Niet alleen de @NAMbv zit fout

mei 8, 2021 by  

Er is weer gedoe in Groningen. De directeur van de NAM heeft gezegd dat nog maar 50 woningen hoeven te worden versterkt omdat de gaswinning binnenkort stopt. Terwijl de overheid nog steeds 26.000 woningen wil versterken. 

Ik heb het te doen met al die Groningers die ongetwijfeld denken dat de overheid haar beloften weer niet gaat nakomen. Want als de NAM straks weigert te betalen, moet je nog maar zien of de overheid wel zin heeft om de portemonnee te trekken. 

Ik ben verbaasd over de NAM, die ongetwijfeld veel geld uitgeeft aan communicatie-adviseurs, maar die altijd weer in staat is om net de verkeerde toon te kiezen op het verkeerde moment.

Maar voor jammerende Kamerleden in media is geen enkele reden. Want de NAM maakt gewoon gebruik van hetzelfde wrakke model waarop de overheid zich al jaren baseert. 

Laten we eerst vaststellen hoe de overheid bepaalt welke woningen moeten worden versterkt. Daartoe draait de NAM een model, het zogenaamde HRA-model. Ja, de overheid baseert al jaren haar beleid op een model van de NAM! Dat model voorspelt hoeveel woningen zodanig moeten worden versterkt dat de inwoners maar eens in de 100.000 jaar door vallend puin worden gedood. Die 100.000 jaar-kans op overlijden gebruikt de overheid ook bij allerlei andere risico’s, bijvoorbeeld bij overstromingen. 

Het bijzondere aan het HRA-model is dat elke run weer geheel andere uitkomsten heeft. In die uitkomsten is zelfs voor de echte deskundigen geen enkele logica te ontdekken. Er is een simpele reden voor deze onbetrouwbaarheid van het model: we weten gewoon veel te weinig van wat er in Groningen onder de grond gebeurt. Over de hele wereld is veel kennis verzameld in de loop der jaren over normale (tectonische) aardbevingen, maar dit soort, door de mens veroorzaakte, aardbevingen komen maar heel zelden voor. En als je niet weet wat er onder de grond met de bevingen gebeurt, kan je ook niet voorspellen wat er boven de grond met de huizen zal gebeuren. 

Wat ik hier vertel is niet nieuw. Het is allemaal al lang bekend. We weten ook dat de run van vorig jaar tot de voorspelling leidde dat enkele honderden panden (waaronder nogal wat boerenschuren) zouden moeten worden versterkt om de veiligheid van de Groningers te waarborgen. En waarom wordt er dan toch over 26.000 woningen gesproken? De reden is alweer simpel. De overheid heef besloten dat alle panden die ooit een keer uit het model kwamen met het predicaat  ‘(licht) verhoogd risico’) toe te voegen aan de lijst van te versterken panden. Je kan het een burger ook niet uitleggen dat hij vorig jaar nog wel een verhoogd risico in zijn woning liep, maar dit jaar niet meer, zonder dat er aan de woning ook maar iets is veranderd. Bovendien zou ik als Groninger het model gewoon niet meer geloven. Overigens heeft de overheid voor het gemak ook nog duizenden andere panden aan de lijst toegevoegd, omdat die toevallig in dezelfde straat stonden of er identiek uitzagen. Dus zo werd de lijst met te versterken panden na elke run van het HRA-model weer langer. 

Tegelijkertijd gaf het model de laatste jaren steeds minder panden het predicaat van ‘(licht) verhoogd risico’, omdat het einde van de gaswinning inmiddels in zicht is. Het is dan ook logisch dat TNO (dat al jaren bezig was om een nieuw HRA-model te ontwikkelen, maar uiteindelijk een identiek model gebruikt) nu heeft berekend dat er nog maar 50 woningen moeten worden versterkt. Let wel: ook TNO weet in essentie niet wat er onder de grond in Groningen gebeurt.

Wie is hier nu consequenter, de NAM of de overheid? Ze baseren zich allebei op hetzelfde (onbetrouwbare) model. En als dat model aangeeft dat er op dit moment nog maar 50 woningen moeten worden versterkt om de veiligheid van de Groningers te garanderen, zegt de NAM: er moeten nog 50 woningen worden versterkt. De overheid zegt dat die 50 woningen moeten worden versterkt, maar dat het om politieke redenen goed is om toch maar alle woningen te versterken waarvan de inwoners volgens het gehanteerde model ooit een risico liepen. Dat was politiek misschien onvermijdelijk, maar het is onzinnig als je in het model zegt te geloven. 

Natuurlijk hebben de NAM en de overheid allebei ongelijk. Ten eerste is dat HRA-model een zeer onbetrouwbaar model, omdat we gewoon onvoldoende weten van die aardbevingen in Groningen. En omdat het model zo onbetrouwbaar is, is de versterking nooit echt van de grond gekomen. Want als de uitkomsten van de ene run waren uitgediscussieerd, kon het debat over de volgende voorspellingen al weer beginnen. Ten tweede zit er nog een andere bizarre fout in dat model. In het HRA-model wordt er namelijk vanuit gegaan dat alle panden in Groningen in goede staat verkeren. Terwijl in Groningen door de jarenlange bevingen nu eenmaal bijna alle huizen niet in goede staat verkeren, en vaak in slechte staat. Die versterking gericht op de toekomst is in de praktijk dan ook vooral herstel van schade uit het verleden. En om die reden moet die versterking van die 26.000 woningen natuurlijk gewoon doorgaan. En hebben Groningers recht op hun boosheid.

Maar Kamerleden die de NAM nu allerlei verwijten maken, hebben kilo’s boter op hun hoofd. Omdat regering en parlement ervoor verantwoordelijk zijn dat zij zo lang hebben vastgehouden aan dat wrakke HRA-model. En omdat er van de versterking nog steeds niks is terechtgekomen, omdat de overheid aan dat model heeft vastgehouden. 

De rituelen van 4 mei vragen om doordenking

mei 5, 2021 by  

De Dodenherdenking is terecht heilig. Toch raakte de Dodenherdenking dit jaar me niet meer. Alleen André van Duin sprak me aan. Maar de rest was vooral dichtgetimmerd. We horen al jaren dezelfde bezweringsformules, die na jarenlange discussies inmiddels in beton lijken gegoten. We horen al jaren hoe dapper het verzet in de oorlog is geweest. We spreken het woord “vrijheid” vele malen gedragen uit. En we herdenken ook de doden die na de oorlog voor het vaderland of in het kader van internationale vredesoperaties zijn omgekomen. En als we joden zeggen, moeten we in één adem Sinti’s en Roma’s zeggen. Niet omdat die drie groepen iets met elkaar te maken hebben, maar omdat we achteraf hebben bepaald dat ze evenveel hebben geleden. En zijn vermoord. 

Ik ben het met elk woord dat tijdens de Dodenherdenking op de Dam wordt uitgesproken eens, volmondig eens. Maar tegelijkertijd zijn die woorden voor mij langzamerhand dode rituelen geworden. En dan helpt het niet meer als een kleinkind over haar grootvader praat of als een nieuw kind een gedicht uitspreekt dat doordrenkt is van de oude rituelen. 

Mag je ooit zeggen dat rituelen kunnen afsterven? Langzaam hun indringende betekenis verliezen? Ik weet het niet, maar die vraag moet wel een keer worden gesteld. 

Moeten wij dan niet meer herdenken? Natuurlijk moeten wij herdenken! De vraag is alleen wat we willen herdenken. Laat me eerst zeggen wat er bij mij wringt. 

Bij mij wringt dat we na de Politionele Acties (onze laatste koloniale oorlog) ook de slachtoffers van die oorlog zijn gaan herdenken. Daar is veel voor te zeggen, maar het herdenken wordt zinledig als we niet tegelijkertijd durven te zeggen dat die slachtoffers toch echt aan de verkeerde kant van de geschiedenis stonden. Wie de oorlogsslachtoffers herdenkt van de Tweede Wereldoorlog herdenkt hun bijdrage aan onze vrijheid. De Politionele Acties waren bedoeld om de Indonesiërs hun vrijheid te onthouden.

Bij mij wringt dat 4 mei een geheel blank feestje is. We bieden niemand die een dictatuur is ontvlucht de kans om zijn vrijheid te herdenken. We bieden niemand die hier in vrijheid leeft de kans om te verwoorden dat zijn vrijheid toch ook door discriminatie wordt getekend. We bieden al die migranten niet de gelegenheid om onze gezamenlijkheid te herdenken. 

Bij mij wringt dat we alleen lijken terug te kijken, terwijl de vrijheid die in de oorlog is bevochten, nooit vanzelfsprekend is geworden. Bij mij wringt dat we altijd zo tevreden zijn met onze vrijheid, zonder dat we durven te zeggen wat ons daar zo aan bevalt. En wat niet.

Terwijl er genoeg is om te gedenken. Het trof me dat André van Duin zo roerend sprak over het homomonument. Hij had erbij mogen zeggen dat homo’s hier nog steeds niet dezelfde vrijheid hebben die anderen genieten. En met hen de lesbiennes, de biseksuelen, de transgenders en andere mensen die zich door hun seksuele geaardheid niet gewaardeerd en erkend voelen. Zoals nog veel mensen om hun geloof of hun ras worden gediscrimineerd. Er is dan ook alle reden om artikel 1 van de Grondwet te gedenken. Vrijheid gedenken en de onvolkomenheden benoemen. 

Zo mag om mij op 4 mei ook best gezegd worden dat er een kabinet is afgetreden omdat de overheid structureel heeft gediscrimineerd. Iets wat in dit land nooit had mogen gebeuren. Wat is er op tegen als Rutte op 4 mei nog eens uitspreekt waarom zijn kabinet is teruggetreden. Dat zou helend zijn. En waarom zouden we op 4 mei niet mogen uitspreken dat de regering met de avondklok over het randje is gegaan. Of zijn burgers toen geen rechten ontnomen die onvoorwaardelijk horen te zijn? Geen ordinair politiek debat, maar op zijn minst worden enkele fundamentele vragen gesteld.

Wat mij betreft zetten we 4 mei voortaan helemaal in het teken van vrijheid. En dan ook echt en niet als bijzin. Vrijheid betekent dat we allemaal vrij zijn. Vrijheid betekent dat we trots mogen zijn op onze democratie. Vrijheid betekent dat we moeten benoemen wanneer de vrijheid niet voor iedereen geldt. Vrijheid vergt altijd onderhoud. En vraagt altijd actualisatie, op ieder moment. Dat betekent niet dat we de lijnen met het verleden zouden moeten doorknippen. Het betekent wel dat we de rituelen weer tot leven moeten brengen om de vrijheid van alle Nederlandsers steeds weer inhoud te geven. 

Wie de samenleving wil veranderen moet niet leuk willen zijn #PvdA

mei 3, 2021 by  

De Wiardi Beckman Stichting organiseert een on-line-debat over de vraag: “Is het leuk bij de PvdA?” Mijn antwoord: naarmate het leuker wordt bij de PvdA, stelt zij minder voor. De PvdA was jarenlang niet leuk omdat ze ertoe deed en omdat ze ertoe deed was het daar jarenlang niet leuk. 

Alleen al die vraag: is het leuk bij de PvdA? Waarom zou het daar “leuk” moeten zijn? Die vraag werd vroeger nooit gesteld. De PvdA was een grote beweging, die ertoe deed. De PvdA was een club mensen, onder wie de zuurgraad soms zo hoog was dat je een milieuvergunning nodig had. De PvdA had congressen die soms niet meer in de hand te houden waren. Dan werd het koningshuis afgeschaft of de NAVO, ondanks alle bezweringsformules van het partijbestuur en nog hoger. Dan werd Joop den Uyl door de afdeling Doniawerstal tot de orde geroepen en werd hem verweten dat zijn oppositie niets voorstelde. Dat was niet leuk voor Joop den Uyl.
De PvdA was ook een politieke partij waarin te veel mensen zich afvroegen wat ze moesten zeggen om erbij te horen, waardoor een politiek debat nooit een echt debat werd. Dat was niet leuk als je gezellig wilde debatteren. De PvdA stond jaren gelijk aan: “macht”. Hoe verwerf ik de macht en vooral: hoe behoud ik de macht? De PvdA was de partij die altijd onevenredig veel wethouders wist binnen te slepen, omdat ze bij de PvdA het spel beheersten. 

Ja, ik heb me er vaak aan geërgerd. Ik had persoonlijk liever een ‘Machtsfreie Kommunikation”. Maar natuurlijk wist ik ook dat je macht moet verwerven, als je de samenleving wilt veranderen. En niet aardig moet zijn, laat staan leuk. 

In 1970 maakte ik mijn eerste congres van de PvdA mee, in de Martinihal in Groningen. Ik mocht turven hoe het gewest Groningen stemde, in de hoop dat dat turven ertoe zou leiden dat Hans Kombrink zijn doctoraalscriptie zou afronden. Hetgeen niet gebeurde. Hetgeen ook niet erg was. Het was de tijd van NieuwLinks, de tijd van Andre van der Louw. Er moest strijd worden geleverd tegen de oude garde. De macht werd even niet meer ingezet om de samenleving te veranderen, maar vooral om de macht over te nemen in de partij. Enige jaren later bracht de Partijraad het Tweede kabinet Den Uyl om zeep. Ja, dat waren nog eens tijden. 

Tussen 2003 en 2008 was ik lid van het Presidium van de PvdA. Wij zaten het congres voor, wij zaten het Politiek Forum voor. En we deden alsof het congres er nog steeds toe deed. Maar we hadden het vooral druk met het bieden van een platform aan Wouter Bos en aan andere leden van de politieke elite. Wij waren er om het congres vooral rustig te houden. Het mocht vooral niet op hol slaan. Dat was natuurlijk al het begin van het einde. Ik geef het met spijt toe.

En nu gaan we praten over de vraag of het “leuk” is in de PvdA. Sorry, dit is het einde van de partij. Wie de samenleving wil veranderen, moet niet leuk willen zijn. 

Mijn 10 corona-ergernissen

april 28, 2021 by  

Gisteren heeft een belangrijk deel van Nederland afscheid genomen van corona. Morgen krijg ik mijn eerste prik. Het wordt tijd om terug te kijken.

Ik ben bang dat deze drie zinnen al ergernis zullen oproepen. Bijvoorbeeld, dat al die feestvierende mensen alleen aan zichzelf en niet aan de zorg hebben gedacht. Bijvoorbeeld, dat eerst de vitale beroepen hadden moeten worden gevaccineerd. Bijvoorbeeld, dat corona nog lang niet is afgelopen.

Het hoort bij corona. Het virus belemmert ons te zeer en te lang. En daarom worden we geïrriteerd. Ik herken het zelf ook. Daarom bestaat mijn terugblik uit mijn 10 belangrijkste ergernissen van het afgelopen jaar. 

  1. Ik erger me aan al die wetenschappers die ons vertellen wat we moeten doen (terwijl hun onderzoek hoogstens aangeeft waarom er wat gebeurt). 
  2. Ik erger me aan politici die achter diezelfde wetenschappers wegduiken (terwijl het aan hun is om alle belangen politiek te wegen).
  3. Ik erger me aan politici die menen dat zij de dood kunnen voorkomen (terwijl er elke week in Nederland ongeveer 3000 mensen dood gaan).
  4. Ik erger me aan politici die alleen maar willen voorkomen dat de zorg wordt overlopen (terwijl mensen gewoon overlijden als hun medicijnen te duur zijn).
  5. Ik erger me aan politici die er geen moeite mee hebben om onze vrijheden met voeten te treden (en tegelijkertijd accepteren dat wij ons daarvan niet veel aantrekken).
  6. Ik erger me aan het eindeloze overleg dat aan enig beleid vooraf gaat (vooral als niet de inhoud maar de machtspositie centraal staat).
  7. Ik erger me aan al die Kamerleden die nooit eens een fundamentele vraag hebben gesteld bij het corona-beleid van de regering.
  8. Ik erger me aan al die medeburgers die al die ingrijpende maatregelen van politici voor zoete koek hebben geslikt (afgezien van enkele wappies die in hun onnozelheid meteen maar alle feiten verdonkeremanen). 
  9. Ik erger me aan al die media die zonder discussie zijn meegegaan in het frame van de regering (terwijl autonome media inhoud geven aan een levende democratie).
  10. Ik erger me aan het gedraai van Mark Rutte in aan het aangezicht van de kiezer en aan de oudbakken metaforen van Hugo de Jonge. 

[In een vorige versie ergerde ik lezers door een irritant gebruik van het werkwoord irriteren. Dat kunnen we in deze tijden er niet bij hebben. Vandaar een correctie.]

Foute bestuurscultuur: ja, hoe wij behandeld worden

april 24, 2021 by  

We hadden het over de toeslagen-affaire. We spraken er schande van hoe mensen door de Belastingdienst waren behandeld. Hoe de Belastingdienst discrimineerde. Hoe de Belastingdienst de wet aan zijn laars lapte. De bestuurscultuur kwam hoog op de agenda. 

Maar in Den Haag moet je altijd goed opletten. Want plotseling ging het niet meer over de slachtoffers van de toeslagen-affaire, maar over de informatie-voorziening aan de Kamer. Over macht en tegenmacht en over de leugens van Rutte. Het ging plotseling  niet meer over de vraag hoe burgers door de overheid worden behandeld, maar of de verhouding tussen Kamer en kabinet niet uit het lood was geslagen. Tjeenk Willink werd erbij gehaald, en die had de oplossing al vooraf bedacht: een summier regeerakkoord. Had ik iets gemist? Zouden de gedupeerde ouders voortaan wel hun kinderopvangtoeslag krijgen op basis van een summier regeerakkoord? Dat noemen we ook wel het herdefiniëren van het probleem. 

Dit nieuwe probleem was overigens een stuk minder groot. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat ‘Den Haag’ liever over de dikte van regeerakkoorden spreekt, dan over de relatie tussen de overheid en de burger. Bovendien: is er echt zoveel mis aan de relatie tussen Kamer en kabinet? De relatie zou niet transparant zijn. Maar was al niet veel langer bekend dat transparantie niet tot de gereedschapskist van een politicus behoort? Onderhandelen doe je niet door al je kaarten meteen op tafel te leggen. En als je goed onderhandelt ontkom je soms niet aan een leugentje om best wil. Je moet in Den Haag niet alleen gelijk hebben, maar ook gelijk krijgen. En je krijgt alleen gelijk door aan inhoudelijke rationaliteit een grote dosis politieke rationaliteit te koppelen. Ja, wie niet accepteert dat politici slim en handig zijn, moet ook niet klagen als politici niets voor elkaar krijgen. 

En nog iets: natuurlijk heeft het kabinet veel te veel pagina’s witgelakt, en heeft de Kamer veel te lang op de juiste informatie moeten wachten. Dat was niet goed. Maar inmiddels zijn de rollen al aardig omgedraaid. Het gaat al zo ver dat het kabinet nu zelfs de eigen notulen openbaar moet maken. Er komt geen nieuw kabinet zonder instemming van Pieter Omtzigt. En ik denk niet dat voorlopig veel ministers het aandurven om pagina’s wit te lakken. Oké, het was niet fraai wat het kabinet allemaal deed in de richting van de Kamer, maar die tijd lijkt toch echt voorbij. 

Het fundamentele probleem ligt dan ook niet in de relatie tussen de Kamer en het kabinet. Het fundamentele probleem zit hem in de relatie tussen overheid en burger. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen rijk en gemeenten. Sinds het neo-liberale denken de overheid in zijn greep heeft gekregen, is de burger vooral klant geworden. Een klant die alleen bij de overheid kan kopen. De gevolgen zijn na 20 jaar schrikbarend. 

Als je een bijstandsuitkering wilt hebben, denkt de overheid je binnenste buiten te mogen keren. Een volstrekt onduidelijk ‘Inlichtingenbureau’ (zie De Volkskrant van vrijdag) verzamelt geheel buiten de wet om alle gegevens over je. Als de overheid meent dat je te veel geld hebt ontvangen, wordt je daarvoor genadeloos gestraft. 

Als je een kindertoeslag wilt hebben, wordt je op grond van je achternaam tot fraudeur bestempeld, om je vervolgens naar je toeslag te laten fluiten. 

Als je toevallig in Groningen woont waar de overheid met de NAM veel geld heeft verdiend aan de gaswinning, moet je jaren wachten om schade aan je woning vergoed te krijgen en wordt je woning waarschijnlijk nooit meer versterkt, ondanks alle beloften van achtereenvolgende ministers. 

Als je toevallig de overheid als klant hebt, krijg je je geld pas na maanden en maanden zeuren en alleen als je helemaal voldoet aan haar bureaucratische regels. Stel je voor dat ik een brood koop bij de bakker en zonder betalen de winkel uitloop omdat de bakker geen e-factuur bij mij heeft ingediend en bovendien het verkeerde ordernummer heeft doorgegeven. Ja, zo gaat het bij de overheid wel. 

Als je kind psychische zorg nodig heeft beslist daarover de gemeente, in plaats van een deskundige psycholoog of arts. De gemeente vraagt daarbij rustig inzage in patiëntendossiers die toch echt onder het medisch beroepsgeheim vallen. 

Ja, er zijn uitzonderingen. Als je een zware klant bent, wordt de overheid plotseling een stuk soepeler. Zo verlenen provincies zo ruimhartig milieuvergunningen aan grote bedrijven dat de maatschappelijk schade jaarlijks € 220 miljoen bedraagt. En ja, die schade moeten wij als simpele klanten samen dragen. 

Nee, het is geen toeval dat elk departement en elke gemeente tegenwoordig spreekt over bedrijfsvoering en over concernmanagers. Zij zien zichzelf als bedrijf en de burger als klant. De markt gaat voor alles. Alleen is er helaas geen marktwerking, omdat de overheid het monopolie heeft. 

Als we over een verkeerde bestuurscultuur spreken, laten we het dan hierover hebben. 

Volgende pagina »