Twee jaar was ik bezig met het schrijven van mijn roman ‘IJzersterk’. Gisteren is het bij Boekhandel Kooyker in Leiden gepresenteerd. En dan is dat boek plotseling van iedereen. Ik weet nog niet of dat laatste me echt gaat bevallen. Elke keer als ik een eerdere versie van het boek voor commentaar aan een vriend liet lezen, kreeg ik een voorproefje. Ik was én nieuwsgierig én ik was onzek
Mijn roman ‘IJzersterk’ was af. Al is een roman nooit echt af. Laat ik zeggen: de vraag kwam op of hij moest worden uitgegeven. Ik worstelde met die vraag. Waarom zou je een roman altijd moeten uitgeven? Is dat niet een misplaatste vorm van ijdelheid? Drie simpele, pragmatische argumenten gaven uiteindelijk de doorslag om het boek wel uit te geven. Maar ik geef eerst drie argumenten om het boek
Ik was twee jaar bezig met het schrijven van mijn roman ‘IJzersterk’. Op het eerste gezicht leek dat schrijven een heel rationeel en overzichtelijk proces. Ik hield nette overzichten bij van de verhaallijn en van alle personages. Van elk hoofdstuk hield ik bij welke versie inmiddels was afgerond. Aantallen woorden en aantallen pagina’s werden nauwgezet geregistreerd. Maar welbeschouwd w
Jan Brokken interviewde in de jaren 80 schrijvers over de ‘techniek van het schrijven’. Ik herinner me al die verhalen over routines en rituelen. Schrijvers die alleen schreven tussen 8 en 12 uur ‘s morgens, en ‘s middags de krant lazen en hun post beantwoordden. Het leek alsof schrijvers bedolven werden door brieven van verlegen middelbare scholieren en kwijlende oude dames. Dat soort routines
Vroeger was ik wetenschapper. Van beroep. Dus ik schreef veel, ook veel boeken. Nu heb ik een roman geschreven. Het verschil is enorm. Wetenschappelijke boeken volgen allemaal een bepaalde logica. Je hebt een vraag en je hebt een conclusie, en tussendoor moet je aantonen dat jouw conclusie een plausibel antwoord is op de gestelde vraag. Als je dat moment hebt bereikt, is het boek af. Dan kan he
‘IJzersterk’ is een roman in een roman, vertelde ik in eerdere blogs. Dat is wel handig om te weten als je het boek gaat lezen. Maar waarom schrijft iemand in godsnaam een roman in een roman? Hoe is dat zo gekomen? Om eerlijk te zijn, de wording van mijn boek heeft me zelf erg verbaasd. Het boek is niet bedacht, het is niet gepland, mijn roman ontstond. Ik begon met een idee: ik
Laat ik de ontstaansgeschiedenis van mijn roman ‘IJzersterk’ even kort samenvatten: ik wilde jubileumboeken gaan schrijven, boeken zonder enige pretentie. Loutje was opgelucht dat het geen roman zou worden, omdat veel mensen nu eenmaal denken dat een roman altijd (deels) autobiografisch is. Dat zou maar tot vragen leiden. En juist daarmee bracht ze me op een geweldig idee: ik wist meteen dat ik
Ik heb een roman geschreven. Voor het eerst in mijn leven. Als wetenschapper schreef ik al boeken, misschien wel te veel. Nu gaat het om een heuse roman. De roman verschijnt op 6 februari bij Uitgeverij Boekscout. Hoe is dat zo gekomen? Daarvoor moeten we even teruggaan in de tijd. In 2023 besloot ik nog één jaar masterclasses te geven en leergangen te organiseren. Vijftien jaar was ik
Het dorp was eigenlijk niet meer dan een straat. Een straat die pas na een weifelend begin een echte straat werd. Niet voor lang. Na een brug liep de straat dood, tussen een paar boerderijen in een weiland. Bij de brug kon je links naar de kerk. Ook na de kerk stokte het dorp eigenlijk meteen. Rechts bij de brug was een café. Vroeger, toen hij daar als kind met zijn ouders kwam, zat daa
Jesper en ik zijn vrienden. Daarover bestaat geen twijfel. Bij hem niet, bij mij niet. We zien elkaar vaak. Als we dichter bij elkaar zouden wonen, zouden we elkaar nog vaker zien. Onze gesprekken zijn veelal overdadig beladen met eten en drinken. Jesper gunt mij mijn Riesling. Zelf start hij altijd met een biertje, en eindigt daar ook vaak mee. Een gesprek met Jesper is een aaneenschakeling va
Hans Warren, de Zeeuwse dichter en literatuurcriticus werd vooral bekend door zijn Geheim Dagboek, in 23 delen gepubliceerd. Het dagboek beslaat de periode 1942 tot 2001, het jaar van zijn dood. Mario Molegraaf schreef onlangs over hem een biografie, een vuistdik boek, helaas zonder veel structuur. Je hoeft de Warren-kenners niet te vertellen wie Molegraaf is. Mario Molegraaf w
Waarom maakt schrijven gelukkig. Waarom maakt het schrijven van een roman, van een verhaal of van een gedicht gelukkig? Sinds een jaar waag ik me eraan. Het laatste half jaar als student aan de Schrijversvakschool. En ja, ik geniet bijna elke dag van dat schrijven. Maar waarom? Ik word gelukkig als er uit het niets mooie zinnen ontstaan. Mooie zinnen ontstaan in een roes, in een vloeien
Als altijd kwam hij die ochtend als eerste aan bij hun repetitieruimte. Dat rare zaaltje, dat kille zaaltje, dat rommelige zaaltje, waar ze zoveel hadden meegemaakt, dat ze niet meer zagen dat het rommelig was en niet meer voelden dat het er eigenlijk altijd te koud was. Een ruimte zonder ramen. Tegen de wanden stonden een paar stoelen. In het midden stond een tafel. Aan het plafond hing een pe
Van sommige boeken kan ik heel gelukkig worden. Andere leg ik na 100 pagina’s weer terzijde, als ik die 100 pagina’s al haal. Iedereen zal dat herkennen (behalve de mensen die zich niet toestaan om een boek niet uit te lezen). Maar waarom maakt het ene boek wel gelukkig, en kom ik het andere niet door. Laat ik me beperken tot fictie. Wanneer word ik gelukkig en wanneer niet?
Sinds een half jaar ga ik weer naar school. Ik wil schrijver worden. En daarvoor bestaat een gedegen opleiding. De Schrijversvakschool. Les wordt gegeven in een oud pand aan de Herengracht in Amsterdam. Ons klasje telt negen studenten. We hebben twee avonden in de week les. En nu ik dit gezegd heb, probeer ik krampachtig schrijffouten te voorkomen. Mijn fouten stralen nu eenmaal af op mijn scho