De hallux valgus die geen hallux valgus was

april 25, 2015 by  

Voor mijn website gebruik ik het programma WordPress. Het programma geeft me inzicht in mijn bezoek. Hoeveel mensen komen op mijn site en wat lezen ze? Het programma geeft ook een klein inzicht in de zoektermen van de mensen die mijn site bereiken. Soms staat er ‘blog wim derksen’. Dat zijn de gesprekken bij de koffie-automaat. “Heb jij die blog al gelezen”. Dat stemt natuurlijk blij.

Maar veel vaker staat er ‘hallux vulgas’. Ja, het lijkt alsof mijn site vooral wordt bezocht door mensen die meer willen weten van de hallux valgus, de krom-staande teen, waarover ik ooit een blog schreef. Je kan het een teleurstelling noemen, het is op zijn minst een relativering.

Dat geldt te meer daar ik geen hallux valgus heb, terwijl mijn blog het tegendeel beweert. Ja, er waren artsen die beweerden dat ik een hallux valgus had. Ja, ik had ook last van mijn teen bij het hardlopen. Maar die teen was vooral ontstoken. Na jarenlang trainen in de verdrukking geraakt in de schoen. Eerst een jaar een doof gevoel, toen een jaar af en toe pijnlijke steken en toen een jaar pijn bij het lopen, elke dag. De teen was gewoon overbelast. Niks dus hallux valgus.

Ik schrijf dit nog maar eens voor al die mensen die op mijn site het antwoord voor al hun kwalen denken te vinden. Ik ben overigens best bereid om te vertellen wat ik heb gedaan om mijn overbelaste voet en mijn ontstoken teen te ontlasten. Ik ben eerst op minimalistische schoenen gaan lopen. Ze waren zo minimalistisch dat ze inmiddels uit de handel zijn genomen. Mijn voet raakte op geen enkele manier bekneld en van pijn had ik in deze schoenen dan ook nooit last. Wel kreeg ik regelmatig een zweepslag, vanwege het ontbreken van een hak. Die zweepslagen zijn vervelender dan een ontstoken teen. Daarna ben ik overgestapt op vederlichte schoenen, met heel weinig steun. Ik liep er een marathon op en beschadigde mijn meniscus. Het kostte een half jaar herstel.

Tegenwoordig doe ik wat veel oudere mensen doen die last hebben van een hallux valgus: ik koop mijn loopschoenen één maat te groot. Dat helpt tegen mijn ontstoken teen. Maar ik heb dus geen hallux valgus. Wat ook helpt: een tijd minder trainen. Dat vindt zo’n teen ook erg lekker. En ten slotte: de dagelijkse schoenen zijn waarschijnlijk nog belangrijker dan de loopschoenen. Wie de hele dag zijn tenen afknelt, krijgt als hardloper ongetwijfeld last.

En daarmee hoop ik al die mensen die zich op mijn site melden met een hallux valgus toch een beetje te hebben geholpen op basis van een andere kwaal. Ach, het effect van al die kwalen zal wel niet zoveel verschillen.

Verslaafd aan @MarathonRdam

april 12, 2015 by  

Ook vorig jaar had ik weinig getraind voor de marathon van Rotterdam. Ik had een startbewijs, maar had al lang besloten om mijn favoriete marathon dit jaar aan me voorbij te laten gaan. Bij toeval moest ik de vrijdag voor de marathon in Rotterdam zijn. Ik zag de borden en de hekken en was weer verkocht. Ik reed nog terug naar Den Haag om mijn spullen op te halen. Het werd een heerlijke loop, in 4.12.

De voorbereiding kon nog beroerder. Na die 4.12 deed ik weinig tot niets. Onder druk van een afspraak toch maar de marathon van Amersfoort gelopen in juni 2014. In 4.10. Maar na afloop was mijn meniscus zwaar beschadigd. Ik kwam een half jaar op de tafel bij de fysiotherapie. En toen alles grotendeels voorbij was, had ik geen zin meer. Geen zin. Ik had genoeg gelopen met pijn in mijn rechtervoet, met pijn in mijn linkerknie, met zweepslagen en al dat andere ongemak. Ik had de K78 in juli 2013 volbracht en was nog steeds toe aan rust. Een mentale blessure nam het van de fysieke over. Natuurlijk had ik me voor de zekerheid wel ingeschreven, zoals ik me ook al maanden geleden had ingeschreven voor de Zestig van Texel op Tweede Paasdag. Texel ging voorbij. En Rotterdam leek eenzelfde lot beschoren.

Totdat mijn fysiotherapeute enigszins spottend vroeg of ik Rotterdam nog zou lopen. Ik mompelde iets van ontkenning. “Als je hem start, loop je hem wel uit.” Ik mompelde nog iets van mindere ontkenning.

De volgende dag had ik mijn trainingsschema klaar. Dinsdag 7 km, donderdag 9, zaterdag 13 en maandag 20. Daarna 6 dagen afbouwen tot de marathon. Elke mislukte training zou het einde van de plannen zijn. Ik strompelde heel wat af, maar ik ging wel razendsnel vooruit. Tijdens de trainingen liep ik steeds 4 minuten hard en wisselde dat af met 1 minuut wandelen. Alles lukte. Er waren dus geen redenen meer om Rotterdam niet te lopen.

Ik geef het toe: het is een bizarre voorbereiding. Maar als je 20 km kan lopen in 2 uur, moet je aan 5,5 uur toch echt genoeg hebben voor die 42. En er lonkt wel een spannende marathon. Vroeger liep ik ze als trainingsmarathon, voor nog grotere of snellere loopjes. Nu is het weer een echte marathon. Hij doet me denken aan die eerste keer. Met Bert en met Huib en met Leo. Ach, en zenuwachtig ben ik altijd.

Er is wel één verschil. Toen was het mijn eerste marathon, nu mijn 46e. En toen was ik nog niet verslaafd aan het lopen. Had nog geen boek geschreven onder de titel Loopgek. Want als ik eerlijk ben: het heeft iets van die ene sigaret. Die je plotseling wordt aangeboden en die onweerstaanbaar is.

We zullen zien. Schreef ik op de avond voor de marathon.

En we hebben gezien. Wie geen loper is kan beter stoppen met lezen. Onderstaande is slechts de eufore tekst van een eufore loopgek. Piet loodste me binnen bij Nationale Nederlanden. Zijn club heeft daar altijd gastvrijheid. Verschillende lopers bleek ik te kennen. Beetje kletsen, beetje wc, beetje verkleden, en weer kletsen. Daarna naar de start. De spanning. Het bekende geluid van de heli’s. Het geluid van de spreekstalmeester, wiens tekst altijd aan je voorbij gaat. Nog een flesje drinken in het startvak. En je laatste plas terugdoen in hetzelfde flesje. Het startschot van de burgemeester, als inleiding op die fantastische startmuziek van Rotterdam. Weg op een schema van 6’ lopen en 1’ wandelen. Het leidt tot allerlei sportieve reacties van medelopers, die me na 1 km al van alles aanbieden. Het weer is geweldig. Goede temperatuur, veel zon en dus veel publiek. Ik heb het in Rotterdam nog nooit zo druk gezien. Eten en drinken gaan onderweg zonder problemen. Ik plas twee keer en poep eenmaal. En de organisatie is perfect. Ik kom terecht op een schema van 30’ per 5 km. Op de terugweg wandel ik de Erasmusbrug op. Ik wandel in de tunnel op de Blaak, en ik sta een tijd te praten met Arda op 37 km. Daarna wordt het nog even zwaar. De benen zijn stijf. Maar de geest is helder, en dat is wel eens anders bij het 40-km-punt. Na 4.26.34 bereik ik de finish. Ik stuiter nog een tijdje in het finishvak. We feliciteren elkaar, we omhelzen elkaar, mannen die elkaar nog nooit eerder hebben gezien. Het fantastische moment om Arda en Bas weer te zien. We lopen weer naar Nationale Nederlanden. Nog meer bekenden. En allemaal zijn we vandaag vrienden.

Het was mijn 46e marathon, het was mijn 13e in Rotterdam. Onderweg geniet ik vooral. En als ik denk dan realiseer ik me dat straks alles kapot en over kan zijn. Maar dat ik mijn marathonloopbaan dan wel heb beëindigd met mijn mooiste marathon.

Maar alles is niet kapot. Niets is kapot. Dit jaar toch maar proberen die 50 marathons vol te maken.

Interview Hoogtelijn

april 5, 2014 by  

In het eerste nummer van Hoogtelijn van 2014 staat een uitgebreid interview met mij over het lopen van de K78 in 2013. Ik laat commentaar achterwege. In ieder geval hoort het interview op mijn website. Lees hier verder.

Hallux valgus en andere ellende

januari 15, 2014 by  

Ooit schreef ik hier over mijn hallux valgus. Het is niet het ras van mijn hond, ook niet van het konijn dat ik nooit heb gehad. Het is een afwijking aan je voet, die zeer pijnlijk kan worden bij hardlopen. Het moet een klacht van velen zijn, want ik kom bijna dagelijks bij de zoektermen waarmee mijn site wordt gevonden, de term ‘hallux valgus’ tegen.

Inmiddels is mijn ervaring met het fenomeen aanzienlijk uitgebreid. Ongeveer anderhalf jaar heb ik met een pijnlijke voet hardgelopen, marathons gelopen en zelfs de K78 gelopen. Allemaal veroorzaakt door een hallux valgus. De grote rechterteen boog naar rechts, waardoor de voet als geheel breder werd en zich tussen de botten van de grote teen  kraakbeen begon te vormen. Met name dat kraakbeen is nogal pijnlijk. Een lange zoektocht naar zooltjes en schoenen nam zijn aanvang. Omdat mij verzekerd was dat het een ‘ouderdomskwaal’ was, die onherstelbaar was, kocht ik vier paar nieuwe dagelijkse schoenen met een speciale breedte-maat. De oude schoenen gingen naar het Leger des Heils. Een extra brede hardloopschoen beviel niet. Wel kocht ik loopschoenen die een half maatje groter waren. Ik liep drie podologen af, met wisselende zooltjes tot gevolg. Zonder succes.

Natuurlijk, het lag aan mij: ik nam geen tijd om zooltjes eens rustig uit te proberen. En al helemaal niet om de voet eens tot rust te laten komen. Ik moest trainen, en voor oponthoud was geen tijd. Ik beloofde bij de laatste podoloog dat ik na de K78 wel terug zou komen. Dat was tegen die tijd ook echt nodig. De pijn was zeker niet afgenomen, en de druk om te trainen was weggevallen. Dan ga je die pijn meer voelen. Ik stopte nagenoeg met trainen en merkte tot mijn verrassing dat mijn voet steeds smaller werd. Die hallux valgus mocht dan een onherstelbare ouderdomskwaal zijn, die voet was ook gewoon ontstoken. Door een tijd weinig tot niet te trainen, verdween de ontsteking en stond mijn teen plotseling veel minder scheef. Ik kreeg bijna spijt dat ik al mijn schoenen naar het Leger des Heils had gebracht.

Ik maakte weer een afspraak bij de sportpodologe [www.delopendezaak.nl]. Ze leerde me dat mijn hallux te maken had met mijn manier van lopen. Ik wikkelde met name met de rechtervoet naar binnen af, waardoor die grote teen bij elke stap een klap kreeg. Ik begon iets te begrijpen van die ontsteking. Ze gaf me een nieuw zooltje, waardoor ik meer naar voren afwikkel. Het was geen genot, maar ik kon wel weer zonder pijn lopen.

Inmiddels zijn we aan het experimenteren geslagen. De podologe vertelt overtuigend dat de hallux valgus bij de meeste mensen het gevolg is van het gebruik van schoenen, en met name van te smalle schoenen. Die voeten passen zich na een leven van afknellen  aan de schoenvorm aan. En daarin past een hallux beter dan een brede voorvoet. Uitgaande van de oorspronkelijke vorm van de voet zou een schoen niet taps moeten toelopen maar juist in de richting van de tenen moeten verbreden.

Die gedachte heeft gevolgen voor de voorgestelde therapie. Ten eerste: zo weinig mogelijk schoenen gebruiken. Na twee weken binnenshuis op sokken lopen, was elke pijn aan de voet verdwenen. Ten tweede: de voet trainen, om de voet zover mogelijk in zijn oorspronkelijke stand terug te krijgen. Ten derde: nieuwe hardloopschoenen. Bij voorkeur zo minimalistisch mogelijk en bij voorkeur ook met een hele slappe zool. Ik had al eerder gemerkt dat ik pijnloos kon lopen in minimalistische schoenen van Saucony. Maar het is wel wennen. En het vraagt een betere looptechniek. Niet stiekem een beetje op de hak landen, maar echt op de middenvoet, zo mogelijk op de voorvoet. En vooral: een hoge pasfrequentie. Ik wist dat mijn pasfrequentie altijd veel te laag was (130-140), terwijl 170-180 gewenst is. Juist door die hogere frequentie heb je geen tijd meer om op je hak te landen.

Ik besef dat die hallux nog niet helemaal weg is. En ook nooit meer helemaal weg zal gaan. Maar vanochtend liep ik wel een heerlijke intervaltraining van 10 kilometer. Op minimalistische schoenen, met een hoge pasfrequentie en zonder enige pijn.

[wordt vervolgd]

De loopgek loopt even niet meer

oktober 3, 2013 by  

tired-runnerHet is één van die vele gouden regels van hardlopers: je hebt één week herstel nodig per 10 kilometer wedstrijd. Dus na vier weken voel je de marathon niet meer. En ja hoor, na 7,5 week was mijn lichaam hersteld van de 78 km van de Swiss Alpine. Herstel betekent: geen last meer van snelle verzuring. Weer kunnen genieten van een soepel lijf. Om meteen maar een mogelijk misverstand weg te nemen: het trainingsniveau van vóór de Swiss Alpine is nog ver weg. Daar heb je nog een paar maanden voor nodig.

Ten minste als je weer een doel hebt. En die had ik, dacht ik. De marathon van Den Haag, de marathon van Amsterdam. Ik had ‘Den Haag’ graag gelopen, het was de eerste keer dat hij werd georganiseerd. En ik had me stiekem voorgenomen In Amsterdam weer eens 3:30 te lopen. Altijd handig voor het startvak in de komende jaren. Maar ik geef toe: het was leuk om Den Haag te lopen, het was leuk om 3:30 te lopen (als ik die tijd al ooit had gelopen). Maar in het licht van die ene grote K78 niet meer dan ‘leuk’. Na die befaamde training waarin het lichaam weer helemaal deed wat het moest doen, ging het dan ook onverwachts mis. Mis met de geest. Ik had geen zin. Ik had geen zin in trainen. Ik had geen zin in al dat plannen van al die trainingen. Ik sloeg een dag over, ik sloeg twee dagen over, drie. En na tien dagen met een onwezenlijk gevoel te hebben rondgelopen, zat ik nog steeds in mijn luie stoel.

Zo onverwacht als het was begonnen, deze periode van inertie en verderfelijke luiheid, zo onverwacht kwam het einde. Althans zo leek het. Ik deed mee aan een cantatedienst in Scheveningen en blies tijdens de generale repetitie om 9 uur in de vroegte op zondagmorgen een prachtige aria. Bach is vermoeiend voor moderne fagotten. En een aria al helemaal. Ik pufte en snakte na afloop naar adem. Het bracht de dirigent, die mij verder niet kende, en die zelf gelet op zijn omvang niet de indruk wekte binnenkort een duurloop te gaan doen, ertoe om mij vriendelijk toe te voegen ‘dat ik meer aan sport moest gaan doen’. Het halve orkest lag in een deuk, terwijl de goede man voorzichtig probeerde zijn buik aan ons zicht te onttrekken. Zonder succes overigens.

Mijn orkestvrienden wisten niet hoe hard die opmerking mij trof. Voor hen was ik de loopgek, zij wisten niet dat ik al 10 dagen te lui was om een stap te zetten. Die tijd was nu voorbij. Ik reed dezelfde middag met Arda mee naar vrienden in Leiden om zelf, met een omweg, terug te lopen naar huis. 22 km in 110’. Het ging geweldig. Het leek geweldig.

Ik trainde weer vijf keer per week. De marathon van Den Haag had ik inmiddels gemist, maar Amsterdam was haalbaar. Misschien in een iets langzamere tijd. Toch bleef de flow maar 10 dagen. Na 10 dagen rust volgden slechts 10 dagen intensieve training. Het ging niet slecht. Het lichaam hield het goed. Maar de geest kon het niet aan. Na 10 dagen was ik me de hele dag aan het haasten om in ieder geval nog 90’ te lopen. Hollen naar de trein, hollen naar huis. Hollen, hollen, alleen om die training niet mis te lopen. Plotseling was het over. Ik had even geen zin meer in dat hollen. Wel zin in lopen, maar geen zin in al dat haasten om de laatste minuten van de dag te vullen met een training. Het was ruim 10 weken na de K78. Ik besloot in de rest van het jaar geen marathons meer te lopen en geen trainingsschema’s meer te volgen. Eigenlijk, als je er nog eens goed over nadenkt, is dat loopje in de bergen best te doen. En dan kom je jezelf 10 weken later in een eerste-klascoupé keihard tegen. En geef je het op.

« Vorige paginaVolgende pagina »