De rituelen van 4 mei vragen om doordenking

mei 5, 2021 by  
Filed under Politiek

De Dodenherdenking is terecht heilig. Toch raakte de Dodenherdenking dit jaar me niet meer. Alleen André van Duin sprak me aan. Maar de rest was vooral dichtgetimmerd. We horen al jaren dezelfde bezweringsformules, die na jarenlange discussies inmiddels in beton lijken gegoten. We horen al jaren hoe dapper het verzet in de oorlog is geweest. We spreken het woord “vrijheid” vele malen gedragen uit. En we herdenken ook de doden die na de oorlog voor het vaderland of in het kader van internationale vredesoperaties zijn omgekomen. En als we joden zeggen, moeten we in één adem Sinti’s en Roma’s zeggen. Niet omdat die drie groepen iets met elkaar te maken hebben, maar omdat we achteraf hebben bepaald dat ze evenveel hebben geleden. En zijn vermoord. 

Ik ben het met elk woord dat tijdens de Dodenherdenking op de Dam wordt uitgesproken eens, volmondig eens. Maar tegelijkertijd zijn die woorden voor mij langzamerhand dode rituelen geworden. En dan helpt het niet meer als een kleinkind over haar grootvader praat of als een nieuw kind een gedicht uitspreekt dat doordrenkt is van de oude rituelen. 

Mag je ooit zeggen dat rituelen kunnen afsterven? Langzaam hun indringende betekenis verliezen? Ik weet het niet, maar die vraag moet wel een keer worden gesteld. 

Moeten wij dan niet meer herdenken? Natuurlijk moeten wij herdenken! De vraag is alleen wat we willen herdenken. Laat me eerst zeggen wat er bij mij wringt. 

Bij mij wringt dat we na de Politionele Acties (onze laatste koloniale oorlog) ook de slachtoffers van die oorlog zijn gaan herdenken. Daar is veel voor te zeggen, maar het herdenken wordt zinledig als we niet tegelijkertijd durven te zeggen dat die slachtoffers toch echt aan de verkeerde kant van de geschiedenis stonden. Wie de oorlogsslachtoffers herdenkt van de Tweede Wereldoorlog herdenkt hun bijdrage aan onze vrijheid. De Politionele Acties waren bedoeld om de Indonesiërs hun vrijheid te onthouden.

Bij mij wringt dat 4 mei een geheel blank feestje is. We bieden niemand die een dictatuur is ontvlucht de kans om zijn vrijheid te herdenken. We bieden niemand die hier in vrijheid leeft de kans om te verwoorden dat zijn vrijheid toch ook door discriminatie wordt getekend. We bieden al die migranten niet de gelegenheid om onze gezamenlijkheid te herdenken. 

Bij mij wringt dat we alleen lijken terug te kijken, terwijl de vrijheid die in de oorlog is bevochten, nooit vanzelfsprekend is geworden. Bij mij wringt dat we altijd zo tevreden zijn met onze vrijheid, zonder dat we durven te zeggen wat ons daar zo aan bevalt. En wat niet.

Terwijl er genoeg is om te gedenken. Het trof me dat André van Duin zo roerend sprak over het homomonument. Hij had erbij mogen zeggen dat homo’s hier nog steeds niet dezelfde vrijheid hebben die anderen genieten. En met hen de lesbiennes, de biseksuelen, de transgenders en andere mensen die zich door hun seksuele geaardheid niet gewaardeerd en erkend voelen. Zoals nog veel mensen om hun geloof of hun ras worden gediscrimineerd. Er is dan ook alle reden om artikel 1 van de Grondwet te gedenken. Vrijheid gedenken en de onvolkomenheden benoemen. 

Zo mag om mij op 4 mei ook best gezegd worden dat er een kabinet is afgetreden omdat de overheid structureel heeft gediscrimineerd. Iets wat in dit land nooit had mogen gebeuren. Wat is er op tegen als Rutte op 4 mei nog eens uitspreekt waarom zijn kabinet is teruggetreden. Dat zou helend zijn. En waarom zouden we op 4 mei niet mogen uitspreken dat de regering met de avondklok over het randje is gegaan. Of zijn burgers toen geen rechten ontnomen die onvoorwaardelijk horen te zijn? Geen ordinair politiek debat, maar op zijn minst worden enkele fundamentele vragen gesteld.

Wat mij betreft zetten we 4 mei voortaan helemaal in het teken van vrijheid. En dan ook echt en niet als bijzin. Vrijheid betekent dat we allemaal vrij zijn. Vrijheid betekent dat we trots mogen zijn op onze democratie. Vrijheid betekent dat we moeten benoemen wanneer de vrijheid niet voor iedereen geldt. Vrijheid vergt altijd onderhoud. En vraagt altijd actualisatie, op ieder moment. Dat betekent niet dat we de lijnen met het verleden zouden moeten doorknippen. Het betekent wel dat we de rituelen weer tot leven moeten brengen om de vrijheid van alle Nederlandsers steeds weer inhoud te geven. 

Wie de samenleving wil veranderen moet niet leuk willen zijn #PvdA

mei 3, 2021 by  
Filed under Politiek

De Wiardi Beckman Stichting organiseert een on-line-debat over de vraag: “Is het leuk bij de PvdA?” Mijn antwoord: naarmate het leuker wordt bij de PvdA, stelt zij minder voor. De PvdA was jarenlang niet leuk omdat ze ertoe deed en omdat ze ertoe deed was het daar jarenlang niet leuk. 

Alleen al die vraag: is het leuk bij de PvdA? Waarom zou het daar “leuk” moeten zijn? Die vraag werd vroeger nooit gesteld. De PvdA was een grote beweging, die ertoe deed. De PvdA was een club mensen, onder wie de zuurgraad soms zo hoog was dat je een milieuvergunning nodig had. De PvdA had congressen die soms niet meer in de hand te houden waren. Dan werd het koningshuis afgeschaft of de NAVO, ondanks alle bezweringsformules van het partijbestuur en nog hoger. Dan werd Joop den Uyl door de afdeling Doniawerstal tot de orde geroepen en werd hem verweten dat zijn oppositie niets voorstelde. Dat was niet leuk voor Joop den Uyl.
De PvdA was ook een politieke partij waarin te veel mensen zich afvroegen wat ze moesten zeggen om erbij te horen, waardoor een politiek debat nooit een echt debat werd. Dat was niet leuk als je gezellig wilde debatteren. De PvdA stond jaren gelijk aan: “macht”. Hoe verwerf ik de macht en vooral: hoe behoud ik de macht? De PvdA was de partij die altijd onevenredig veel wethouders wist binnen te slepen, omdat ze bij de PvdA het spel beheersten. 

Ja, ik heb me er vaak aan geërgerd. Ik had persoonlijk liever een ‘Machtsfreie Kommunikation”. Maar natuurlijk wist ik ook dat je macht moet verwerven, als je de samenleving wilt veranderen. En niet aardig moet zijn, laat staan leuk. 

In 1970 maakte ik mijn eerste congres van de PvdA mee, in de Martinihal in Groningen. Ik mocht turven hoe het gewest Groningen stemde, in de hoop dat dat turven ertoe zou leiden dat Hans Kombrink zijn doctoraalscriptie zou afronden. Hetgeen niet gebeurde. Hetgeen ook niet erg was. Het was de tijd van NieuwLinks, de tijd van Andre van der Louw. Er moest strijd worden geleverd tegen de oude garde. De macht werd even niet meer ingezet om de samenleving te veranderen, maar vooral om de macht over te nemen in de partij. Enige jaren later bracht de Partijraad het Tweede kabinet Den Uyl om zeep. Ja, dat waren nog eens tijden. 

Tussen 2003 en 2008 was ik lid van het Presidium van de PvdA. Wij zaten het congres voor, wij zaten het Politiek Forum voor. En we deden alsof het congres er nog steeds toe deed. Maar we hadden het vooral druk met het bieden van een platform aan Wouter Bos en aan andere leden van de politieke elite. Wij waren er om het congres vooral rustig te houden. Het mocht vooral niet op hol slaan. Dat was natuurlijk al het begin van het einde. Ik geef het met spijt toe.

En nu gaan we praten over de vraag of het “leuk” is in de PvdA. Sorry, dit is het einde van de partij. Wie de samenleving wil veranderen, moet niet leuk willen zijn. 

Foute bestuurscultuur: ja, hoe wij behandeld worden

april 24, 2021 by  
Filed under Politiek

We hadden het over de toeslagen-affaire. We spraken er schande van hoe mensen door de Belastingdienst waren behandeld. Hoe de Belastingdienst discrimineerde. Hoe de Belastingdienst de wet aan zijn laars lapte. De bestuurscultuur kwam hoog op de agenda. 

Maar in Den Haag moet je altijd goed opletten. Want plotseling ging het niet meer over de slachtoffers van de toeslagen-affaire, maar over de informatie-voorziening aan de Kamer. Over macht en tegenmacht en over de leugens van Rutte. Het ging plotseling  niet meer over de vraag hoe burgers door de overheid worden behandeld, maar of de verhouding tussen Kamer en kabinet niet uit het lood was geslagen. Tjeenk Willink werd erbij gehaald, en die had de oplossing al vooraf bedacht: een summier regeerakkoord. Had ik iets gemist? Zouden de gedupeerde ouders voortaan wel hun kinderopvangtoeslag krijgen op basis van een summier regeerakkoord? Dat noemen we ook wel het herdefiniëren van het probleem. 

Dit nieuwe probleem was overigens een stuk minder groot. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat ‘Den Haag’ liever over de dikte van regeerakkoorden spreekt, dan over de relatie tussen de overheid en de burger. Bovendien: is er echt zoveel mis aan de relatie tussen Kamer en kabinet? De relatie zou niet transparant zijn. Maar was al niet veel langer bekend dat transparantie niet tot de gereedschapskist van een politicus behoort? Onderhandelen doe je niet door al je kaarten meteen op tafel te leggen. En als je goed onderhandelt ontkom je soms niet aan een leugentje om best wil. Je moet in Den Haag niet alleen gelijk hebben, maar ook gelijk krijgen. En je krijgt alleen gelijk door aan inhoudelijke rationaliteit een grote dosis politieke rationaliteit te koppelen. Ja, wie niet accepteert dat politici slim en handig zijn, moet ook niet klagen als politici niets voor elkaar krijgen. 

En nog iets: natuurlijk heeft het kabinet veel te veel pagina’s witgelakt, en heeft de Kamer veel te lang op de juiste informatie moeten wachten. Dat was niet goed. Maar inmiddels zijn de rollen al aardig omgedraaid. Het gaat al zo ver dat het kabinet nu zelfs de eigen notulen openbaar moet maken. Er komt geen nieuw kabinet zonder instemming van Pieter Omtzigt. En ik denk niet dat voorlopig veel ministers het aandurven om pagina’s wit te lakken. Oké, het was niet fraai wat het kabinet allemaal deed in de richting van de Kamer, maar die tijd lijkt toch echt voorbij. 

Het fundamentele probleem ligt dan ook niet in de relatie tussen de Kamer en het kabinet. Het fundamentele probleem zit hem in de relatie tussen overheid en burger. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen rijk en gemeenten. Sinds het neo-liberale denken de overheid in zijn greep heeft gekregen, is de burger vooral klant geworden. Een klant die alleen bij de overheid kan kopen. De gevolgen zijn na 20 jaar schrikbarend. 

Als je een bijstandsuitkering wilt hebben, denkt de overheid je binnenste buiten te mogen keren. Een volstrekt onduidelijk ‘Inlichtingenbureau’ (zie De Volkskrant van vrijdag) verzamelt geheel buiten de wet om alle gegevens over je. Als de overheid meent dat je te veel geld hebt ontvangen, wordt je daarvoor genadeloos gestraft. 

Als je een kindertoeslag wilt hebben, wordt je op grond van je achternaam tot fraudeur bestempeld, om je vervolgens naar je toeslag te laten fluiten. 

Als je toevallig in Groningen woont waar de overheid met de NAM veel geld heeft verdiend aan de gaswinning, moet je jaren wachten om schade aan je woning vergoed te krijgen en wordt je woning waarschijnlijk nooit meer versterkt, ondanks alle beloften van achtereenvolgende ministers. 

Als je toevallig de overheid als klant hebt, krijg je je geld pas na maanden en maanden zeuren en alleen als je helemaal voldoet aan haar bureaucratische regels. Stel je voor dat ik een brood koop bij de bakker en zonder betalen de winkel uitloop omdat de bakker geen e-factuur bij mij heeft ingediend en bovendien het verkeerde ordernummer heeft doorgegeven. Ja, zo gaat het bij de overheid wel. 

Als je kind psychische zorg nodig heeft beslist daarover de gemeente, in plaats van een deskundige psycholoog of arts. De gemeente vraagt daarbij rustig inzage in patiëntendossiers die toch echt onder het medisch beroepsgeheim vallen. 

Ja, er zijn uitzonderingen. Als je een zware klant bent, wordt de overheid plotseling een stuk soepeler. Zo verlenen provincies zo ruimhartig milieuvergunningen aan grote bedrijven dat de maatschappelijk schade jaarlijks € 220 miljoen bedraagt. En ja, die schade moeten wij als simpele klanten samen dragen. 

Nee, het is geen toeval dat elk departement en elke gemeente tegenwoordig spreekt over bedrijfsvoering en over concernmanagers. Zij zien zichzelf als bedrijf en de burger als klant. De markt gaat voor alles. Alleen is er helaas geen marktwerking, omdat de overheid het monopolie heeft. 

Als we over een verkeerde bestuurscultuur spreken, laten we het dan hierover hebben. 

Wie zou de #PvdA missen als ze nu werd opgeheven

maart 20, 2021 by  
Filed under Politiek

Ik ben lid van die partij, van de PvdA. Die schamele 9 zetels raken mij dus. Alle reden om te proberen om deze dramatische uitslag te verklaren. De slechte uitslag van de PvdA lag ten eerste aan de partij, ten tweede aan het moment en ten derde weer aan de partij. 

Lodewijk Asscher deed vanaf 2017 een dappere poging om een nieuw verhaal voor de PvdA te verwoorden. De partij zou mensen weer ‘zekerheid’ moeten bieden. Of dat verhaal tot een andere uitslag zou hebben geleid, valt te betwijfelen (zie verder). Maar Lodewijk heeft nooit de kans gekregen om bij de verkiezingen zijn gelijk te bewijzen. Hij struikelde over de aloude zuurgraad binnen de PvdA. Hij werd intern onthoofd. [Dat alleen al zou een hele goede reden zijn om de partij te verlaten.] Lilianne Ploumen moest Lodewijk onverhoeds vervangen. Ze deed het helemaal niet slecht. Maar uiteindelijk had ze te weinig tijd om er nog iets van te maken. Bovendien heeft ze niet het intellectuele gewicht dat je van een PvdA-leider mag verwachten. 

De verkiezingen stonden in het teken van corona. En dus in het teken van leiderschap. D66 en de VVD hadden dat goed gezien, hoewel Mark Rutte in de campagne zonder corona al snel begon af te bladderen. De PvdA was geen leider geweest in de coronacrisis en trok die rol ook niet naar zich toe. Zo ging de leiderschapsbonus aan de PvdA voorbij. Bovendien waren de kiezers vooral moe, moe van het virus. Mensen wilden weer zon en warmte en buitenlucht en vooral andere mensen omarmen. Dan moet je niet aankomen met een ‘nieuw plan’. Mensen hadden even geen zin in grote plannen, ook niet voor een beter klimaat zoals Jesse Klaver pijnlijk moest ervaren. 

Maar het waren niet alleen de ongelukkige voorgeschiedenis én het moment die de PvdA weer op 9 zetels deden uitkomen. Belangrijker is dat de PvdA al jaren niet meer weet waarvoor zij op aarde is. Eigenlijk was de PvdA al jaren alleen maar de vluchtheuvel voor alle tegenstanders van rechts. En de PvdA was die vluchtheuvel omdat de partij in staat was iedereen te doen geloven dat zij als enige die vluchtheuvel kon zijn. Door te zeggen dat zij de grootste progressieve partij van Nederland was, werd dat vanzelf waar. Ja, het was een verrukkelijke selffulfilling prophecy. Als je Lubbers, Balkenende of Rutte wilde voorkomen, kon je maar het beste op de PvdA stemmen. Zo werd het geloof dat de PvdA de grootste partij op links was, altijd weer bevestigd. Maar het stoelde uiteindelijk alleen maar op een geloof. 

Het valt niet te ontkennen dat de PvdA altijd zwaargewichten had om de kar te trekken: Kok, Bos en Samsom. En voordat de kiezer doorhad dat Cohen geen zwaargewicht was, waren ook de verkiezingen van 2010 al weer succesvol verlopen. Lange tijd waren ook veel intellectuelen actief binnen de PvdA. Om die zelfde reden: omdat de PvdA de grootste progressieve partij van Nederland was. 

Maar coherent werd de ideologie van de PvdA sinds de komst van Nieuw Links eigenlijk nooit meer. Het ideeëngoed van NieuwLinks was nogal leeg. Kok, Bos en Samsom bogen vooral mee met de neo-liberale tijdgeest en daarna verloor Asscher op dramatische wijze de verkiezingen, omdat de kiezers zich eindelijk begonnen af te vragen waar de PvdA nu eindelijk voor stond. En omdat de selffulfilling prophecy was uitgewerkt na het tamelijk onsmakelijke robbertje vechten tussen Samsom en Asscher om de macht in de PvdA. Plotseling bleek de partij geen kleren meer aan te hebben. En wie dacht dat het in 2021 allemaal wel weer beter zou zijn, had niet begrepen dat de PvdA al decennia boven zijn stand leefde. Ook zonder corona en zonder een nacht van de lange messen waardoor Asscher werd gevloerd, had de PvdA amper meer zetels gekregen. 

Nu de keizer geen kleren meer draagt, blijkt dat de SP een veel betere pleitbezorger is van de strijd tegen de ongelijkheid dan de PvdA. Niet voor niets is net een SP-er gekozen tot voorzitter van de FNV. GroenLinks blijkt een veel betere pleitbezorger van de strijd tegen de klimaatverandering en de verloedering van het milieu. En D66 is een veel betere pleitbezorger van een democratisch Nederland dat zijn ogen opent naar de wereld en naar Europa. Nee, als de PvdA niet meer automatisch de grootste is op links, blijkt dat alle linkse thema’s bij andere partijen beter zijn belegd. 

Omdat de PvdA zelf dacht dat zij tot in eeuwigheid de dominante partij op links zou zijn, is er intern ook nooit een succesvolle poging gedaan om al die linkse thema’s weer echt met elkaar te verbinden. En is geheel vergeten om nog eens goed te heroverwegen wat ‘links-zijn’ in deze tijd werkelijk betekent. Een echt progressieve volkspartij had zich in ieder geval meer aangetrokken van de volkse achterban die de PvdA al jaren geleden heeft verlaten. Zo lukte het de PvdA ook nooit om een helder en overtuigend migratiestandpunt te verwoorden. Zoals we wel hebben gehoord waarom DENK de PvdA heeft verlaten, maar ons nooit is verteld waarom DENK binnen de PvdA kon ontstaan.  

Vier jaar geleden konden we nog denken dat die 9 zetels van de PvdA een gevolg waren van een toevallige samenloop van dramatische omstandigheden. Nu weten we beter. Die 9 zetels vertegenwoordigen de resterende achterban van de PvdA: een aantal hoogopgeleide ouderen. Is er dan nog toekomst? De PvdA zal bovenal de gedachte moeten loslaten dat zij van nature de dominante partij op links is. De partij zou kunnen proberen om een nieuw verbindend verhaal te schrijven. Maar ik zie geen mensen in de partij die daartoe in staat zijn. Hoe droevig ook was het verkiezingsprogramma dit jaar: een verzamelbak van dingen die we ooit links hebben genoemd. De partij zou kunnen fuseren met GroenLinks en met de SP. Ik vrees dat het gereformeerde karakter van de drie partijen te sterk is om tot een succesvolle fusie te kunnen komen. De PvdA kan zichzelf ook opheffen. Ik vrees dat weinigen de partij bij een volgende verkiezingen in dat geval zullen missen. 

[Op Twitter reageert iemand dat zij de PvdA zal missen, zoals ze de V&D nog steeds mist. Ook als die opmerking serieus is bedoeld, is daarmee het probleem van de PvdA pijnlijk treffend beschreven.]

Zonder #cultuur is het leven schraal

januari 11, 2021 by  
Filed under Politiek

De overheid trok zich terug, de markt moest het doen. Het ging voortaan over verdienmodellen en verdienvermogen, over cultureel ondernemerschap, over kennis over marktstimulering, over zelfstandigheid en vooral over geld verdienen. Dat is de ontwikkeling die de culturele sector in de laatste decennia heeft doorgemaakt. Halbe Zijlstra stond als staatssecretaris model voor deze omslag. Omdat hij het onomwonden zei. Omdat hij niets had met het onderscheid tussen hoge en lage cultuur. En schijnbaar ook niets met de hoge cultuur op zich. 

Ik geef toe: het was ook wel verfrissend. De reacties uit de cultuursector getuigden daarvan. Alsof het aanmatigend was van Halbe Zijlstra om zich uit te spreken over cultuurpolitiek. Alsof alleen de cultuursector mocht bepalen op hoeveel subsidie zij zelf recht had. Alsof alleen niet-bezuinigen een uiting van beschaving was. Onzin natuurlijk. In een beschaafde democratie maken we samen uit wie wat krijgt. 

Dat er minder geld was voor de culturele sector was misschien ook nog wel te billijken. Echt kwalijk was het dat Halbe Zijlstra het onderscheid tussen tandpasta en cultuur niet leek te zien. Cultuur moest je verkopen. En als er niets werd verkocht was er blijkbaar geen behoefte aan. Waarom zou de overheid cultuur subsidiëren waarvoor de cultuurliefhebbers onvoldoende geld over hadden? Noodgedwongen werd dat economische denken door de culturele sector overgenomen. Vanaf Zijlstra werd de culturele sector bij uitstek als een economische sector gezien. 

Zo werd het publieksbereik steeds belangrijker. Niet om meer mensen te laten genieten, maar vooral om meer kaartjes te verkopen. Kunstenaars werden culturele ondernemers, die nieuwe verdienmodellen beproefden. Culturele instellingen werden bedrijven die vooral moesten bezuinigen. Logischerwijs nam het gewicht van de managers, die verstand hadden van marktstimulering en van het vergroten van de veerkracht van het eigen bedrijf toe. Ten koste van de makers om wie het in deze sector uitsluitend is te doen. Nergens horen managers zo ondergeschikt en ondersteunend te zijn als in de culturele sector. Het tegendeel leek steeds meer het geval. 

Niet alleen het handelen maar ook het debat veranderde (definitief). Om te bewijzen dat de overheid de culturele sector niet helemaal in de steek mocht laten, werd steeds meer over de ‘waarde’ van cultuur gesproken. En daarbij ging het niet om de intrinsieke waarde van cultuur, maar plat gezegd om de economische waarde. Door cultuur verbetert het vestigingsklimaat van steden voor bedrijven. Door festivals stijgt de omzet van kroegen en restaurants. Door blockbusters stijgt de hotelbezetting. Cultuur levert geld op, dat niet in toegangskaartjes wordt verdisconteerd. En dat is toch een goed argument voor de overheid om financieel bij te springen? 

Arme kunst, de kunst had geen waarde meer van zichzelf, geen intrinsieke waarde meer, maar alleen nog maar economische waarde. En waar die economische waarde ontbrak, konden de makers ophoepelen. 

En toen kwam corona. We mochten elkaar niet meer ontmoeten, de musea sloten hun deuren en concerten en theatervoorstellingen werden stilgelegd. Godzijdank sprong de overheid bij zodat de hele sector niet meteen omviel. Maar die steun gold niet voor al die zzp-ers die al jaren moesten sappelen omdat er in de cultuursector veel te weinig geld was overgebleven na de kaalslag van Halbe. Die steun gold ook niet voor al die jonge talenten die net hun opleiding hadden afgerond en zich nog niet hadden gevestigd. Zij werden spoedig gedwongen om met ander werk in hun bestaan te voorzien. Waarmee veel talent verloren ging. Gaandeweg werden wel tal van dappere pogingen ondernomen om het publiek via internet te bereiken. Musea vergrootten hun digitale aanbod en orkesten en theatergezelschappen ontdekten de mogelijkheden van streaming. Maar het was niet genoeg. Het was een doekje voor het bloeden. 

Hoe triest de aanleiding ook was, hoe triest het moment, eigenlijk was het een heel bijzonder moment. Plotseling konden we vaststellen hoe schraal het leven is zonder cultuur. Iedereen kon plotseling zien dat cultuur niet alleen een economische waarde heeft. Dat cultuur een waarde op zichzelf heeft. Cultuur zorgt voor een verrijking van het leven. En zonder die verrijking is het leven schraal. Dat besef is de winst van corona. 

Acht jaar na Halbe Zijlstra leert corona ons dat we volledig zijn doorgeslagen met dat neo-liberale denken, dat iedereen aanzet om ondernemer te worden en dat elke manager doet bazelen over verdienmodellen. Natuurlijk is het goed als de cultuurmakers op zoek gaan naar hun publiek, en naar nieuw publiek. Maar ook als dat grote publiek er gewoon niet is, kan kunst uiterst zinvol zijn. Het is onzin om te stellen dat er geen plaats is voor kunst waar geen markt voor is. Cultuur is een wezenlijk onderdeel van onze samenleving. Het verrijkt het leven, het zet aan tot nadenken en het reflecteert wat er ten diepste in de samenleving gaande is. Cultuur verwijst naar onze roots, het bepaalt onze samenleving en is daarmee een basisbehoefte. Wat zou het mooi zijn als we met zijn allen, overheid én samenleving weer trots zouden zijn op cultuur, in plaats van steeds maar weer aan bezuinigingen te moeten denken en aan de mogelijkheden om de cultuur te vermarkten. Dat vreselijke woord. 

Die tegenstelling tussen overheid en markt is hier ook vals. Als de cultuur niet voldoende wordt betaald uit de kaartverkoop, moeten de gemeenschap op een andere manier de cultuur betalen. Het gaat om het onderscheid tussen een gemeenschap die rijk aan cultuur is en daardoor wordt verrijkt of een gemeenschap die verschraald door een tekort aan cultuur. En daarom moet de kunsten uit gemeenschapsgelden worden betaald als de kaartjes onvoldoende geld opleveren. 

Ook in dat opzicht heeft het afgelopen corona-jaar ons veel geleerd. Want plotseling was de overheid wel bereid om bij te passen toen de culturele sector op omvallen stond. De cultuur werd eindelijk niet meer beoordeeld op zijn verdienmodellen en zijn publieksbereik en zijn publieksdifferentiatie, maar vanwege haar eigen authentieke betekenis. Omdat een samenleving niet zonder cultuur kan. Dat is de tweede winst geweest van deze bizarre episode. Het is dus niet meer dan normaal dat de gemeenschap bijpast als er van de kaartjes niet meer valt te leven. Waarom is dat geen permanente afspraak? Dat de gemeenschap gewoon altijd bijspringt als er te weinig kaartjes worden verkocht.

Natuurlijk moeten we trots zijn op de zelfstandigheid van de culturele sector. Cultuur gedijt in autonomie. En niet onder de vleugels van een overheid. Maar we hebben wel een overheid om te garanderen dat die cultuur in alle tijden gedijt. Waarom is er bijvoorbeeld geen gegarandeerd basisinkomen voor de makers van de kunst? Ik spreek niet over een (permanent) basisinkomen. Maar wel over een permanente garantie dat er altijd voldoende inkomsten zijn, ook als er onvoldoende kaartjes worden verkocht. Dus bijvoorbeeld ook als avant garde cultuur nog maar door weinig mensen wordt begrepen. Of wanneer een museum eens iets anders dan een blockbuster wil presenteren. Of als talenten nog onvoldoende kansen krijgen om hun kunnen te tonen.

Wie zou daarvoor in aanmerking moeten komen? Mensen die zijn opgeleid in de kunsten en zich ook inzetten voor de kunsten. De makers dus. Ik stel voor dat de managers zich anders moeten bedruipen. En natuurlijk is de gemeenschap verantwoordelijk voor de basisinfrastructuur waarbinnen de makers hun prachtige werk kunnen doen. 

Ja zeker! Het idee is nog helemaal niet uitgewerkt. Het vraagt nog enige doordenking, om het eufemistisch uit te drukken. Maar laten we bij het doordenken blijven proberen om de cultuur niet economisch maar intrinsiek te waarderen. Cultuur is geen tandpasta. 

De #PvdA wil vooral de vorige oorlog winnen

november 16, 2020 by  
Filed under Politiek

De PvdA heeft haar verkiezingsprogramma gepubliceerd. Er is hard aan gewerkt door veel mensen. Dankbaarheid is op zijn plaats. Maar het programma stelt me wel erg teleur. Gelukkig staat de PvdA erom bekend dat intern kritiek niet wordt geschuwd. Dus ik bewijs met dit kritische blog vooral dat ik echt bij die club hoor. 

Waarom stelt het nieuwe verkiezingsprogramma me zo teleur?

Bovenal bereidt het programma ons voor op de vorige oorlog. Eigenlijk staat het hele programma in het teken van Rutte II. Deelname aan dat kabinet kwam de PvdA op een groot verlies te staan, zeker nadat Samsom en Asscher ook nog eens een beschamende tweestrijd waren aangegaan. Het is begrijpelijk dat het nu anders moet. Maar ik lees dat hele verkiezingsprogramma toch vooral als een aanval op Rutte II. En als een schuldbekentenis. Terwijl ik liever wil horen wat de PvdA voor de toekomst in petto heeft. 

Het nieuwe programma staat ook in het teken van “zekerheid”. Dat verbaast niet omdat Asscher al twee jaar om de drie zinnen over “zekerheid” praat. (Ja, inderdaad, omdat Rutte II te weinig zekerheid bood.) Maar je merkt ook dat het begrip door een communicatiebureau is bedacht. Het wordt namelijk nergens geproblematiseerd, ook niet in dit verkiezingsprogramma. Soms gaat het over “bestaanszekerheid”, meestal gewoon over “zekerheid”. In een eerder blog heb ik me al afgevraagd door wie die “zekerheid” wordt gedefinieerd. Door de partij-elite of door de mensen die zekerheid wordt geboden. De grote vraag daarbij is: staat de PvdA open voor de onzekerheid van de mensen die ze zekerheid wil bieden?

Het is bekend dat de traditionele achterban van de PvdA zich onzeker voelt door de komst van migranten. Wat je daar ook van vindt, ik heb niet het gevoel dat de PvdA die onzekerheid met dit programma wil wegnemen (omdat migratie niet wordt geproblematiseerd). Het is bekend dat de traditionele achterban van de PvdA zich onzeker voelt over de kosten van het klimaatbeleid. Ik heb niet het gevoel dat de PvdA die onzekerheid wil wegnemen omdat een krachtig klimaatbeleid bestaanszekerheid biedt aan toekomstige generaties. Daarmee is ook meteen duidelijk dat een beleid dat zekerheid biedt voor de één, wel eens tot een grotere onzekerheid voor de ander kan leiden. Zo wordt zekerheid bieden een loos begrip. Je zal altijd helder moeten aangeven wie je zekerheid wil bieden (en wie eventueel niet). 

Eerlijk gezegd mis ik niet alleen een problematisering van het begrip “zekerheid” in het nieuwe verkiezingsprogramma. Ik mis vooral een bredere visie waarin al die afzonderlijke voorstellen elkaar kunnen versterken. En bovendien zeggingskracht krijgen. Nu lijkt het er vooral op dat elk lid van de programmacommissie zijn voorstellen mocht indien en dat de voorzitter al die voorstellen in 9 hoofdstukken (over werk, zorg, onderwijs etc) heeft gerubriceerd. Maar rubriceren is iets anders dan samenhang aanbrengen. 

In bestuurskunde spreken we wel over de garbage can: een wilde verzameling aan doelen en middelen, waarbij niet duidelijk is welke doelen bij welke middelen horen en omgekeerd. Ja, dit verkiezingsprogramma doet me daar erg aan denken. En eerlijk: bij alle doelen en bij alle middelen krijg ik een warm gevoel. Maar dat is niet voldoende voor een visie op de samenleving, laat staan voor een consistent beleid. 

Maar uiteindelijk stelt het programma mij vooral teleur omdat “zekerheid” zo weinig vernieuwend wordt ingevuld. De sociaal-democratie staat niet alleen voor bestaanszekerheid, maar ook voor vooruitgang. De PvdA is altijd een progressieve partij geweest. Dat onderscheidt de PvdA ook van een partij als de SP, die vooral de eigen denkbeeldige achterban wil beschermen. Juist daarom mis ik in dit verkiezingsprogramma antwoorden op de grote vragen van dit moment. 

Wat wil de PvdA nu echt met de migratie, met de globalisering, met Europa? Wat is het echte antwoord van de PvdA op het populisme? Wat wil de PvdA in een wereld waarin de algoritmes een machtsbron zijn voor een handvol techbedrijven? Wat gaat de PvdA werkelijk doen tegen de steeds grotere wordende vermogensverschillen, in eigen land en internationaal? Streeft de PvdA bij de bestrijding van de kansenongelijkheid in de samenleving naar het meritocratisch ideaal of naar een waardig bestaan voor iedereen? En wat wil de PvdA nu echt met klimaat, stikstof en natuur, afgezien van enkele brave holle woorden. Geen idee. 

Ik begrijp dat de PvdA nog steeds worstelt met Rutte II en de dramatische verkiezingen van 2017. Maar dit programma kijkt echt te veel terug. Ik vrees dat we tot 2025 moeten wachten voordat de PvdA weer vernieuwend zal zijn.

De Partij van de Zekerheid #PvdA

mei 8, 2020 by  
Filed under Politiek

[De commissie van de PvdA die het verkiezingsprogramma moet schrijven, vroeg aan haar leden input. Ik schreef bijgaande tekst]

Hoe de PvdA een partij voor kosmopolieten werd

De Partij van de Arbeid was vroeger de partij van de intelligentsia én van de arbeiders. Joop den Uyl was geliefd onder studenten en in de Schilderwijk van Den Haag. Toen het minder ging met de partij spraken we over de ‘spagaat’ waarin de partij was terecht gekomen. Blijkbaar lukte dat verbinden van die bevolkingsgroepen niet meer zo goed. Maar in 2017 is de partij het contact met de traditionele achterban onder modaal kwijtgeraakt, en bleven slechts een aantal links-georiënteerde kosmopolitische kiezers over. 

Dat is treurig, maar niet erg verrassend als we zien welke politiek de PvdA voorstaat ten aanzien van de grote ontwikkelingen die we meemaken: globalisering, migratie, klimaat en neo-liberalisme. Zo staat de PvdA positief tegenover internationalisering en globalisering. Zo wil de PvdA veel gastvrijheid uitstralen naar de buitenwereld, zo wil de PvdA de klimaatverandering bestrijden en zo heeft de PvdA het neo-liberalisme te lang omarmd. 

Dat sprak kosmopolieten allemaal aan. De kosmopolieten zijn relatief veel in het buitenland, of op het buitenland georiënteerd. Ze volgen de Amerikaanse verkiezingen beter dan hun eigen verkiezingen en ze slaan geen jaar over voor het maken van een stedentrip. De kosmopolieten raken hun baan en hun woning niet kwijt aan migranten, eigenlijk komen ze ze nauwelijks tegen, tenzij het over ‘expats’ gaat, die om die reden dan ook niet ‘migrant’ worden genoemd. De kosmopolieten maken zich zorgen over het klimaat en hebben voldoende geld om zonnepanelen aan te schaffen; hun huizen zijn sowieso al beter geïsoleerd. De kosmopolieten zijn hoogopgeleid en weten de laagste zorgpremie in de wacht te slepen, niet zelden bij een verzekeringsmaatschappij die speciaal voor hen is opgericht. Ze beschikken al met al om de vaardigheden waar marktwerking om vraagt.

Wellicht klinkt het allemaal een beetje cynisch, maar zo is het niet bedoeld. Ik ben zelf ook een kosmopoliet die de Amerikaanse verkiezingen op de voet volgt en verzekerd is bij Promovendum. En ben nog links ook. Zo ‘links’ zelfs dat ik het een tijdje bij GroenLinks heb geprobeerd. Toch voelde ik me daar niet thuis, omdat hun denken over een duurzame wereld en over migratie helemaal losgezongen leek van de mensen die afhankelijk zijn van de politiek voor een zeker bestaan en voor gelijke kansen. 

Hoe de PvdA de oude achterban verloor

Ik probeer slechts te duiden daarom de PvdA nog wel kosmopolitische kiezers trekt, maar het contact met die brede achterban beneden modaal totaal is kwijtgeraakt. En het argument dat de traditionele arbeider ook is verdwenen, doet hier geen opgeld. Want we zijn ook de mensen die van een uitkering moeten leven, ook de politiemannen, ook de verpleegkundigen, ook de lagere ambtenaren, ook de leerkrachten, ook de brandweerlieden, etc., etc., kwijtgeraakt. Om de simpele reden dat zij heel anders aankijken tegen globalisering, migranten, klimaat en neo-liberale politiek. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die globalisering. Velen van hen zijn er in de laatste decennia niet of nauwelijks in inkomen erop vooruitgegaan. En waar de wereldhandel bloeit neemt de druk op de banen aan de onderkant toe. Vaak resteert niet meer dan een flex-baan, zonder zekerheid. Of denk aan de bejaarden die pensioenen zien krimpen terwijl de internationale bedrijven zich met instemming van de regering schuldig maken aan belastingontduiking. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die migratie. Het gaat vaak om hun banen en om hun huizen. Het gaat ook om hun belastingcenten waaruit uitkeringen voor migranten moeten worden betaald. Het gaat om de sfeer in hun straat. Zij voelen zich vervreemd, ook als hun Zwarte Piet niet meer zwart mag zijn. Aan hen zijn veel zekerheden ontnomen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die klimaatverandering. Als je een laag inkomen hebt maak je je eerder zorgen over de hogere energielasten en over de hogere huren omdat je woning energieneutraal wordt gemaakt, dan over die 1,5 graad opwarming waarmee je kleinkinderen te maken krijgen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van al die marktwerking. Zij missen vaak de bureaucratische vaardigheden, ze kennen het woord niet eens. Zij missen vaak de handigheid om er net beter uit te komen. Ze zien wel dat de woningcorporaties zijn uitgekleed en te weinig geld hebben om hun wijken op te knappen. Ze zien dat het onderwijs langzaam is uitgekleed en dat de kansenongelijkheid in het onderwijs weer snel toeneemt. En als ze in het onderwijs werken, of in de zorg, zien ze alle eindeloze bureaucratie die het gevolg is van die marktwerking. 

De PvdA moet echte zekerheden bieden

Ik begrijp dus wel waarom al die mensen geen PvdA meer stemmen. Maar dat is heel treurig. Want de vraag is natuurlijk niet primair hoe we die kiezers weer kunnen terugwinnen voor de PvdA. 

De vraag is hoe de PvdA alle mensen die dat nodig hebben, zekerheid kan verschaffen en gelijke kansen in deze samenleving. 

Het nieuwe verkiezingsprogramma zal daarom vooral zekerheid en kansen moeten bieden aan al die grote groepen beneden modaal die steeds minder zekerheid en steeds minder kansen hebben. En misschien halen we deze kiezers daarmee ook weer terug bij onze partij. Als bij-effect. 

Hoe bieden we meer zekerheid, hoe geven we meer kansen? De PvdA heeft op dit gebied een lange traditie. Maar die traditie stond wel altijd in het teken van ‘verheffen’. Wij meenden van afstand te kunnen bepalen wat ‘goed’ voor mensen was. Terwijl ‘zekerheid’ een heel subjectief begrip is, en ook het ‘waartoe’ bij gelijke kansen door de betrokkene zelf zal moeten worden ingevuld. Het aloude verheffen is niet meer van deze tijd. Zekerheid en kansen elitair invullen, gaat voorbij aan de werkelijke behoeften van mensen. Dat betekent dat de PvdA zich moet verstaan met de behoefte aan zekerheid zoals die bij velen beneden modaal zelf wordt gevoeld. 

Dus de vraag moet zijn: wat betekent globalisering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekenen migranten voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent klimaatverandering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent marktwerking voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. De PvdA moet ervoor zijn om iedereen de zekerheid te bieden die hij of zij wenst en iedereen de kans te geven om zich op zijn of haar eigen manier te ontplooien. 

Daarvoor is het niet nodig om de deuren langs te gaan met rozen. 

Het is algemeen bekend dat het nodig is om globalisering anders te beoordelen, als we willen tegengaan dat de ongelijkheid in de samenleving kleiner wordt, dat mensen niet meer worden gedwongen met flex-baantjes amper overeind te blijven, als we internationale bedrijven willen dwingen om fatsoenlijk belasting te betalen.

Het is algemeen bekend dat we anders tegen migratie aan moeten kijken, als we willen dat mensen niet vervreemd raken van hun eigen omgeving. Niet dat we de grenzen moeten sluiten, omdat migratie ook veel meerwaarde heeft. Wel dat we de instroom meer gaan zien in het licht van de eigen behoeften en dat we er niet voor terugschrikken om te melden dat hier de Nederlandse normen en waarden leidend zijn. Hoezeer andere normen en waarden daarin gaandeweg ook een plek zullen vinden. En het hoort nu al bij de Nederlandse normen en waarden om geen onderscheid te maken tussen mensen, ook niet tussen Nederlanders met of zonder migratie-achtergrond. 

Het is algemeen bekend dat het klimaat er bedroevend voor staat en dat de mens daarvoor verantwoordelijk is. Maar het is ook algemeen bekend dat de noodzakelijke energietransitie naast grote voordelen persoonlijk ook grote nadelen kan hebben. Het is van groot belang om winst en verlies hier eerlijk te verdelen. 

Het is algemeen bekend dat de marktwerking uit het neo-liberale tijdperk op veel plaatsen te ver is doorgeschoten. En dat publieke belangen vanaf het begin onderbelicht zijn gebleven. We hoeven niet per definitie onze blik te richten naar de overheid. Maar als publieke belangen in de sfeer van de markt onvoldoende worden geborgd, is nationalisering een goede zaak. En het zijn vaak de mensen met de minste zekerheden en de minste kansen die het meeste gebaat zijn bij publieke voorzieningen in publieke handen. 

Is dit nog des PvdA? Ja, dit is juist PvdA. Want ik ben voor globalisering, ik ben voor migratie, ik ben voor het tegengaan van klimaatverandering, ik ben voor een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Maar dit allemaal onder de voorwaarde dat het niet allemaal ten koste gaat van de mensen die al het minst zeker zijn van hun bestaan en die al de minste kansen hebben. De PvdA is altijd de partij van de vooruitgang geweest, maar dan wel van de hele samenleving.

De overheid is belangrijk voor sociaal-democraten

januari 2, 2018 by  
Filed under Politiek

Het duurde even voordat ik de gelijkenis zag. Ik had me opgewonden over een stukje van Jacques Wallage over ‘burgerkracht’. Zoals ik me eerder had opgewonden over een nota van Ronald Plasterk over ‘doe-democratie’. Ik schreef voor Socialisme & Democratie een reactie [zie hier] Waarom zouden we moeten geloven dat de overdracht van taken van de overheid naar de burgers een panacee voor alle kwalen is? Het deed me denken aan het neo-liberale vertoog uit de jaren 80 en 90, toen we moesten kiezen voor de markt. Misschien zal deze vergelijking op het eerste gezicht verbazen. Maar de gelijkenis is frappant.

Voor de neo-liberalen was de overheid niet de oplossing, maar het probleem. En ja hoor: de markt kon het allemaal veel beter. Zo werd niet alleen heel veel is geprivatiseerd, maar werd ook op veel plaatsen het marktmechanisme ingevoerd: aanbod en vraag bepalen de prijs. Voor de neo-democraten is de politiek niet de oplossing, maar het probleem. En ja hoor: de burger kan het allemaal beter zelf doen. In beide gevallen wordt het nest van de representatieve democratie bevuild.

Maar waarom zouden we op voorhand kunnen zeggen dat de markt beter is dan de overheid. Of waarom weten Wallage en Plasterk op voorhand dat de burger beter is dan de politiek (de overheid). Volg even de redenering van WRR uit 2000: het politieke debat moet niet gaan om een ideologische keuze tussen overheid en markt maar om de vraag welke maatschappelijke belangen in het geding zijn. Wat willen we met elkaar bereiken? Willen we waterveiligheid, willen we bestaanszekerheid, willen we een solidaire gezondheidszorg? Willen we sociale cohesie, willen we voldoende brood, willen we duurzame energie? Laat, stelde de WRR, bij voorkeur de markt zelf die problemen oplossen. Maar als dat niet lukt heb je toch echt de overheid nodig. De markt zorgt uit zichzelf voor voldoende brood. Maar de markt zal door de overheid moeten worden gestuurd voordat duurzame energie de overhand heeft. Waarom zou je voor de markt kiezen, als de markt het alleen niet af kan? Waarom zou voor de overheid te kiezen, als de markt het zelf ook kan?

De discussie ‘overheid of burger’ is in de kern een even onzinnige discussie. Ook hier moeten we eerst vaststellen welke waarden we in de samenleving willen nastreven, welke maatschappelijke belangen moeten worden gediend. Hebben we groen gras nodig? Laat de buurt zijn eigen plantsoen gaan maaien en grijp in als ze ruzie gaan maken. Hebben we groen gas nodig, hoop dan dat de markt zijn werk doet, of stimuleer de ontwikkeling van groen gas door de maatschappelijke kosten van fossiele energie in rekening te brengen bij de producent. Ach, vult u maar aan. In veel gevallen kunnen de burgers het allemaal zelf wel. Maar in nog meer gevallen heb je echt een overheid nodig, als je erop staat dat bepaalde maatschappelijke belangen worden behartigd. En vooral sociaal-democraten zouden moeten weten dat veel van hun idealen niet zonder steun van de overheid kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel: Kabinet-Rutte verdient een betere oppositie

augustus 30, 2011 by  
Filed under Politiek

NRC Handelsblad – Opinie | Zaterdag 18-06-2011 | Sectie: Overig | Pagina: 50 | Wim Derksen
Het kabinet-Rutte zwaait met een botte bijl. Maar de oppositie roept alleen ‘niet doen!’, stelt Wim Derksen. Kom met alternatieven.

Een minderheidskabinet biedt de kans om politieke tegenstellingen te overbruggen. Bij het kabinet-Rutte lijken de politieke tegenstellingen eerder te worden uitvergroot. Ook door de oppositie. Dat is niet goed voor het beleid. En niet goed voor het land. De oppositie zou beter een andere opstelling kunnen kiezen.

Hoe verzoenend Mark Rutte ook wil overkomen, de voorstellen van zijn kabinet zijn dat niet. Hier staat een kabinet dat er alles aan doet om zich bij het rechtse deel van het electoraat populair te maken. Niet alleen door de grondigheid waarmee beleidswijzigingen worden ingezet, maar ook door de sterk ideologische verdediging in Kamer en in media.

Helaas reageert de oppositie, met name PvdA en SP, sterk antagonistisch. De termen ‘kaalslag’, ‘afbraak van de verzorgingsstaat’ en ‘asociaal’ zijn niet van de lucht. Daarmee missen de oppositiepartijen de kans om tot zinvolle vernieuwing van het beleid te komen. Bovendien spelen ze Rutte op deze manier in de kaart.

Rutte definieert zichzelf als ‘vernieuwer’. Door in zijn ‘frame’ (zijn definitie van de situatie) de rol van ‘antagonist’ te kiezen, wordt de oppositie geassocieerd met ‘behoud’. Terwijl er aan de samenleving nog heel wat valt te vertimmeren.

Nee, de oppositie zou Rutte juist moeten wegzetten als een ideologische gelovige, vervolgens zelf de gebreken van het vigerende beleid moeten benoemen, om ten slotte heldere alternatieven te formuleren.

Ik geef een paar voorbeelden. Het kabinet wil de Wajong fors aanpakken. Het ‘succes’ van de Wajong is onmiskenbaar. In korte tijd hebben 200.000 jongeren een plek gevonden in een regeling die eerder passief maakt dan activeert. Met het gevaar dat zij definitief buiten de arbeidsmarkt terechtkomen. Oké, laat Rutte ‘hardvochtig’ zijn, maar de oppositie wil deze situatie toch niet laten voortbestaan?

Het kabinet wil de sociale werkplaatsen aanpakken. De oppositie verdedigt ze met hand en tand. Maar is zo’n beschutte plek voor alle WSW’ers (Wet sociale werkvoorziening) werkelijk zo ideaal? Voelen velen zich met een echte baan niet veel gelukkiger? En kan iemand mij uitleggen waarom het aantal WSW’ers al jaren fors stijgt, terwijl de bevolking amper groeit? Oké, laat Rutte ‘asociaal’ zijn, maar waarom stelt de oppositie niet de fundamentele vraag waarom veel WSW’ers 130 procent van het minimuminkomen verdienen, terwijl werklozen die ook onvoldoende ‘verdiencapaciteit’ hebben, met minder dan het minimuminkomen moeten rondkomen?

Het kabinet wil het openbaar vervoer in de grote steden aanbesteden. Ook hier weer die sterk ideologische toon van de ploeg van Rutte. Alles lijkt beter dan de overheid. Maar waarom hoor ik de oppositie niet over de vraag hoe we het openbaar vervoer rondom de grote steden echt op het niveau kunnen brengen dat bij grote steden hoort?

Het kabinet valt de kunsten aan, het schept er zelfs schijnbaar plezier in om deze zogenaamde ‘linkse hobby’ aan te pakken (hoe conservatief en elitair het gemiddelde concertpubliek ook is). Maar hoe leg ik mijn hulp uit dat mijn amateurorkest (gemiddeld inkomen ruim boven modaal) per jaar 4.000 euro subsidie krijgt van de lokale overheid? Omdat wij onze hobby zelf niet kunnen betalen?

Het kabinet valt het pgb aan, alweer met al die zware ideologische rimram die het kabinet eigen lijkt te zijn. Maar waarom zou ik ontkennen dat deze regeling geheel uit de hand is gelopen en dat er erg veel geld wordt rondgepompt naar buren en familie die helemaal niet op mijn kosten hun buren en familie behoren te helpen?

Het kabinet heeft duurzame energie in de ban gedaan, heeft een omvangrijke subsidieregeling voor duurzame energie afgeschaft en gaat een extra kerncentrale bouwen. Ja, ‘rechts’ likt heden ten dage heel wat vingers. Maar waar zijn de plannen van de oppositie? Waarop gaan we inzetten, op wind, op zon, op biomassa? In welk tempo en in welke verhouding? En was die subsidieregeling van het vorige kabinet werkelijk zo effectief?

Nee, nee, ik sta een heel ander beleid voor dan dit kabinet. Maar wie Rutte echt wil ontmaskeren zal met een eigen verhaal moeten komen. Er is meer werk aan de winkel dan het geven van een voorspelbaar ideologisch antwoord op een te ideologisch kabinet.

Oké, laat Rutte ‘hardvochtig’ zijn, maar wie wil deze situatie laten voortbestaan?

Info: Wim Derksen is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van PvdA en GroenLinks.

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.