden om te stoppen.

Vanaf dat moment wist ik dat ik het hing halen. Het feest in Bartlehiem, dat zelfs een lemma heeft in Wikipedia. De tocht door Birdaard. De triomftocht door Dokkum. Precies op het moment dat het Achtuurjournaal opende. De plek waar de ook al legendarische ‘Rudy uit Assen’ om 1 minuut over 11 hoorde dat het voor hem was afgelopen. Hij liet voor de TV-camera’s zijn tranen de vrije loop. Hij reed immers voor zijn zoon die over enkele weken geboren zou worden. Ik werd om 8 uur ruimschoots doorgelaten. Met de wind in de rug reed ik terug naar Bartlehiem. Dan moet je nog even tegen de krachtige wind in naar Oudkerk. En daarna zie je de TV-lichten bij de finish al. Genieten, genieten, genieten. Arme Hans, dat heb je allemaal gemist. Met die 5.091 die de finish niet hebben gehaald. En met de man die in de trein naast me zat. Ik beloof je, ik ga vanavond nog even trainen. Ik hoop dat je meedoet.

De marathon als wijze van leven @MarathonRdam

april 10, 2016 by  
Filed under Hardlopen

Ik was vanmiddag te gast bij de Rotterdam Running Ambassadors. Werkelijk te gast. Alleen maar aardige mensen, die zich allemaal kwamen voorstellen. Ik sprak daar een bijzondere man. Herman Wilton. Herman had de marathon van Rotterdam al 30 keer gelopen. Hij had veel last van artrose, onder andere aan zijn knieën. Toch zat hij klaar voor zijn 31e keer. Hij vertelde me dat hij altijd had gedacht dat hij marathons liep omdat ze zo goed pasten bij zijn wijze van leven. De gezonde leefwijze stond voorop, de marathons waren een middel. Maar intussen had hij vooral veel pijn bij het lopen. Zo gezond waren die marathons niet meer. En toch kon hij er niet afblijven. Hij moest en zou vanmiddag zijn 31e marathon van Rotterdam lopen. Hij kon niet zonder. Die marathon ging ver uit boven die gezonde leefwijze. Het bleek dat de marathon zijn wijze van leven was. En daar stop je niet mee vanwege een pijntje hier of een pijntje daar. Herman finishte later op de dag in 4:43, netto.

Afscheid van mijn teen

april 1, 2016 by  
Filed under Hardlopen

Het einde is in zicht. Eindelijk. Ik heb er drie jaar tegen aan lopen hikken. Eigenlijk is het na de K78 van 2013 nooit meer helemaal goed gekomen. Beter gezegd: het was al niet goed toen ik die K78 liep. Vier maal naar de fysio in de voorafgaande week. Ingetapet 78 km lopen, met 2600 hoogtemeters. [Ik heb genoten.] En dat allemaal door die zweepslag. En die zweepslag kwam door die nieuwe schoenen. En die nieuwe schoenen had ik nodig vanwege die zere teen.

Zo draaide het leven een jaar of vier rond een zere teen. Meneer speelde op na een kilometer of tien. En meneer kreeg steeds weer nieuwe schoenen. Om meneer gunstig te stemmen. Met een paar van die nieuwe schoenen liep ik in 2014 de marathon van Amersfoort. Een beschadigde meniscus was het gevolg. Daarna liep ik in 2014  niet meer. In 2015 liep ik nog maar twee marathons. Die van Rotterdam met een voorbereiding van 12 dagen. Het ging. In Amsterdam liep ik in de kou en de regen net boven de 4 uur. Ja, met een opspelende teen.

Vanaf dat moment bereidde ik me voor op de marathon van Rotterdam op 10 april. Sommige weken gingen redelijk, andere weken sloeg ik de meeste trainingen over. Geen zin, vanwege de pijn. Of gewoon geen zin vanwege de regen. Of vanwege de kou. Of vanwege het donker. Mijn tolerantiegrens voor loopellende werd steeds gemakkelijker overschreden. Maar vorige week zat ik ouderwets op een schema van 5 trainingen. Een duurloop van 23 km, in keiharde wind in een kale polder. Zon, en ja, weer regen. En toen was het blijkbaar genoeg. Ik kreeg de schoenen niet meer aan.

Er is een belangrijke druppel die me nu, voor dit moment, heeft doen besluiten om die marathons verder te vergeten. Ik heb een nieuwe vriend. Beter gezegd een nieuwe liefde. Mijn fagot. We kennen elkaar al vele jaren. Maar we waren niet eerder zo onafscheidelijk. We studeren elke dag een paar uur. Hij gaat een paar keer per week op mijn rug met me mee. Gaan we lekker buiten spelen. In casu: in een bedompte kapel van een school, in een gymzaal in een wijkgebouw, in een concertzaal van een conservatorium. En om hem doe ik Alexandertechniek. Om nog meer één te zijn. En ja, hij vindt het niet fijn, al dat lopen. Het gaat niet alleen van zijn tijd af. Maar mijn lippen verliezen in die lange duurlopen ook de soepelheid waarop hij zo is gesteld. Dat wil ik hem niet langer aandoen.

Maar melancholisch is het wel. Wat waren de mooiste? Natuurlijk: die tweemaal Swiss Alpine, K78 te Davos. Elke meter kan ik nog steeds afspelen in mijn hoofd. Maar dat geldt ook voor die twee Zestig’s van Texel. De eerste keer in de regen, de tweede keer in de warme zon. En die vijfmaal Berlijn, met dat PR in 2009 [3:13:56]. En die 13 keer Rotterdam. Ja 13. Bijgelovig ben ik niet. Als ik eerlijk ben: vanaf die eerste marathon in 2000 in Rotterdam heb ik 10 jaar heerlijk gelopen. Afgezien van een langdurige overtraindheid in 2005 en 2006. Daarna is het verval erin geslopen. En nu is het einde daar. Het einde van al die schema’s, van al die punten, van al die kilometers, van al die trainingen. Van loopgek naar fagotverliefd. Tenzij.

En nu vermengt de pijn van de teen zich met de pijn van het afscheid.

Maar ik heb genoten! Ik raad het iedereen aan. Koop een paar goede schoenen. Koop een paar broekjes, een regenjackje. Die shirtjes krijg je wel bij de marathons. En ga lopen!

De hallux valgus die geen hallux valgus was

april 25, 2015 by  
Filed under Hardlopen

Voor mijn website gebruik ik het programma WordPress. Het programma geeft me inzicht in mijn bezoek. Hoeveel mensen komen op mijn site en wat lezen ze? Het programma geeft ook een klein inzicht in de zoektermen van de mensen die mijn site bereiken. Soms staat er ‘blog wim derksen’. Dat zijn de gesprekken bij de koffie-automaat. “Heb jij die blog al gelezen”. Dat stemt natuurlijk blij.

Maar veel vaker staat er ‘hallux vulgas’. Ja, het lijkt alsof mijn site vooral wordt bezocht door mensen die meer willen weten van de hallux valgus, de krom-staande teen, waarover ik ooit een blog schreef. Je kan het een teleurstelling noemen, het is op zijn minst een relativering.

Dat geldt te meer daar ik geen hallux valgus heb, terwijl mijn blog het tegendeel beweert. Ja, er waren artsen die beweerden dat ik een hallux valgus had. Ja, ik had ook last van mijn teen bij het hardlopen. Maar die teen was vooral ontstoken. Na jarenlang trainen in de verdrukking geraakt in de schoen. Eerst een jaar een doof gevoel, toen een jaar af en toe pijnlijke steken en toen een jaar pijn bij het lopen, elke dag. De teen was gewoon overbelast. Niks dus hallux valgus.

Ik schrijf dit nog maar eens voor al die mensen die op mijn site het antwoord voor al hun kwalen denken te vinden. Ik ben overigens best bereid om te vertellen wat ik heb gedaan om mijn overbelaste voet en mijn ontstoken teen te ontlasten. Ik ben eerst op minimalistische schoenen gaan lopen. Ze waren zo minimalistisch dat ze inmiddels uit de handel zijn genomen. Mijn voet raakte op geen enkele manier bekneld en van pijn had ik in deze schoenen dan ook nooit last. Wel kreeg ik regelmatig een zweepslag, vanwege het ontbreken van een hak. Die zweepslagen zijn vervelender dan een ontstoken teen. Daarna ben ik overgestapt op vederlichte schoenen, met heel weinig steun. Ik liep er een marathon op en beschadigde mijn meniscus. Het kostte een half jaar herstel.

Tegenwoordig doe ik wat veel oudere mensen doen die last hebben van een hallux valgus: ik koop mijn loopschoenen één maat te groot. Dat helpt tegen mijn ontstoken teen. Maar ik heb dus geen hallux valgus. Wat ook helpt: een tijd minder trainen. Dat vindt zo’n teen ook erg lekker. En ten slotte: de dagelijkse schoenen zijn waarschijnlijk nog belangrijker dan de loopschoenen. Wie de hele dag zijn tenen afknelt, krijgt als hardloper ongetwijfeld last.

En daarmee hoop ik al die mensen die zich op mijn site melden met een hallux valgus toch een beetje te hebben geholpen op basis van een andere kwaal. Ach, het effect van al die kwalen zal wel niet zoveel verschillen.

Verslaafd aan @MarathonRdam

april 12, 2015 by  
Filed under Hardlopen

Ook vorig jaar had ik weinig getraind voor de marathon van Rotterdam. Ik had een startbewijs, maar had al lang besloten om mijn favoriete marathon dit jaar aan me voorbij te laten gaan. Bij toeval moest ik de vrijdag voor de marathon in Rotterdam zijn. Ik zag de borden en de hekken en was weer verkocht. Ik reed nog terug naar Den Haag om mijn spullen op te halen. Het werd een heerlijke loop, in 4.12.

De voorbereiding kon nog beroerder. Na die 4.12 deed ik weinig tot niets. Onder druk van een afspraak toch maar de marathon van Amersfoort gelopen in juni 2014. In 4.10. Maar na afloop was mijn meniscus zwaar beschadigd. Ik kwam een half jaar op de tafel bij de fysiotherapie. En toen alles grotendeels voorbij was, had ik geen zin meer. Geen zin. Ik had genoeg gelopen met pijn in mijn rechtervoet, met pijn in mijn linkerknie, met zweepslagen en al dat andere ongemak. Ik had de K78 in juli 2013 volbracht en was nog steeds toe aan rust. Een mentale blessure nam het van de fysieke over. Natuurlijk had ik me voor de zekerheid wel ingeschreven, zoals ik me ook al maanden geleden had ingeschreven voor de Zestig van Texel op Tweede Paasdag. Texel ging voorbij. En Rotterdam leek eenzelfde lot beschoren.

Totdat mijn fysiotherapeute enigszins spottend vroeg of ik Rotterdam nog zou lopen. Ik mompelde iets van ontkenning. “Als je hem start, loop je hem wel uit.” Ik mompelde nog iets van mindere ontkenning.

De volgende dag had ik mijn trainingsschema klaar. Dinsdag 7 km, donderdag 9, zaterdag 13 en maandag 20. Daarna 6 dagen afbouwen tot de marathon. Elke mislukte training zou het einde van de plannen zijn. Ik strompelde heel wat af, maar ik ging wel razendsnel vooruit. Tijdens de trainingen liep ik steeds 4 minuten hard en wisselde dat af met 1 minuut wandelen. Alles lukte. Er waren dus geen redenen meer om Rotterdam niet te lopen.

Ik geef het toe: het is een bizarre voorbereiding. Maar als je 20 km kan lopen in 2 uur, moet je aan 5,5 uur toch echt genoeg hebben voor die 42. En er lonkt wel een spannende marathon. Vroeger liep ik ze als trainingsmarathon, voor nog grotere of snellere loopjes. Nu is het weer een echte marathon. Hij doet me denken aan die eerste keer. Met Bert en met Huib en met Leo. Ach, en zenuwachtig ben ik altijd.

Er is wel één verschil. Toen was het mijn eerste marathon, nu mijn 46e. En toen was ik nog niet verslaafd aan het lopen. Had nog geen boek geschreven onder de titel Loopgek. Want als ik eerlijk ben: het heeft iets van die ene sigaret. Die je plotseling wordt aangeboden en die onweerstaanbaar is.

We zullen zien. Schreef ik op de avond voor de marathon.

En we hebben gezien. Wie geen loper is kan beter stoppen met lezen. Onderstaande is slechts de eufore tekst van een eufore loopgek. Piet loodste me binnen bij Nationale Nederlanden. Zijn club heeft daar altijd gastvrijheid. Verschillende lopers bleek ik te kennen. Beetje kletsen, beetje wc, beetje verkleden, en weer kletsen. Daarna naar de start. De spanning. Het bekende geluid van de heli’s. Het geluid van de spreekstalmeester, wiens tekst altijd aan je voorbij gaat. Nog een flesje drinken in het startvak. En je laatste plas terugdoen in hetzelfde flesje. Het startschot van de burgemeester, als inleiding op die fantastische startmuziek van Rotterdam. Weg op een schema van 6’ lopen en 1’ wandelen. Het leidt tot allerlei sportieve reacties van medelopers, die me na 1 km al van alles aanbieden. Het weer is geweldig. Goede temperatuur, veel zon en dus veel publiek. Ik heb het in Rotterdam nog nooit zo druk gezien. Eten en drinken gaan onderweg zonder problemen. Ik plas twee keer en poep eenmaal. En de organisatie is perfect. Ik kom terecht op een schema van 30’ per 5 km. Op de terugweg wandel ik de Erasmusbrug op. Ik wandel in de tunnel op de Blaak, en ik sta een tijd te praten met Arda op 37 km. Daarna wordt het nog even zwaar. De benen zijn stijf. Maar de geest is helder, en dat is wel eens anders bij het 40-km-punt. Na 4.26.34 bereik ik de finish. Ik stuiter nog een tijdje in het finishvak. We feliciteren elkaar, we omhelzen elkaar, mannen die elkaar nog nooit eerder hebben gezien. Het fantastische moment om Arda en Bas weer te zien. We lopen weer naar Nationale Nederlanden. Nog meer bekenden. En allemaal zijn we vandaag vrienden.

Het was mijn 46e marathon, het was mijn 13e in Rotterdam. Onderweg geniet ik vooral. En als ik denk dan realiseer ik me dat straks alles kapot en over kan zijn. Maar dat ik mijn marathonloopbaan dan wel heb beëindigd met mijn mooiste marathon.

Maar alles is niet kapot. Niets is kapot. Dit jaar toch maar proberen die 50 marathons vol te maken.

Interview Hoogtelijn

april 5, 2014 by  
Filed under Hardlopen

In het eerste nummer van Hoogtelijn van 2014 staat een uitgebreid interview met mij over het lopen van de K78 in 2013. Ik laat commentaar achterwege. In ieder geval hoort het interview op mijn website. Lees hier verder.

Volgende pagina »