Het ongrijpbare charisma van Hans van Mierlo #D66

februari 1, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

In 2015 kreeg Hubert Smeets het verzoek om een biografie over Hans van Mierlo te schrijven. Met inzage in zijn privé-archief. Smeets rondde in 2020 zijn werk af. Hubert Smeets kan goed schrijven. Als journalist schrijft hij ook erg leesbaar. En het werd een kloek boek. Toch roept die omvang meteen vragen op. Noopt het beschrijven van het politieke leven van Van Mierlo werkelijk 600 pagina’s? 

Natuurlijk, Van Mierlo heeft tussen 1967 en 1998 een opvallende rol gespeeld in de Nederlandse politiek. Maar moeten je ook die 30 jaar Nederlandse politiek uitgebreid beschrijven, om aan Van Mierlo recht te doen? Dat is toch al veel vaker gebeurd. Daardoor krijgt het beschrijven van de context van het politieke leven van Van Mierlo iets overbodigs. Dan resteren er twee vragen. Ten eerste: hoeveel nieuws komen we over Van Mierlo zelf te weten? Ten tweede, en in het verlengde daarvan: doemt uit het boek een politicus op die zo’n dik boek rechtvaardigt?

Ik realiseer me dat het antwoord op beide vragen wordt gekleurd door het beeld dat je al van de politicus Van Mierlo had. Mensen die hun hele leven met Van Mierlo hebben gedweept, beleven wellicht veel plezier aan het lezen van het boek. Persoonlijk heb ik me nooit in het kamp van de dwepers opgehouden. Eigenlijk raakte Van Mierlo mij nooit echt, als ik hem al begreep. Voor mij stonden ook anderen meer symbool voor de jaren 60 dan deze tikje elitaire Brabantse regentenzoon. Als refo uit Drenthe kon ik me ook moeilijk verplaatsen in deze katholiek die bij de Jezuïeten was opgegroeid. Ik zag zijn progressiviteit maar ik miste de oprechte aandacht voor de mensen die het zoveel minder hebben. (Een verwijt dat je D66 ook als partij nog steeds kan maken.) Ik zag een politiek dier die ervan genoot om congressen toe te spreken, ijdelheid was hem niet vreemd. Ik zag ook een onzekere man die snel gekwetst was in de politieke strijd, binnen en buiten zijn partij. 

Verandert mijn beeld van “Hafmo” zoals Van Mierlo in die beginjaren werd genoemd, door het gedegen boek van Hubert Smeets? Nee. Smeets noemt Van Mierlo filosofisch, visionair, charismatisch, en idealistisch. Maar is iemand die overal een paradox ziet en vaak twijfelt meteen een filosoof, of alleen maar sympathiek? Is iemand die die paar kroonjuwelen van D66 heeft verwoord meteen visionair? Of is Van Mierlo juist een voorbeeld van de inhoudelijke leegte van de ‘revolte’ van de jaren 60? Is iemand die “De grenzen aan de groei” onderschreef meteen idealistisch? 

Eigenlijk blijft vooral dat charisma over. Die stem, die ogen, ja ook dat succes bij vrouwen. Ik kan me voorstellen dat Van Mierlo voor veel mensen charismatisch is geweest. Maar het is wel een ongrijpbaar charisma. Want wat heeft Van Mierlo feitelijk eigenlijk nagelaten? Het is de verdienste van Smeets dat hij eindeloos heeft gespeurd naar de successen van Van Mierlo in de Nederlandse politiek. En er eigenlijk maar weinig heeft gevonden.

Ja, Van Mierlo was de eerste lijsttrekker van D’66. Hij won meteen 7 zetels, voor die tijd een ongelooflijk succes. Maar bij de volgende verkiezingen kon hij D66 nog net dat kabinet-Den Uyl binnenloodsen, voordat hij door zijn eigen partij werd afgeserveerd. In de jaren 80 kwam hij terug toen de partij op sterven na dood was. Hij wist weer grote winst te boeken bij de volgende verkiezingen. Hij was de man die wellicht in zijn eentje de paarse coalitie er door wist te drukken. Maar velen vragen zich tegenwoordig af of je daar nog trots op mag zijn. Na Paars kwam het CDA weer even gemakkelijk aan de macht. Bovendien kreeg het populisme door het pragmatische Paars een belangrijke ruggesteun. Zelf werd Van Mierlo een tamelijk kleurloze minister van Buitenlandse Zaken. En daarna kon hij weer vertrekken. Ten slotte: de Progressieve Volkspartij waarvoor Van Mierlo lang heeft geijverd, is er nooit gekomen. 

Van Mierlo was vooral: charisma. Hij heeft met dat charisma vier verkiezingen gewonnen en één verkiezing verloren. Maar uiteindelijk heeft hij heel weinig nagelaten. Daarmee is ook meteen een antwoord gegeven op die tweede vraag. Rechtvaardigt de politicus Van Mierlo zo’n dikke biografie? Voor mensen die vielen voor zijn charisma kan de biografie ongetwijfeld niet dik genoeg zijn. Maar voor mensen die de man niet bewust hebben meegemaakt, doet zo’n dikke biografie over een politicus die eigenlijk niets heeft nagelaten, wel een beetje onwezenlijk aan. En dat gevoel zal de komende decennia alleen maar erger worden.

Optimisme van @APechthold is optimisme van de rijken

november 11, 2016 by  
Filed under artikel

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen heeft velen geschokt. Daar is niks op tegen. Maar daarna moet de uitslag tot nadenken stemmen. Het heeft weinig zin om alleen maar ‘geschokt’ te blijven. En het zou me niet verbazen als dat nadenken leidt tot een andere kijk op de politiek. Wat in Amerika is gebeurd zou wel eens vergaande consequenties kunnen hebben voor het politieke landschap, voor de ideologieën en zelfs voor het politieke bestel. Zoals de Brexit al eerder aanleiding gaf voor een fundamentele analyse van de politiek in de Westerse wereld. En in Nederland het onzinnige referendum over een handelsverdrag met de Oekraïne. En laten we leren van de recente politieke gebeurtenissen in plaats van in verongelijktheid te blijven steken.

Dat er nog veel te leren valt, liet D66 ongewild zien in enkele kleine krantenadvertenties die de dagen na de Amerikaanse verkiezingen in de grote dagbladen verschenen. Partijleider Alexander Pechtold gaf kernachtig zijn mening: tegen het populisme, voor het optimisme. Het klonk bij eerste lezing niet erg verrassend. Maar gaandeweg begon me deze slogan tegen te staan. Om meerdere redenen. Laten we eerst maar eens vaststellen dat hier sprake is van een rare tegenstelling. Waarom zouden de ‘populisten’ die nu de macht hebben gegrepen in Amerika, niet optimistisch kunnen zijn? Het is een raar frame: wij zijn blij en zij zijn zuur. En dat niet alleen: we horen allemaal blij te zijn.

Het vervelende is dat dit D66-frame zo vreselijk herkenbaar is. Binnen de meeste politieke partijen, binnen Den Haag, binnen de departementen, binnen de adviesorganen van de regering. Zeg maar gewoon: binnen de politieke elite. De gedachte lijkt: er is alleen maar reden voor optimisme en laat je vooral niet gek maken door ‘demagogen’. Ook dat past in het correcte frame: wie niet de taal spreekt van de politieke elite, wordt al gauw weggezet als demagoog. Zeker als veel mensen met zo’n man weglopen. Dat zijn ze in Den Haag immers niet gewend.

De elite heeft overigens een beperkt repertoire voor het omgaan met demagogen. Eén: dat hoor je niet te zeggen. Twee: je praat de kiezers naar de mond. Trump zei inderdaad walgelijke dingen. Zoals Wilders walgelijke dingen zegt en Marie le Pen, en vooral haar vader. Maar het is toch niet de elite die bepaalt waarover we mogen praten en welke woorden we daarvoor willen gebruiken? Laat de rechter maar bepalen of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden. En uiteindelijk bepaalt de kiezer zelf wat hij wil horen. En blijkbaar wilden heel veel Amerikanen horen wat Donald Trump te zeggen had. Een koe kan dan ook begrijpen dat al die geschoktheid over Trump volledig averechts werkt. Hij kreeg ten eerste veel publiciteit omdat zijn woorden eindeloos door de media en door zijn geschokte tegenstanders werden herhaald. En ten tweede gaf die afkeuring door de elite Trump vleugels onder al die mensen die al jaren niet door de elite worden gehoord.

Dat andere argument van de elite is fundamenteler: je hoort de kiezers niet naar de mond te praten. En het is al helemaal verboden om ressentimenten tegen de politieke klasse te misbruiken. Ik vind dat wel een grappig argument voor partijen die hun hele verkiezingsprogramma door de wasstraat van de focusgroepen halen, om het programma vervolgens ijlings aan te passen. Ook het kabinet doet bijna niets zonder het draagvlak van nieuw beleid te monitoren. Maar wanneer de demagogen hun verongelijkte kiezers naar de mond praten noemen we dat plotseling populisme. Dan is er maar één norm: de politicus hoort de samenleving bij de hand te nemen naar een betere wereld.

Maar veel storender is dat het woord populisme wordt gebruikt om gerechtvaardigde klachten over deze samenleving als ‘zuur’ en ‘verongelijkt’ af te doen. En om hele bevolkingsgroepen samen met de demagoog bij het asvat te zetten. Donald Trump kan een gevaarlijke gek zijn – of was dat bovenal het frame van de bedreigde politieke elite? Maar dat laat onverlet dat de helft van de Amerikaanse bevolking op die man heeft gestemd. Ik weet het: daaronder zitten heel veel traditionele Republikeinse kiezers, die zich bij Rubio of Bush wellicht meer thuis hadden gevoeld. Toch had Trump op zijn minst een programma dat veel verliezers aansprak. Zoals al die arbeiders die door de globalisering hun baan zijn kwijtgeraakt. Al die mensen onder modaal die sinds 1990 in Amerika hun inkomen niet of nauwelijks hebben zien stijgen. Terwijl aan de bovenkant de rijken rijker en rijker werden, is het al decennia stilstand aan de onderkant.

En natuurlijk zullen de belastingverlagingen van Trump vooral de rijken weer ten goede komen. Maar hij appelleerde wel aan het gevoel van velen aan de onderkant van de samenleving dat de economische groei al jaren aan hen voorbij is gegaan. En zo verloor Hillary Clinton Michigan en Wisconsin aan Donald Trump. En daarna was de strijd gestreden. Want juist in deze oude industriële gebieden hebben velen de sprong naar boven niet meegemaakt. Wat bedoelt Alexander Pechtold eigenlijk met zijn ‘tegen het populisme, voor het optimisme’? Dat al die verlaten fabrieksarbeiders optimistischer moeten worden en dat het probleem daarmee pragmatisch is opgelost? Of ziet D66 alleen de mensen die werkelijk reden hebben voor optimisme? En D66 staat daarbij model voor een belangrijk deel van de politieke elite.

Hoe gek die Donald Trump ook mag zijn, hoe gek die Boris Johnson ook mag zijn, het lijkt erop dat de politieke elite geen antwoord meer heeft op de problemen van de maatschappelijke onderkant. Want de politieke elite gelooft in neo-liberalisme en de politieke elite gelooft in globalisering. En het zijn juist deze twee die de kloof tussen arm en rijk drastisch hebben vergroot. De politieke elite is verblind geraakt door de welvaart van de mensen in de directe nabijheid. En is pijnlijk genoeg even vergeten dat de economische voorspoed aan de helft van de samenleving voorbij is gegaan. En als die mensen die al jaren op de nullijn zitten hun stem een keer willen verheffen krijgen ze te horen dat ze populisten zijn en achter een demagoog aanlopen.

Dus doe me een lol: laten we vanaf vandaag stoppen met het woord populisme. Laten we de problemen analyseren. Laten we ook de mensen serieus nemen die terecht zuur en chagrijnig zijn. Laten we stoppen met achteloos handelsakkoorden te sluiten die een groot deel van de Westerse samenleving alleen maar in grotere problemen zal brengen. We hebben nieuwe politieke antwoorden nodig nu de schok over het populisme lang genoeg heeft geduurd.

Hoe D66 en populisten de steden van de PvdA overnamen

april 18, 2014 by  
Filed under De Stad

De raadsverkiezingen liggen achter ons, de collegevorming nadert zijn einde en de voortekenen zijn duidelijk: D66 gaat de dominante positie van de PvdA in verschillende steden overnemen. Dominant was de partij al in Utrecht en Nijmegen. Nu ook in Amsterdam, Den Haag, Groningen etc. Is dit een tijdelijk fenomeen of is er meer aan de hand?

Het valt me op dat deze vraag in de media nog nauwelijks aan bod is gekomen. Als het om een tijdelijk, bijna toevallig fenomeen gaat, is dat logisch. Dat geldt niet als er sprake zou zijn van een structurele verandering van het politieke landschap in de grote steden. Er zijn twee argumenten die pleiten voor een tijdelijke afwijking van het traditionele beeld. Ten eerste heeft de PvdA in het hele land, ook in de kleinere gemeenten ongeveer eenderde van zijn zeteltal verloren. Dat duidt op een landelijke trend en dat duidt er weer op dat we de oorzaken op landelijk niveau moeten zoeken. De kiezer staat nog niet te stralen bij het kabinet Rutte-Asscher en de glans is van Diederik Samsom af. Zou allebei heel goed kunnen. Ten tweede is D66 al jaren een vluchtige partij die soms prachtige scores maakt en nog geen tien jaar later weer de opheffing nabij is. Pechtold is een uitstekende leider en een natuurlijke opvolger dient zich niet aan. Ook dat relativeert de winst van D66.

Maar je zou evengoed een andere redenering kunnen volgen. Het is bekend dat de steden steeds meer de brandhaard van de economie zijn. Dat de hogere inkomens en met name de hoger-opgeleiden steeds meer in de steden blijven hangen, na de afronding van hun studie. We weten dat bedrijven op die hoger-opgeleiden afkomen (in plaats van dat hoger-opgeleiden verhuizen naar een bedrijf). We weten dat de kansarmen naar de randen van de steden worden verdreven, niet zelden over de gemeentegrens heen. Vanouds moet de PvdA het hebben van de beneden-modale kiezer en van een intellectuele elite. Die eerste achterban verdwijnt uit de steden, vertoont een lage opkomst en keert zich voor een deel af van de PvdA. Sommigen kiezen voor de SP, en migranten kiezen minder automatisch voor de PvdA (hetgeen ook geheel logisch is). D66 daarentegen vaart wel bij bevolkingsgroepen die luisteren naar innovatie en onderwijs: de nieuwe stedelingen.

Het is bekend dat de ‘triomf van de stad’ ook een schaduwzijde heeft. Niet alle steden zijn de winnaars. Rotterdam is niet in handen van D66 maar van Leefbaar gevallen. Rotterdam is nu juist ook een stad waaraan de ‘triomf’ voorbij lijkt te gaan. Zoals dat ook geldt voor sommige groeikernen, als Spijkenisse, Almere, maar ook Zoetermeer. En voor  meer perifere steden als Enschede,  Emmen, enzovoorts. In dat soort steden nemen de populistische en de  lokale partijen het van de PvdA over te.  En zo laat de uitslag in Den Haag zich zo goed vertalen. Den Haag is enerzijds een triomferende stad, met dat sterke merk ‘internationale stad en vrede en recht’. Het is ook de kant van het ‘zand’. Het ‘veen’ in Den Haag laat de schaduwzijde van de ‘triomf van de stad’ zien: de verliezers van de globalisering, de lager-opgeleiden. Hoe opvallend dat de verkiezingen in Den Haag een tweestrijd waren tussen D66 en PVV, die op het laatste moment door D66 werd gewonnen.

Natuurlijk, de PvdA kan de nieuwe hoogopgeleide stedeling én de teleurgestelde kansarme weer terugwinnen bij een volgende verkiezing. Maar de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 kunnen ook een voorbode zijn geweest van een nieuwe politieke verdeling van de steden.