Duurzame architecten of stuitend geklets

februari 3, 2021 by  
Filed under artikel, Geen categorie

De Architect bestaat 50 jaar. Reden om een Manifest uit te brengen, dat geen manifest is. Een groot aantal architecten wordt geïnterviewd over duurzaamheid en gelijkheid. En het wordt weer bewezen: laat architecten ontwerpen en laat ze nooit vertellen wat ze bedoelen. Als er al een touw aan is vast te knopen, ontstijgt het zelden het niveau van een cliché. Ik lees over architecten die hemel en aarde met elkaar willen verbinden. Volgens mij wil de SGP dat ook. Ik lees over architecten die samen staan voor innovative, connective, responsible en mixed. Ik lees architecten die een gesprek willen aangaan met de buitenwereld om “buitenstaanders mee te nemen in onze keuzen”. Ik lees over architecten die het vooral interessant vinden om “vanuit contradicties” aan een project te werken. Ik lees veel architecten die erg hechten aan de identiteit van de plek, terwijl de link tussen hun ontwerp en die identiteit alleen voor weinigen is te doorgronden. Ik lees heel veel architecten die alles in samenspraak willen doen met de gebruikers, maar ik zie nergens voorbeelden van grondgebonden woningbouw met een lekkere tuin. 

Als ik het verstandige nawoord van Harm Tilman lees, vraag ik me af hoe hij zich voelde toen alle interviews waren uitgewerkt. Was hij verrijkt, of verarmd. Of op zijn minst in verwarring achter gelaten? Ik geef toe: ik was niks wijzer geworden. Maar ik zie wel een levensgroot probleem: als ontwerpers niet daadwerkelijk gaan bijdragen aan een duurzame leefomgeving, gaan we het met ons klimaat nooit redden. Praten over duurzaamheid is niet voldoende. 

Overigens hebben ook de ontwerpers van deze bundel zelf aan de verwarring bijgedragen door niet alleen duurzaamheid, maar ook gelijkheid als doel aan architecten mee te geven. Ik ben niet tegen gelijkheid. Maar ik weet dat er van goede doelen niets terecht komt als we ze eindeloos met andere goede doelen verbinden en wanneer het doel op zich al zo vaag is dat iedereen kan doen wat hij toch al deed. 

Ooit maakte ik een minister van Milieu mee die streefde naar goede balans tussen people, planet en profit. Gelul natuurlijk. Want iedereen heeft een andere opvatting over wat een “goede” balans is.  Brundtland had het goed gezien. Duurzaamheid betekent dat je de aarde zodanig aan het nageslacht doorgeeft dat het dezelfde kansen heeft als ons. En ook dat geeft al een waaier aan problemen en doelen. De opwarming van de aarde stoppen is immers een heel ander doel dan behoud van biodiversiteit, hoezeer de ene de andere ook beïnvloedt. 

Dus, architecten, laten we het simpel en concreet houden. Hoe zorgt u ervoor dat de opwarming van de aarde een halt wordt toegeroepen? In uw omgeving wordt wel eens gesproken over gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Misschien moeten we dan beginnen bij de gebruikswaarde. Het gebouw moet bij gebruik dus niet meer energie kosten dan het oplevert. Er zijn nog steeds niet erg veel gebouwen die aan deze vereiste voldoen. Maar ook de bouw van uw gebouw moet CO2-neutraal zijn. Dat vergt veel omdat bijvoorbeeld het gebruik van beton leidt tot een enorme uitstoot van CO2Dan moet u dus bijvoorbeeld denken aan hout. En dat betekent bijvoorbeeld dat u de echte hoogbouw even moet vergeten. Want zo hoog kan je met hout de lucht niet in. Overigens hoef je niet altijd een heel nieuw gebouw neer te zetten. Renovatie van het bestaande biedt vaak veel betere kansen. Niet meteen alles weer tegen de vlakte gooien, maar bij voorkeur het bestaande verbeteren. Allemaal CO2-neutraal. 

Ik heb alle architecten in het genoemde Manifest over duurzaamheid horen spreken, maar ik heb niet één architect horen beloven dat zijn gebouwen voortaan CO2-neutraal zouden worden opgeleverd en CO2-neutraal zouden zijn in gebruik. Een enkeling merkte nog voorzichtig op dat de overheid misschien meer regels zou moeten stellen. Inderdaad, met cliché’s houden we de opwarming van de aarde niet tegen. 

Ook het begrip ‘toekomstwaarde’ is onder architecten en stedebouwers een bekend begrip. Ook die toekomst van gebouwen moet CO2-neutraal zijn. Maar hoe organiseren we dat, nu het op voorhand helemaal geen vanzelfsprekendheid is dat nieuwe gebouwen eeuwen blijven staan. Ik zie daarentegen veel tijdelijke en toevallige architectuur, die na enkele decennia al weer moet worden afgebroken. Daarvoor kunnen goede redenen zijn (tijdelijk, toevallig). Maar waarom zou het nieuwe ontwerp niet even tijdelijk en toevallig zijn, wanneer de architect zijn eigen permanentie schromelijk overschat? 

En dan komen we tot slot bij de belevingswaarde van een nieuw gebouw. Terecht merkt een enkele architect in het Manifest op, dat hoog scoren bij allerlei architectenjury’s niet het doel van architectuur moet zijn. Tegelijkertijd moet je ook niet alleen maar bouwen voor de smaak van de massa. Architectuur moet meerwaarde hebben, moet verwondering oproepen. Maar als die verwondering omslaat in verbazing of verbijstering, is de kans niet zo groot dat het gebouw op termijn plotseling geliefd zal zijn. De toekomstwaarde kan wel eens heel gering zijn, als de belevingswaarde op het moment van opleveren alleen door de deskundigen wordt gewaardeerd. En een geringe toekomstwaarde gaat heel waarschijnlijk veel CO2 kosten. 

In veel interviews kwam ik de verzuchting tegen dat de rol van architecten in de bouw steeds verder wordt teruggedrongen. Na de kredietcrisis zou het budget voor architecten zijn gehalveerd. Niet tijdelijk, maar structureel. Er wordt over geklaagd. Over vastgoed en kapitaal. Maar misschien is het goed om deze ontwikkeling nader te analyseren. Zouden de architecten zich zelf uit de markt hebben geprijsd? En wat zijn daarvan de oorzaken. Zijn die alleen extern. Of vormen de architecten zelf de aanleiding voor deze ontwikkeling? 

Architecten willen meer dan hoeder zijn van de esthetiek. Dat lijkt me terecht. Maar laten ze dan snel werk maken van werkelijke duurzame gebouwen. Bouw CO2-neutraal gebouwen, die in hun gebruik CO2-neutraal zijn en die eeuwigdurend CO2-neutraal zullen zijn. 

Over lange files en kortzichtige politici

april 9, 2016 by  
Filed under artikel, De Stad

De verkiezingen naderen. Het is goed te merken. De coalitiepartijen beloven extra miljarden voor de infrastructuur. Daarbij worden specifieke kiezers meteen al bediend. De A20 bij Rotterdam! Een betere doorstroming tussen Rotterdam en Amsterdam. Aanleg van de verbinding A8/A9! Verbouwing van station Schiphol! Zeg maar alle ergernissen van de reiziger. Of beter gezegd: van de forens. Maar tegelijkertijd:kortzichtig en zonder goede analyse van het probleem.

Ach, waarom maak ik me druk over verkiezingsretoriek? Het huidige kabinet trekt niet één cent meer uit voor de infrastructuur. Alle voorstellen hebben niet eens betrekking op het volgende kabinet. Er wordt slechts gesproken over het verlengen van het infrastructuurfonds na 2028, met 2 jaar. Wie was er dan van plan om dat fonds niet te verlengen? Geld voor infrastructuur heb je altijd nodig. Toch irriteert me dat banale gedrag om nu reeds aan te geven aan welke wegen het geld van 2029 en 2030 moet worden besteed. Iedereen weet dat het kabinet Rutte nog € 6,4 miljard heeft gekort op het infrastructuurfonds. Waardoor allerlei plannen voor nieuwe wegen moesten worden uitgesteld. Ook elk volgend kabinet zal zelf bepalen hoeveel geld er in de komende vier jaar aan welke plannen zal worden uitgegeven. Je vraagt je af: waarom publiceren kranten dit soort goedkope berichten van politieke partijen?

Ook ik had er het zwijgen toegedaan als ik niet net het prachtige boekje van Arie Bleijenberg over de ‘nieuwe mobiliteit’ had gelezen. Bleijenberg beschrijft helder waarom we behoefte hebben aan een nieuw mobiliteitsbeleid. Dat het oude beleid is gebaseerd op de tijd van de industrialisatie en de opkomst van de auto. Tegenwoordig leven we in de tijd van de kenniseconomie, die zijn brandpunt vindt in de steden. Tegenwoordig leven we in een tijd waarin de gemiddelde snelheid van de auto niet meer toeneemt. En tegenwoordig leven we in een tijd waarin het aantal autoreizigerskilometers al 10 jaar stabiel is en de mobiliteitsgroei geheel is verplaatst naar het vliegverkeer. Volgens Bleijenberg is het hoog tijd voor een ander mobiliteitsbeleid. En hij heeft helemaal gelijk.

Politici denken graag in termen van ‘de dagelijkse files’. Het dagelijks ongemak. En ze denken dat zij ervoor zijn om het dagelijkse ongemak van mensen weg te nemen. Maar daarvoor is de politiek helemaal niet. De politiek is ervoor om onze welvaart en ons welzijn te bevorderen. En daarvoor zijn niet de files maar de bereikbaarheid de goede indicator. Juist door meer banen en meer voorzieningen bereikbaar te maken (in een redelijke tijdsspanne), worden wij rijker en gelukkiger. En bij bereikbaarheid gaat het niet alleen om snelheid (files verlagen inderdaad de snelheid), maar ook om afstand. De meeste banen en de meeste voorzieningen zitten in de steden. Dus juist met het bevorderen van de verstedelijking en van de verdichting in de steden vergroten we de bereikbaarheid van banen en voorzieningen. Het is nog erger: door files te bestrijden stimuleren we dat mensen verder van de stad gaan wonen en dragen we bij aan de groei van de mobiliteit! Stel je voor hoe we de economie zouden kunnen stimuleren door een paar miljard bij te dragen aan nieuwe bouwlocaties in de steden, in plaats van vele miljarden te besteden aan nieuwe wegen naar de steden.

Daar komt nog iets bij. Stedelingen zijn relatief veel tijd kwijt met het bereiken van banen en voorzieningen. De stedeling heeft dus een mobiliteitsachterstand op al die burgers die buiten de steden wonen. Het lijkt me een goede extra reden om in te zetten op versterking van het stedelijk vervoer. Met name mass transit zal een belangrijke bijdrage moeten leveren aan het stedelijk en stadsgewestelijk vervoer. Het lijkt me een mooie agenda. Als de politiek Nederland echt verder willen helpen moeten ze ophouden zich eindeloos te verplaatsen in de filerijder. Bij vervoer gaat het om bereikbaarheid en een grotere bereikbaarheid vergroot onze welvaart.

Maar dat niet alleen. De politiek is er niet alleen voor het leed van de filerijder op maandagmorgen, maar hoort ook oog te hebben voor de langere termijn. Niet voor niets heeft de regering het Klimaatakkoord in Parijs medeondertekend. Zou het niet wijs zijn om het toekomstig infrabeleid in het teken van ‘Parijs’ te plaatsen, dames en heren van de Tweede Kamer? En zou het misschien kunnen zijn dat ook het klimaatbeleid vraagt om kortere afstanden en verdere verstedelijking en verdichting? Zou dat geen goede goede reden zijn om uw kortzichtige wensen over A20, A4, A8 en A9 en nog een paar Brabantse tussenwegen even te parkeren en eerst eens na te denken over wat er echt wordt gevraagd? Dan laat ik nog maar even in het midden wat alle technologische ontwikkelingen ons op korte termijn wellicht al brengen. Want ook daarop kunnen we beter even wachten voordat we beslissen over de verbreding van wegen na 2028.

Duurzaam is vaak zo’n gedoe

november 15, 2013 by  
Filed under artikel

EV-Project-A15Vier jaar geleden kochten we een auto. De vorige was oud, 300.000 km op de teller, maar reed nog geweldig. De garagehouder vond het tijd voor iets nieuws. Hij had een tweedehands Volvo in de aanbieding, die amper 50.000 km had gereden. Het leek verstandig om de overstap te wagen. Het bezwaar dat het om een dieselauto ging, werd door de garagehouder weggewuifd. Hij zei dat de nieuwe auto niet belastender was voor het milieu dan onze oude benzineauto. Ik nam het niet alleen voor kennisgeving, maar ook voor waarheid aan. Sinds die tijd rijden we in een auto die eens in de drie maanden stikt in zijn eigen roet. Service Motorsysteem Vereist, zegt ie dan.

Achteraf vraag je je af: waarom hebben we bij de aanschaf van een nieuwe auto zo weinig aan de belasting van het milieu gedacht? Is duurzaamheid ook voor ons alleen maar een woord? Of is het nog simpeler: je hebt het druk, die man biedt je een auto aan, en je moet toch een keer een nieuwe.

Het duurzame alternatief vraagt veel meer. Je moet informatie inwinnen, omdat je veel te weinig verstand van auto’s heb, laat staan van duurzame auto’s. Elektrische auto’s? Spannend, maar rijden die dingen al? Hybride auto’s? Kan leuk zijn maar mijn garage verkoopt helemaal geen hybride auto’s. Mijn garage verkoopt op dit moment die diesel. Als ik snel beslis, kan ik snel weer aan het werk. Ja, echt duurzaam zijn is vaak zo’n gedoe.

Daarom is de aanpak van Natuur & Milieu de laatste jaren zo’n schot in de roos. Afgelopen zomer hebben ze me geholpen aan acht zonnepalen op het dak. Ik meldde me aan via de site, er kwam een aardige meneer, we spraken af wat we wilden, en hij regelde verder alles. Werkelijk alles. Al mijn zorgen over installatie, kabels, nieuwe meters en over de overgang naar een ander energiebedrijf (hetgeen niet eens nodig was) werden ons uit handen genomen. Terwijl ik aan mijn bureau zat, werd in korte tijd mijn energierekening driftig aangepakt en droeg ik bij aan een duurzamere samenleving.

Natuur & Milieu gaat mij volgend jaar weer helpen. Ze komen met een fantastische actie. Elektrische lease-auto’s, tegen een vast tarief per maand, met de mogelijkheid om 4 weken per jaar de elektrische auto voor een benzineauto te ruilen. Kan ik rustig met de caravan naar Zwitserland. Een opgeladen auto rijdt 180 km, opladen kan thuis. En de benodigde elektriciteit kost drie keer zo weinig als de benzine. Vooral de gedachte dat we verlost zijn van het onderhoud (duizenden euro’s per jaar omdat die auto stikte in zijn eigen roet) stemt me gelukkig. Bovendien kan over alle andere wensen kan worden gepraat.

Binnenkort rijden we elektrisch. Om de simpele reden dat Natuur & Milieu al dat gedoe uit handen neemt.